wramelsbaam-boriaans

Zeg mensen van de toekomst, of anders de wezens van de toekomst die de aarde komen bestuderen. De marsmannen, misschien wel vrouwen, of de oorspronkelijke bewoners van Azoerk III, of de kolonisten van planeet K3R-3714 in ’t gewest Blaan, 1 gravitatieveld verder dan Wramelsbaam-Boor, of wie dan ook in de tijd die momenteel voor ons ligt, onvoorspelbaar omdat we de gave gods nou 1maal niet hadden gekregen dat wat voor ons lag te kunnen doorzien; ik heb u iets te melden.
Niets bijzonder, hoor. Zoals wel vaker. Misschien dat de andere geschriften die van mijn hand afkomstig zijn, die spaarzame schrijfsels die ook niet verloren zullen zijn gegaan, of moet ik zeggen: die niet verloren zíjn gegaan, u al op de hoogte heeft gebracht van wat mij zoal dagelijks bezig houdt, schuine-streep-hield. Dan heeft u die conclusie allang al getrokken. Dat van dat ’t niets bijzonders is wat ik u nu ga vertellen. Die conclusie.
Eigenlijk moet ik uitleggen waarom ik ga schrijven, of ging schrijven vanuit uw optiek, zo u wilt, wat ik nu ga schrijven, of ging schrijven uwerzijds wederom, want dat schept wellicht wat duidelijkheid. Waarom ’t geen hoogstandje is. Waarom ’t zo onbeduidend & eenvoudig is. Waarom ’t eigenlijk allemaal niets voorstelt, maar toch geschreven staat.
Of stond. Misschien komt dit wel tot u als een echo, een lichtstraal vanuit een ver weg gelegen hoek, onduidelijk wat de brondrager is. Wellicht leest iemand ’t voor, of bestaat er straks een andere vorm van informatie-overdracht. Zoals wij dus niet begiftigd waren, vast nog steeds wel zijn als wij als ras, als entiteit nog bestaan, met ’t communiceren dmv gedachten & ons ook niet konden voorstellen dat een ander dat wel zou kunnen. Als wel, dan noemden wij hem god & kreeg-ie gelijk wat meer in de melk te brokkelen (melk dronken wij als kind uit de moederborst) (waar dat brokkelen vandaan komt, ben ik in de huidige tijd van schrijven al vergeten) (misschien was ’t wel in de melk te brokken, daar twijfel ik nu opeens over) (’t klonk in ieder geval wel mooi, toen ik die woorden door m’n handen liet vloeien).

Onbelangrijk, & nietszeggend bovendien.
Maar wel plaats hebben gevonden hebbend, gevonden hebbende op de plaats, alhier, thuis, gebeurd geweest, op een dag zaliger, zeker weer vanuit uw optiek, in ’t jaar onzes heren, waarschijnlijk niet die van u, maar ’t zal te laat zijn daar een godsdienstoorlog over te gaan voeren, 2005, & terwijl ik schrijf, verder schrijf nog steeds aan de gang, ’t moment, ’t vervolg daarvan, & dat wat nog niet plaats had. Dat laatste moeten we dan maar niet meenemen met deze registratie. Want dan kan ik blijven doorgaan & komt er geen eind & ben ik nog bezig & schrijf ik steeds door & kom ik u tegen terwijl ik hier nog zit te schrijven & pogend te schetsen wat mij nu toch bezig houdt.
Ik hoop dat u me nog kunt volgen.
Waarschijnlijk wel. Want, met mijn deductief vermogen, heb ik ’t idee gekregen dat als u in de toekomst mocht regeren, onderzoeken, vorsen, archiveren & wat al niet meer zij, u evolutionair gezien slimmer moet zijn dan ‘tgeen er in mijn tijd aan verstandigs rondliep. Anders had u daar niet gestaan & ik niet hier. Toekomst, verleden, tegenover elkaar, ‘t 1 volgt uit ’t ander & degene met de beste kansen overleeft.

Nou dwaal ik weer af.

’t Leek mij dat als u toch een onderzoek moet doen, dat u niet alles zult kunnen behapstukken. Vooral niet van deze tijd, de tijd van mij, waarin iedere gek zich een toetsenbord voor z’n snufferd heeft gekocht om de er omheen geschaarde wereld die opeens niet meer zo groot leek kond te doen van ‘tgeen hem/haar bezig hield. Of houdt, in mijn geval van huidige tijd.
Mocht u dus een steekproef willen doen, wat mij zeer verstandig lijkt, om vooral niet bedolven te worden onder de massa van nietszeggend gewauwel, dan lijkt ’t mij zeer vanzelfsprekend om een willekeurige dag van ’t jaar te kiezen. & Wat is handiger dan ’t getalletje 100 te nemen. Waarbij ik dit zeg in de hoop dat u ’t analoge systeem van 10 vingers nog niet uit ’t oog bent verloren, of anders terug hebt gevonden.
De 100e dag van ’t jaar zogezegd.
Daarom wend ik mij tot u. Omdat er een grote kans bestaat dat u van dat gedenkwaardige jaar 2005 juist de 100e dag neemt.
Toevallig valt die tezamen met mijn verjaardag. Is mijn verjaardag de 100e dag van ’t jaar. Niet altijd, maar dit jaar wel. Dat ga ik u niet uitliggen hoe dat zit, want anders wordt deze tekst te lang. & Omdat u die 100e dag uitgekozen zal hebben gekozen te worden, daar in de toekomst, dacht ik dat ik eens even ga vertellen wat ik vandaag zoal heb gedaan, op deze bijzondere dag, de dag van mij, de dag van jarig & verder van geboorte afgedreven, de dag van ik & ook wel iemand anders, maar daar trek, of trok, ’t is maar net hoe u dat wilt zien, ik me niets van aan.

Nou eigenlijk niks.
Ik heb de telefoon meermaals aangenomen. Meeltjes gelezen, sms-jes gelezen. Ouzo gedronken dat uit de hemel van de bovenburen was neergedaald. De afwas gedaan. ’t Toilet verschoond. Boterhammen gegeten. 2 Stukken vlees ook, want ik was jarig, met enkele bakjes thee. Een boek gelezen van wel 1611 blz dik, maar nog niet uit. & Niet gedoucht.
& Nog een heleboel niks, maar dat zou te veel tijd kosten, want dat is zo’n beetje alles wat er bestaat, behalve dan dat beetje van wel.

Nu ga ik toch nog ook, of ging, een soortement van feestje vieren, door alles te gaan drinken wat mij voor de handen komt in Zijperspace, of kwam, misschien wel geweest gekomen, net wat u wil.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *