zalmsnee

Als je iets meermalen meemaakt, relateer je de keren dat zoiets gebeurt altijd aan die ene 1e keer. Zo ook bij ’t bereiden van een broodje zalm.
Al is ’t alleen al de verwondering over de prijs die in de supermarkt aan zo’n grote verpakking hangt. Ik kon ’t niet geloven, draaide ’t meermaals in m’n handen om, op zoek naar de houdbaarheidsdatum, in de veronderstelling dat ’t daar aan te wijten viel, de kleur anders misschien & begon toen theorieën te bedenken over de noorse wateren die blijkbaar nog steeds volgeladen waren met weldadige zalmmoten, uit de zee zo hapklaar in de mond. Of dat ’t roken absoluut geen moeite zou kosten, laat staan dat ’t noorse hout kostbaar zou zijn, 1 machinaal volautomatisch afhandelen van de hele voorraad voor Europa in 1 keer bij een relatief klein vuurtje.
Die verwondering ben ik nog steeds niet te boven & schemert regelmatig te voorschijn als ik weer ‘ns plakken richting mond doe verdwijnen.

Goed, broer die er verstand van schijnt te hebben heeft gezegd dat zalm zo gezond toch niet is. Waarschijnlijk allemaal giftige stoffen die zich in ’t vissenlichaam hebben verzameld & als wraak voor die zeeverontreiniging is de vis dit bereid terug te geven aan de gulzige mens. Maar ik gebruik, in overleg met Roswitha, we wandelen over een paadje langs de Zuiderzeekust & genieten van ’t vloeien van de vis, alsof ’t nog kan zwemmen, de keel in, de zalm nu 1maal om toch iets lekkers tijdens m’n dieet van cholesterolarm te kunnen genieten.
‘& Zo duur is ’t helemaal niet,’ deel ik haar mede als zij staat te genieten van doldwaze jonge lammetjes in de weide onderaan de dijk & ik me bij herhaling verwonder over die 1e keer dat ik de verpakking in m’n handen had, om ook nog iets te doen te hebben.
’t Was nog diezelfde ochtend. Ik belde vanuit de winkel ‘wat wil je dan op je brood’ & ‘wat wil je dan voor onderweg’ met Roswitha & kwam op ’t idee haar met duur & lekker te gaan verwennen, mijzelf daarbij niet te ontzien & kwam met een belachelijk goedkoop pakket bij de kassa aanzetten. Als luxe mij relatief rijk zou houden moest ik dat vaker gaan doen, besloot ik toen al.
Ook al wist broer mij via Roswitha mee te delen dat ’t zo gezond toch echt niet was.

In 1e instantie hoefde zij niet zo nodig plukjes sla bij de zalm bekleed te hebben. Liever alleen zout & peper. Dat vond ik weer onzin. Ik moest ’t puur proeven. ’t Materiaal z’n eigen werk laten doen, herinnerde ik me gerenommeerde koks zeggen, terwijl ik bescheidenheid over m’n brood drapeerde. & Daar hoorden enkele goudeerlijke slablaadjes misschien ook wel bij, bedacht ik intuïtief. Knapperig met soepel gecombineerd.
Toch een ietwat jaloers, meende ik te bemerken, wilde Roswitha haar volgende broodje op de zelfde wijze gepresenteerd zien. Dan voor onderweg, besloot ik, om de restanten vis op de restanten boterham te leggen, zodat ’t aanleiding zou geven voor ons latere conversatie waarbij ze mij de wijsheid van m’n broer voor de voeten wierp.

Toen viel ’t me op dat er 2 plakken zalm op 1 boterham passen. In volle lengte 1, maar dan houd je aan de zijkanten gaten onbelegd brood over. Waar ’t wit van de boter uitsteekt. Dus leg ik een 2e plak zodanig, eigenlijk in tegengestelde richting, dat van zogenaamde leegte geen sprake meer kan zijn. Dat zorgt voor een dikke, misschien niet overal evenredig belegde boterham, maar wel 1 waarbij je bij elke hap kunt zeggen dat er een vis je mond in komt zwemmen.

Je verwacht dat iets dergelijks altijd zo blijft, dat bepaalde condities altijd ‘tzelfde zullen zijn. Dat alle zalmen dezelfde lengte hebben, breedte, volume, ’t zalmsnijdersmes altijd ’t zelfde snijdt. Ook al zou je eigenlijk niet weten hoe zalmen er in levende lijve, voordat ze de eetbare fase ingaan, uitzien. De verpakking is ontworpen om een bepaald gewicht aan vis te kunnen voorschotelen, dan zullen alle plakken wel van ‘tzelfde formaat zijn.
Maar hier komt de onnozele consument die ik ondanks m’n intuïtieve vindingrijkheid bij de bekleding ermee van de boterham dacht te zijn, waarmee ik onmiddellijk alle wijsheid in pacht dacht te hebben, bedrogen uit.
Ze blijken niet in gelijke plakken te snijden te zijn. Elke plak is anders. & Daardoor zijn de verpakkingen op hun beurt weer niet evenredig toebedeeld. Ik heb meegemaakt dat ze opgevuld waren met 10, soms wel 11 plakken. Wat enigszins verwarring veroorzaakte bij de bereiding ’s ochtends vroeg. Waar ligt de grens tussen grote plak & kleine plak, welke klein uitgevallen boterham moet belegd met slechts 2 & heb je nog een andere die van ong gelijke grootte is, zodat de vis niet in ’t niet valt, of anders naar buiten stulpt?

Nee, dan de 1e keer, toen alles nog onbedorven onschuldig was, bedenk ik me, toen alles nog paste zoals ’t hoorde: 2 plakken op 1 snee, een 2e snee eroverheen & met ’t grote mes, o wat een genot, met ’t grote vleesmes, de 2 boterhammen doormidden snijdend. & Als beloning, alsook als voorgenot, mag ik van mezelf ’t grote mes, zo vlak langs de scherpe rand over m’n tong laten gaan, ’t achtergelaten zalmvet weg laten smelten, traag, nauwkeurig, nadenkend, dat de boterham ondanks die verwonderende prijs er toch behoorlijk duur uitziet.

Daar denken we dan aan als we nogmaals een boterham bekleden in Zijperspace, des ochtends vroeg.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *