2e onderbreking

Ik word er eigenlijk ook een beetje lui van, begin ik te merken. Ik hoef geen onderwerpen te bedenken, dat laat ik over aan degenen die reageren op wachten. ’t Gebeuren van ’t dagelijks leven, de inspiratie van alledag laat ik gemakshalve rusten. Waarom zou ik moeilijk doen? Men draagt mij een onderwerp aan & ik put uit m’n eigen verleden, vindingrijkheid & fantasie om daar over te schrijven. Waarom zou ik nadenken over wat ik dezelfde dag nog meer meemaak?

& Toch wil ik ’t niet als luiigheid omschrijven. ’t Kost daadwerkelijk veel moeite een juist verhaal te vinden bij een bepaald onderwerp. Gistermiddag had ik net zoveel faalangst als toen ik de beslissing nam m’n scriptie voor Film & Tv-wetenschap niet te schrijven. Enkel omdat ik 2 onderwerpen in m’n achterhoofd had waarvan ik dacht dat ik er niets over zou kunnen schrijven.
Verdomme, dacht ik ’t grootste gedeelte van de dag, over een ‘zandbak’ & mijn ‘succes bij/met de dames’. Welke gek zou daar 2 op zichzelf staande stukjes kunnen schrijven? Ik niet.
& Toch gingen m’n gedachten bij ’t geringste moment van geestelijke rust de kant op van de 2 onderwerpen. Ik moest er wel aan denken, anders zou ik nooit op een goed verhaal komen, bleef ik mezelf stimuleren. Ik zou nimmer kunnen bewijzen dat ik met een willekeurig onderwerp een verhaal, een sfeer zou kunnen creëren.

Vanavond heb ik bokbier geproefd. Gejureerd is een beter woord. ’t Was de bedoeling dat de bokbieren die vanavond ’t best beoordeeld werden door zouden gaan naar de volgende ronde van de verkiezing van ’t beste bokbier van 2002. De ½e finale.
Ietwat vermoeid & bezweet van de snelle fietsrit ging ik op een willekeurige plek zitten. Maar wel zodanig willekeurig dat de dame die op dat moment ’t proeflokaal betrad de mogelijkheid had naast mij te komen zitten.
Wat is belangrijker, vroeg ik me op gegeven moment af, de 6 bokbieren op hun kwaliteit keuren, of de borsten die bijna uit ’t blousje stulpen op ’t moment dat de dame vooroverbuigt om haar zakdoek te pakken?

Ik was weer terug in de realiteit, bemerkte ik. Terug in de vraag welke ervaring nuttig zou zijn om later verslag van te doen. Terug in de vraag op welke manier ’t te beschrijven.

Ik was me juist aan ’t verdiepen in die vraag, genietend van veel te veel bier, zeker na enige soorten bokbier geproefd & van cijfers voorzien te hebben, om enigszins nuchter verslag van m’n zieleroerselen op deze dag te kunnen doen, toen ik aangesproken werd door de grote man achter ’t gebeuren: de man van de getallen & statistieken. De man die uiteindelijk als 1e zou kunnen zeggen welk bier als beste beoordeeld was, kwam naar me toe. Hij zei: ‘Ik kwam er achter dat je een weblog hebt.’

Ik was met stomheid geslagen & praatte eroverheen. & Stelde hem tegelijkertijd vragen over hoe hij er achter was gekomen.

Oh, ik had over vorig jaar geschreven, vertelde hij. Via ’t zoekwoord bokbier was-ie hier terechtgekomen. & Was-ie verder gaan spitten. Ik schreef filosofisch. Dat beviel ‘m wel. Ik beschreef situaties zonder volledig te zijn. Dat liet ruimte over voor vragen die de lezer zichzelf kon stellen.

Godverdomme, dacht ik op de weg naar huis, moet ik nu over ‘de 1e keer’ gaan nadenken, of moet ik hedenavond in woorden zien te vangen?

& Hoe beoordeelt men filosofie in Zijperspace?

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *