Aankloppen

Ik heb ’t vanavond maar eens niet gedaan. Hoewel me toegefluisterd werd (’t werd niet verstaan, maar de boodschap kwam wel over) dat ik ook om de hoek even aan kon kloppen.
Maar nee, ik wilde niet weer 4 uur lang opgesloten zitten, gemummificeerd in paralyse van berustende angst. Een afweermechanisme om vooral niets te voelen van wat er allemaal gebeurt, gaat gebeuren of reeds voorbij is.

Ik woon in de buurt van ’t Oosterpark, Amsterdam. Daar deed ik vanochtend & vroeg in de middag nog ommetjes. Onderwijl toch eens onderzoeken wat voor meestentijds onbekend leven er zich nog meer voordoet.
Voor dat laatste krijg je geen punten. Voor iets meer versneld lantefanteren wel. Dat is: zwierend met je armen, glimlach schouderlangs gezelschap, op die behoorlijk bezette paden nu de pauze een vlucht uit huizen, gebouwen, mogelijk maakt, toch ootmoedig wisperend richting de welkome lunchpartner, die net als jij pas begint te eten als thuis hervonden is; zo vindt de hedendaagse uitbraak dagelijks plaats.

& Ik voel de blikken branden terwijl ik te langzaam in vaart de korstmossen, nog meer verstild, van de bomen m’n camera in peuter. Zodat ik weet hoe ze heten. Want als ze geen naam hebben, dan heb je niets om aan te refereren, bestaat eigenlijk de beleving niet.

Ik heb er nu 3 keer gelegen & ben 3 keer voor niets weer weggestuurd. Ik was nog niet klaar voor ’t ledige. & Er was iets soortgelijks evenmin te vinden.
’t Zou wel een spiertje zijn, zeiden ze al bij de 1e keer. Maar wilden ze die onverlaat vinden, dan zouden ze de borstkas moeten openen. ’t Resultaat zou niet beantwoorden aan ’t risico van afwachten van wat misschien wel niet erger was.

In ’t OLVG heb ik nooit gelegen, hoewel om de hoek. Vanuit de praktijk van m’n huisarts werd ik mild verwijtend tot 2 maal toe richting AMC getransporteerd. Grapjes makend met ’t ambulance-personeel dat 2 keer per jaar zich traditioneel bezopen kwamen zuipen bij mij aan de bar.
De volgende ochtend een flink ommetje, voordat ’t mode was, gemaakt om de fiets naar zijn parkeerplek terug in de gang van m’n huis te brengen.
& In Nijmegen werd me op ’t hart gedrukt, hoe ironisch uitdrukkingen kunnen zijn, dat ik nooit meer door druk verkeer zelf een poging mocht nemen ’t ziekenhuis te bereiken.
Hoewel ik ‘onverrichter zake’ terug mocht keren na enkele uren lethargie.

Ik voel dat spiertje weer. Ik laat ‘m voelen. ’t Moet maar eens tot me doordringen dat-ie bij me hoort. Hij is ’t sterretje voor de kinders vroeg op oudjaarsavond, om hun straks slapendstil liggend te laten wennen aan ’t grote werk.

’t Wordt tijd dat ze dat laatste afschaffen in Zijperspace.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *