achterhalen

Een rit op de fiets van hooguit een ½ uur kan soms eeuwig duren. Elke zijweg, elk gebouw, elke hoek kan een andere herinnering oproepen. Een leven van aanwezigheid in Amsterdam fietst voorbij. Ook al race ik nog zo snel van Uilenstede weg.

Ik had wielrenner moeten worden. Vanaf ’t begin stamp ik door. Ik laat al die herinneringen opgeroepen door voorbijflitsende objekten niet stilstaan. Amper de mogelijkheid hebbend te kunnen ademhalen zie ik ze geïllustreerd in de route die ik afleg. Ik lijk door te willen sjezen om zo min mogelijk ervan bewust te zijn. Portieken schieten voorbij alsof ik ze nooit eerder gewaar werd; vluchtheuvels gelegen aan roemruchte kruispunten van herinneringen van weleer worden genomen alsof Adri van der Poel in veldrijden verslagen dient te worden.

Bochten draaien, heuvels bulten.

Ik ben vanaf ’t begin buiten adem. Kan amper nog door m’n neus lucht binnenhalen. & Toch kan ik niet stoppen ’t tempo op te voeren. Niemand die me achtervolgt. Slechts ik die ooit hier ook was wil me achterhalen.

Onverminderd voort.

Ik zie Gert-Jan Theunisse, m’n held van weleer, stijgen, gesnoerd in toeclips.
Ik ben zo niet, maar ik zie ‘m in de waas van zweet & tekort aan zuurstoftoevoer in keel.
Ik zal ook nooit zo worden. Hoewel ik niet aflaat. Gebroken ben ik al bij de 1e herinnering op de terugweg, door gedrevenheid daaraan voorbijgegaan.

Ik? Ik ben vergeten. Inderdaad: te snel voorbijgegaan aan enkele passanten. Waarbij ik niet genoeg kon juichen.

Nog laat ik niet af, ook al ben ik bijna thuis. M’n knieën moeten ’t voelen waarvandaan ik kom & hoever dat gaan is. Wat m’n verleden is & zal wezen, zullen ze met zich mee moeten dragen.

Genoegzaam onbekend, verloren gelaten in Zijperspace.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.