anders

Ok, groen is groen. Dat weet iedereen, dat zegt iedereen.
Ze zeggen ’t ook tegen mij. Dat ’t groen ziet.
Zeg ik ja dat klopt. Zeg ik.
Maar ik weet niet zeker. Ze kunnen me alles vertellen.
Zo zeiden ze ook dat god bestaat.
Ik heb een tijdlang gezegd ja dat klopt. Ja dat klopt, ja dat klopt.
Ik wist niet beter moet je maar denken.
Straks is er iemand die durft te zeggen dat groen geen groen is. Dat-ie iets anders ervaart.
Of moeilijker: groen blijkt bij iedereen iets anders te zijn. Niemand die dat van de ander weet. Hij of zij weet alleen dat hem of haar ooit wijs is gemaakt dat dat blaadje groen zag.
Kijk ‘s, zei mama, de groene blaadjes aan de boom.
Ik kon niet anders dan geloven.
Ja mama, ja mama, ja mama. ’t Klopt.
Maar als ik straks mijn ogen aan die ander geef, blijkt die roze voor groen te zien. & Waar ’t roze met mijn ogen voor mij is, daar ziet-ie met mijn ogen blauw.
Straks zijn de letters anders. Lijken we wel ‘tzelfde te praten, maar wat er uit komt is niet ‘tzelfde als we dezelfde oren zouden hebben.
Ook die oren zijn verschillend. Ieder oor heeft z’n eigen vertaalapparaat. Zodat alles lijkt op wat in andermans oor zit, uit andermans mond komt.
Ravian moest ooit een beestje doorslikken. Ik denk dat ’t Ravian was. Met z’n vrouw met grote tieten die bijna uit haar ruimtepakje puilden.
Dat hebben ze me ook ooit verteld. Als ze me ’t niet verteld hadden was ik misschien wel op haar knieën gevallen. Maar tot op dat moment wist ik niets van vrouwenborsten af. Wist ik niet dat ik er later aan zou willen zitten. Ook met een ruimtepakje er omheen.
Later durfde ik ’t stripboek er niet meer bij te pakken. Bang dat ze zouden zien dat ik die tieten zag. Ik had liever naar de knieën blijven kijken. Da’s veel ongevaarlijker.
’t Zal wel een babelvisje zijn geweest, die Ravian slikte. Toen sprak-ie opeens met vreemde wezens. Waren de geesten gelijkgeschakeld. & Voor mij waren de ballonnetjes ook ineens leesbaar.
Maar nooit heeft iemand mij ooit gezegd dat ik ‘tzelfde las als die anderen. Die ontelbare anderen.
Als ik op straat kwam dan zag ik steeds weer iemand die ik nog niet eerder gekend had.
We hebben ook geen discussie gevoerd. Misschien is dat ’t ook wel. We hebben gewoon alles aangenomen voor waar.
Mensen worden niet opgevoed om niet waar te zeggen tegen dingen waarvan ze verteld wordt dat ze waar zijn.
De waarheid de enige echte waarheid van wat je ziet hoort voelt ruikt. Soms praat ik waarheid omdat m’n vader ’t zo ook deed.
Alles wat je ziet is waar. & Nergens staat een leugen geschreven. Zo willen ze ons van kindsbeen af doen geloven.
Ik dacht jij bent een robot. Als ik je door snij komen de draadjes wel te voorschijn. & Die naast je zit ook.
Wie zegt dat als ik de hoek om loop, dat ik dan niet dezelfde versie van jou niet nog ‘ns tegenkom.
Dan heeft die god, die zogenaamde god, een foutje gemaakt.
Verdikkie zegt-ie, heb ik er 2 van dezelfde bij elkaar gezet. Nou gelooft Ton me straks niet meer.
Dus ik dacht ik dacht ik dacht ik ga die hoek nog sneller om. Want god kan niet de hele tijd weten wat ik denk.
Hij slim ik ook slim. Ik zal ‘m ooit een keertje verrassen. Als ik een moment even niet nadenk dat ik dan iets anders ga doen dan dat ik van tevoren heb bedacht.
Sneller de hoek om of me omkeren & teruggaan naar waar ik was.
God denkt heus niet de hele tijd aan mij. Hij moet mij af & toe ook wel ‘ns kunnen vergeten.
Misschien ziet-ie ’t vriendinnetje van Ravian wel met haar grote tieten. Want iemand moet begonnen zijn met dat mooi te vinden. Dat zal god dan wel geweest zijn.
Ik moet ’t alleen niet te opzichtig de plotse hoek omgaan. Of al te vaak. Want onvoorspelbaarheid is op gegeven moment ook te voorspellen.
Dus ik ging aan de gang met de onvoorspelbaarheidsquotiënt. Op klaarlichte dag. Tussen de mensen die op straat liepen.
Want als je in ’t donker stil ligt dan heeft god niets anders te doen. Er gebeurt dan al zo weinig dat-ie best ook wel even bij mij in ’t hoofd wil kruipen.
Zou hij wel m’n hoofd in kunnen? Is die molecuul van zijn lichaam wel de molecuul waar ik uit opgebouwd ben?
Straks zijn ze niet met elkaar te combineren. Als de 1 voorbij de ander trekt dat je dan een spontane schaafwond krijgt. Een moleculenschaaf waar een moleculenpleister op moet.
& Als je niet uitkijkt als god niet uitkijkt dan komen ineens de draadjes te voorschijn. Ben ik niet meer echt.
Ben ik van dezelfde robottenfamilie.
& Zie ik groen. Waar god alleen maar roze ziet.

Waarschijnlijk leent-ie z’n ogen ook nooit uit aan iemand in Zijperspace.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *