arbeit

Via een sms-je heb ik laten weten dat ik vandaag wel weer kan werken. Dat was vlak voordat ik op de bank in slaap viel. Dat was dus ook voordat ik wakker werd met een verkrampte nek. Waardoor ik niet meer in m’n favoriete leesstoel kon zitten, vanwege onmiddellijk ontstaan van koppijn. Van die schele, waarbij je naast de letters moet gaan kijken om te kunnen zien wat er staat.
Maar goed, ik ben in een andere stoel gaan zitten, heb die wat meer voor de kachel geschoven & ben verder gaan lezen.

M’n werkgever had inmiddels z’n dank voor snelle opknappen terugge-sms-t. Ik was enthousiast met hem, maar had niet zo’n zin dat gevoel van enthousiasme aan hem te zenden.

M’n neus begon te lopen. Nadat ik m’n bed had verkozen boven de stoel om verder te lezen. Van een loopneus had ik afgelopen dagen nog geen last gehad. Niet noemenswaardig in ieder geval. ’t Kostte me moeite m’n dagelijkse portie neusspray achter in m’n neus te laten aankomen. Dat gaf ook zo’n gevoel van nutteloos: een neusspray inbrengen die ervoor moet zorgen dat je beter kan ademhalen & ondertussen ’t lopende snot niet met de papieren zakdoekjes kunnen stuiten.

Fascinerend is elke keer de variatie die ’t verkoudheid/griep-virus er in weet te brengen. Was ik een jaar geleden vooral neusverkouden, met een lichte kriebel in m’n keel tegen ’t einde, ditmaal ging een vochtig gevoel in de keel met rochelende hoestbuien, zoals ik die nog van m’n rokende periode weet te herinneren, waarbij tevens pijnlijke botten, vooraf aan een natte neus. Elke keer komt de virus in een andere gedaante. Hij moet zich wel vermommen, want anders wordt-ie bij de toegangspoort van de hemel, die mijn lichaam voor hem moet zijn, teruggestuurd.

De nachten zijn echter over ’t algemeen ‘tzelfde: obsessief. Steeds weer dezelfde plaatjes schieten door ’t hoofd. & Dat nog voordat ik in slaap gevallen ben. Vannacht een 10-tal maal steeds ‘tzelfde gebouw betreden. Ondertussen maalde een liedje door m’n hoofd, de hele tijd ‘tzelfde zinnetje. Ik kwam niet verder dan dat zinnetje. Waarbij ik me de hele nacht afvroeg hoe ik ’t woordje ‘dissappointed’ moest schrijven. Met 1 ‘s’, of 2? & Hoe zat ’t met de hoeveelheid ‘p’-s?
4 Uur mee zoet geweest afgelopen nacht. Terwijl ik ’t bovenstaande schrijf geen behoefte gehad ’t woordenboek erbij te pakken.
Ik verbied mezelf gedurende dit soort nachten te gaan nadenken over hoe lang ’t nog zou kunnen duren voor ik definitief in slaap val. Bezorgt me alleen maar xtra zorg.

Ik heb een xtra grote hoeveelheid zakdoekjes klaargelegd om naar m’n werk mee te nemen. & Een dosis motivatie om op te gaan geven op ’t moment ’t niet meer gaat. Die zal waarschijnlijk niet aangesproken worden. De 1e wel, de laatste niet.
Ik moet ’t maar van de positieve kant bekijken, sprak ik mezelf vanochtend toe, vandaag is m’n laatste dag. Morgen & overmorgen is ’t weekend. & Hoewel we aansluitend een vergadering hebben, is maandag een korte werkdag. Daarnaast, & daar stond ik van te kijken, zat m’n haar verschrikkelijk goed toen ik vanochtend in de spiegel keek.

De dag kan niet meer stuk in Zijperspace.
PS: vlak voordat ik naar m’n werk vertrok ben ik per ongeluk vergeten te publishen; ietwat verlaat verschijnt ’t relaas dus toch. Ondertussen zit ik thuis, snotverkouden. Geen vergadering, want te ziek nog steeds.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *