bijna vorig jaar

M’n moeder hing opeens aan de telefoon. Eigenlijk nogeneens zo opeens, ik had m’n moeder wel vaker tijdens m’n werk aan de telefoon, maar meestal was ik ’t die haar belde. Nu zij mij.
Dat er een vliegtuig neergestort was. Inmiddels al 2. Of ik ’t al wist. In ’t WTC. De Twintowers. Die kende ik niet. Dat zijn die 2 wolkenkrabbers in New York. Dat New York in brand stond. & Er was ook een vliegtuig in Washington gecrasht.

Ik wist nergens van. Ik vertelde ’t iemand anders die nergens van wist.
‘Nee, dat meen je niet,’ zei hij. Terwijl hij de flessen bier in z’n tas deed. ‘Nee, dat meen je niet.’

Ik geloofde ’t ook niet. Maar de straat in hartje Amsterdam leek zo stil opeens. Iedereen leek er al vanaf te weten, want niemand had een onnozel gezicht. Indien wel, dan had je de neiging om ’t te vertellen. Maar iedereen wist ’t al.

‘Heb je ’t gehoord?’ vroeg Linda.
‘Ja, ik had net m’n moeder aan de telefoon.’
‘Ik bel je wel weer zogauw ik iets meer weet.’

‘Er schijnt er nog 1 te zijn neergestort,’ vertelde m’n moeder of Linda.
Ik weet ’t achteraf niet meer. Ik stond slechts in contact met hun 2-en. & Iedereen die ik tegenkwam vertelde ik wat ik had gehoord.

‘No, you can’t mean that,’ zei een amerikaans meisje. Ontkenningen werden die dag door iedereen verdubbeld. Zij deed daar ook aan mee. Terwijl ze daarvoor lacherig mijn telefoongesprek had aangehoord. Ze verstond ’t nederlands voor de helft, begreep ik.
‘No, you can’t mean that. You’re joking.’ Ik had haar na m’n telefoongesprek verteld wat ik gehoord had.
‘I can’t believe it either. But my mother just told me. It sounds like war. They attacked the Pentagon. New York is on fire.’
‘Oh god. I can’t believe it.’
Ik rekende haar bier af & ze verliet zwijgzaam de winkel. She just couldn’t believe it.

De echtgenoot van de alcoholiste keek naar buiten toen ik ’t ‘m vertelde. Hij pakte vol ongeloof z’n tas in. Alsof-ie nooit meer terug zou komen vanwege al die onzin die ik ‘m wijs probeerde te maken. Hij hield z’n mond & vertrok.

Jos kwam terug.
‘Heb je ’t al gehoord?’ vroeg ik ‘m.
‘Waarom denk je dat ik zo laat terug ben?’ zei hij. ‘We zaten aan de radio gekluisterd. Niemand deed nog iets.’

Ik heb m’n moeder nog een paar keer gebeld om te vragen wat er bekend was. Haar tv stond aan. Ze kreeg de hele tijd ‘tzelfde nieuws te zien, vertelde ze. Aan 1 stuk door.
Linda had ‘tzelfde verhaal. Op ’t advocatenkantoor waar ze werkte stond de radio aan. De hele tijd ‘tzelfde nieuws. Met af & toe een kleine verandering in de berichtgeving.
Of ik iets anders te horen had gekregen van m’n moeder?

We gingen allemaal meteen naar huis. De tv moest aan.

Dit, in enigerlei volgorde, heeft plaatsgevonden in Zijperspace.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *