binnen

De vuilnisbak is een ver object. Bijna onbereikbaar. Ik zou wel willen dat ik alles nu weg kon gooien, maar de afstand belet ’t me. & Ik wil de deur niet open doen. Want buiten is ’t donker. Zeker niet koud. Kou ben ik toch zo vergeten. Doet me niks. Een grens van zwart is getrokken achter de barrière van m’n deur. Da’s erger.
De prullen & proppen liggen tijdelijk op ’t afdruiprek. Te wachten tot ik morgen meer moed heb. Ik durf ’t heus wel, bedenk ik bij mezelf, maar ik wil ’t niet. Als ik naar buiten ga wil ik naar buiten willen. & Nu wil ik niet. Er is te weinig moeten.
Stel dat ik in een slak sta, voeg ik toe aan de reeds bestaande angsten, dan kan ik een paar dagen m’n sok niet meer dragen. Die ene linkersok. Want met m’n rechter heb ik minder kans een slak te pletten. & De slak, de platte slak, uitgesmeerd over de onderkant van m’n sok, zal mee moeten m’n wasmachine in.
Hoe lang duurt ’t voordat ’t wasmiddel de slak heeft op laten lossen? Is wasmiddel net zo effectief als zout?
Hoelang duurt ’t voordat ik dat vergeten ben? De aanwezigheid van restanten slak.
Hoe kan je überhaupt een sok uit trekken waar een slak aan vastgeplakt zit?
Je ziet de slakken niet. Tenzij je er op let. Maar dan nog zijn ze behoorlijk zwart in ’t zwarte licht van de nacht. Ook al schijnt ’t licht van binnen, vanuit de keuken, naar buiten, de tuin in. Tot voorbij de deur. Richting de vuilnisbak.
& Dan zie je nog veel meer niet. Veel andere dingen buiten slakken. Maar daar wil ik niet aan denken. Want ik ga toch niet naar buiten om de proppen & prullen op te ruimen. Die laat ik liggen. Hoef ik ook niet aan de rest te denken.
Als ik nu de deur uit zou willen gaan, dan zou ik ’t zo doen. Via de voorkant van ’t huis. Zo de straat op.
Ik wil niet. Maar ik zou ’t zo doen. Ik ben heus niet bang voor donker. Of voor alles dat zich buiten bevindt. & Zich laat maskeren door ’t ontbreken van licht.
Maar ik heb gewoon niks te doen in de tuin. Behalve dan die prullen & proppen opruimen. Dat kan later wel.
& Waarom zou ik vliegen & muggen binnenlaten? Ik voel me al vaak genoeg een monster, die zielige geleedpotige beestjes een marteldood van versterving door hitte & een zoektocht naar vrijheid laat doorgaan. Ik wil me niet nog schuldiger gaan voelen. De wereld drukt al op m’n schouders. Blij dat daar even geen mug bij zit.
Ik zou bezwijken. Niet alleen vanwege de mug. Er zijn al zoveel dingen waar ik rekening mee moet houden. Ik hoef geen donkerte erbij. De deur kan net zo goed dicht blijven. De nacht blijft buiten. Ik binnen. & Als ’t perse moet, dan mag er morgen wel weer frisse lucht komen.

Ademhalen kan altijd nog in Zijperspace.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.