biologisch

Gisteravond bekeek ik een docu over een man die z’n biologische vader zocht. Hij behoorde tot de 1e groep kinderen ter wereld gekomen dmv kunstmatige inseminatie. ’t Was een behoorlijke speurtocht tezamen met z’n biologische broer, die hij ook nog maar net had leren kennen. Ze namen dna-testjes af van de nakomelingen van mogelijke vaders, maar konden ondanks dat uiteindelijk niet hun werkelijke vader achterhalen.

De docu had een bevreemdend effekt op me. Ik begon me voor te stellen hoe ’t zou zijn als m’n vader niet werkelijk m’n vader was. Dat ik dat plots te horen zou krijgen.

Dat is iets wat niet mogelijk is. Bedacht ik me meteen. Geen van de 6 zonen zou mogelijk een andere vader kunnen hebben. Ze lijken allemaal te veel op Pa.
Er schiet me bij die gedachte steeds een foto in herinnering, waarbij slechts de rug van m’n vader te zien is. Hij heeft daar een houding die mij zeer bekend voorkomt. Alsof ik een foto van mezelf zie. Of die van m’n oudste broer.

Tegenwoordig niet meer. We moeten er nog wat jaren over doen & Zelf Parkinson onder de leden krijgen om zo te gaan lopen of op zo’n manier ingezakt te staan.

& Toch kan je zien, toch kan ík zien dat ’t m’n vader is. De echte.

Bewijs is niet altijd noodzakelijk in Zijperspace.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.