blikje

Ik was bang. Hij had gezegd dat-ie een poeier op m’n hoofd zou geven als ik ‘m nog een keer z’n blikje heineken zou weggooien. Ik had gezegd dat ik blij was dat te weten.

Ik vertelde ’t m’n collega’s, maar richtte me daarbij vooral tot de collega die reeds de meeste jaren met me achter de bar had gestaan. Hij was ook al agressief tegen haar geweest, zei ze.

Even verderop vroegen de jongens aan me: ‘Hoe voel je je nu, Ton?’
‘Oh, ’t gaat wel goed.’
‘Niet te druk?’
‘Ach, maar dat ben ik toch gewend.’

‘Nog 1 keer dat je m’n blikje weghaalt & je krijgt een poeier op je muil,’ zei hij.
‘Word je lastiggevallen?’ zei de jongen die tegelijkertijd met me naar binnen liep. Hij was aan de kant gegaan om mij & de glazen die ik droeg ruimte te geven. ‘Als je een bodyguard nodig hebt, dan zeg je ’t maar.’
‘Nee, hoor. Dat kan ik alleen wel af,’ zei ik. ‘Ik ben wel wat gekken gewend.’
Ik kon me niet voorstellen dat die jongen een bodyguard voor mij zou kunnen zijn. Ik liep door naar de bar om trillend de glazen neer te zetten.

‘Hé, Cello,’ zei ik, ‘wat was dat nou voor rare vriend van jou? Die hoort hier niet thuis.’
‘Wie bedoel je?’
‘Die gozer met dat rode jasje. Waar je mee naar binnen kwam. Hij zou wel even bier voor je halen, maar toen-ie achteraan moest aansluiten ging-ie met een bundel geld zwaaien. Hij zei dat wij een goede klant kwijt waren geraakt.’
Cello weet opeens over wie ik ’t heb.
‘Oh, die! Die kwam ik hier tegen. Die zou ik nooit meenemen hiernaartoe. Hij wilde bier voor me halen. Hij was net vrijgekomen. Ik ken ‘m wel. Maar hij is niet mijn vriend. Ik zou ‘m nooit meenemen.’

‘Hé, dooie,’ hoorde ik achter me roepen, ‘je moet van m’n blikje bier afblijven.’

‘Cello, is dit blikje Heineken van jou?’ vroeg ik.
‘Nee,’ zei Cello schuchter. Hij keerde meteen z’n hoofd af, alsof hij niet wilde weten dat hij erbij hoorde.
‘Dat is dan maar goed ook,’ zei ik tegen ‘m.
Ik pakte ’t blikje op & nam ’t mee naar binnen. Zo te voelen was ’t nog ½ vol. Achter de bar gekomen gooide ik ’t in de prullenbak.

‘Zeg,’ zei ik tegen de jongen in ’t rode trainingsjasje, ‘ik vind ’t toch niet zo leuk wat je tegen me zei. Zo hoeven we toch niet met elkaar om te gaan?’
‘Jij haalde een blikje bier van me weg.’
‘Dat was een blikje Heineken. Dat verkopen we hier niet. Je krijgt hier bier uit de tap. Ik vroeg nog aan Cello of ’t van hem was.’
Cello knikt op de achtergrond.
‘Ben ik even naar de wc & dan wordt m’n blikje gewoon maar weggenomen. Ik vind jullie bier niet lekker. Daarom drink ik iets anders.’
‘Maar je snapt toch wel dat wij dat niet goedkeuren?’
‘& Daar aan de overkant van de weg, aan de waterkant? Wat drinken die mensen daar dan?’
‘Bier van ons.’
‘Mag dat zomaar?’
‘Dat wordt gedoogd.’
‘Als dat dan wordt gedoogd, enkele 10-tallen mensen per week drinken daar bier van jullie, waarom wordt dat ene blikje van mij niet gedoogd?’

Ik haalde een biertje voor hem.
‘Die vind je toch niet lekker.’
‘Tuurlijk wel.’
‘Daarnet zei je anders dat je ons bier niet lekker vond.’

‘Ik snap jouw punt,’ zei ik tegen hem, ‘maar snap jij dan die van mij?’

De jongen die een borrel gaf keek me aan.
‘Bedankt voor de service,’ zei hij.
‘Service?’ Ik keek ‘m verbaasd aan.
‘Nou ja, bedankt voor de snelle bediening en zo.’
‘Ik wou al zeggen: wij doen niet aan service.’

‘Mag ik de lege glazen alsjeblieft?’ vroeg ik.
Ik kreeg wat aangereikt. Voor de glazen waar ze niet bij konden diende ik een stoel te verschuiven. De stoel duwde een stapel om. Gerinkel van kapot vallend glas op ’t terras. Ik deed alsof ’t de gewoonste zaak van de wereld was. Er valt wel vaker een glas om, was van m’n hoofd te lezen. Ietwat té onbekommerd naar mijn zin.

Johnny kwam op me af.
‘Gaat ’t een beetje?’
Hij schudde me de hand. Ik schudde terug zoals ethiopiërs terug schudden. Arm om z’n schouder.
‘Tuurlijk gaat ‘t. Wat dan?’
‘Ik zag daarnet.’
‘Wat bedoel je?’
‘Daarnet,’ terwijl hij met z’n hoofd beweegt.
‘Oh, je bedoelt die jongen die vanmiddag tegenover jullie zat? Die perse lastig wilde zijn.’
‘Nee, ik hoorde daarnet gerinkel. Je was in de stress, dacht ik.’
‘Oh, nee hoor. Ik liet gewoon wat glazen vallen omdat ik niet uitkeek.’
Arm om mijn schouder. Arm om zijn schouder. Handen worden geschud.

De bar is gesloten. Ik moet ’t verhaal aan m’n collega’s vertellen.

Er bestaat alleen geen chronologische volgorde in Zijperspace.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.