consequent

Er zijn bepaalde tegenstrijdigheden in ’t leven, of nou ja: in míjn leven in ieder geval, die ik maar niet kan vatten. & Dan heb ik ’t vooral over hoe mijn lichaam reageert onder bepaalde omstandigheden.

In schema (kijken of me dat lukt):
Onder situatie 1 bevind ik me in minder aangename omstandigheid, maar trek ik me daar niks van aan.
Bij de 2e situatie is ’t voor m’n lichaam aangenaam vertoeven, maar voel ik de naweeën van de mindere omstandigheid.

Dat is natuurlijk niet te begrijpen. Ik zal ’t moeten illustreren. Buiten dat: men gaat niet m’n tekst lezen om zoiets vaags tegen te komen als een mislukte poging iets in een schema te stoppen.

’t Wordt al wat kouder. De kachel gaat bij mij onmiddellijk aan zogauw ik thuis kom. Belangrijker nog: hij gaat aan zogauw ik ’t bed uitstap. M’n lichaam heeft een grote voorkeur voor de comfort van warmte, & niet te veel kleren aan.
Die kachel gaat natuurlijk niet aan op ’t moment dat ik middernachtelijk rondwaar. ’t Is ondertussen een gewoonte van m’n lijf geworden, ik kan ’t niet meer tegenhouden, ’t zit in z’n systeem, een klein ½ uurtje, meestal zo rond de klok van 5, wakker te zijn (bij nalezing een ingewikkelde zin, maar probeer ’t maar ‘ns anders uit te drukken). ’t Wordt in 1e instantie veroorzaakt door de grote behoefte de blaas te legen, maar door deze tocht toiletwaarts raakt m’n geest blijkbaar ook ietwat aktief. Niet meer tot slapen bereid. Om die enigszins te kalmeren vermaak ik me op dit godsonvruchtig uur met wat teksten, op papier dan wel op internet.
Een ½ uur lang zit ik spiernaakt, ik pleeg nu 1maal in die hoedanigheid m’n nacht in bed door te brengen, in een ijskoude kamer. Zonder ergens last van te hebben.
Bij ’t uiteindelijke ochtendritueel, ik ben geheel wakker, de kachel staat al een poos te loeien, ik heb in de koude keuken thee gezet, boterhammen gesmeerd, na al die afzonderlijke delen van ’t ochtendritueel doorlopen te hebben, verga ik van de kou zogauw ik de kamer, de warme kamer, wederom betreed.

Ander kort voorbeeld: de hoeveelheid boterhammen die ik ’s ochtends consumeer.
Sta ik vroeg op, men moet daarbij denken aan een uurtje of ½ 9, heerlijke werktijden als ik heb, dan eet ik zeker 3 boterhammen. Heb zelfs trek in de 4e. Ik moet me daarin tegenhouden, want ik weet dat ik ’t prettig vind om op m’n werk ook nog 3 boterhammen te nuttigen.
Laat opstaan (± 10 uur, soms iets later) betekent slechts met moeite 2 boterhammen naar binnen werken. & Dat niet eerder dan een uurtje of 11-½ 12.

Dat snap ik dus niet. Die tegenstrijdigheden. Kan dat niet wat consequenter, zou ik m’n lichaam willen vragen. Er bestaat toch zoiets als biorithmiek? Dat zelfde verschijnsel dat m’n lichaam dwingt tot nachtelijk ijsberen over ’t internet/in boeken. Dat zelfde verschijnsel dat me dwingt ’t toilet te bezoeken tussen de 1e minuut van uit bed gestapt zijn & een ½ uur erna.

’t Zou me misschien wat geld kunnen besparen, als ik ook overdag in adamskostuum zonder kachel kon leven. Trek ik desnoods een broek aan om de achterburen een enigszins fatsoenlijk uitzicht te bezorgen. ’t Zou in ieder geval wat consequenter van m’n lichaam zijn. & Mij minder tot peinzen aanzetten.

& Zijperspace valt niet in schema’s te vatten.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *