Conversatie VIII

‘Mijn onderbroeken zijn een indicator.’
‘Waarvan? Dat ’t aantal strontvliegen in de buurt is toegenomen?’
‘Hahaha, ja. Dat zou ook kunnen. Maar ik kan er eigenlijk niet zo goed tegen ze rond te zien darren in de stront. & Moet er niet aan denken met een stokje er in te moeten wroeten.’
‘Je mag ’t me evengoed vertellen, hoor, wat jouw ondergoed je doet vertellen dat er iets aan de hand is.’
‘Nou, ’t is vooral als ik de was net uit de wasmachine heb gehaald & in de aanslag sta om ’t aan de lijn te hangen.’
‘De pas gewassen was.’
‘Eigenlijk is dat ook een indicator. Goed dat je dat zegt.’
‘Je moet toegeven dat ik je af & toe heus wel aanvoel.’
‘”Pas gewassen was” zingt altijd door m’n hoofd als ik de wastrommel leeg haal. & Dat kan een tijdje voortduren. ’t Hele zinnetje “De pas gewassen was die pas gewassen was” kan er voor zorgen dat ik de zin probeer te verlengen, variaties er op verzin, die allemaal met de was te maken hebben. Soms word ik er gek van, andere keren maakt ’t me juist rustig.’
‘& Dan kijk je naar je herenslips, netjes op een rij: & zingt ’t lied zacht sussend zichzelf voorbij.’
‘Was ’t maar zo. ’t Kan gebeuren dat ik vervolgens tijdens een fietstocht de verzonnen zinnen aan 1 stuk door m’n hoofd voel zigzaggen. Ergens op de achtergrond, maar ’t voelt alsof iemand 3 deuren verder 100 gaatjes in de muur aan ’t boren is. ’t Is ver weg, maar ’t is er wel.’
‘Maar nu over die indicatorfunctie van je pas gewassen was.’
‘Niet al m’n onderbroeken zijn groen.’
‘Dat is toevallig: die van mij ook niet.’
‘De meeste van mij wel.’
‘& Niemand die ’t ziet.’
‘Klopt. & Toch voel ik me er prettig bij.’
‘Ik vond je er de laatste tijd al gelukkig uitzien.’
‘Ze zijn al jaren groen.’
‘Je hebt er eerst aan moeten wennen, maar nu je ’t als een constante in je leven beschouwt, merk je dat er zich minder onrust buiten jezelf voordoet.’
‘Je bent erg grappig, maar je zit er niet eens zo ver naast.’
‘Nou vertel ’t maar. Je hebt heus wel door dat ik op randje stoel zit in afwachting van de onthulling.’
‘Sommige zijn niet groen.’
‘O, was dat ‘t. Nou, dan ben ik op de hoogte. Volgende keer hebben we ’t over de vogeltjes die in je tuin fluiten, maar voor nu bedankt voor de thee & koekjes.’
‘Ik ben er bijna, maar als je je eigen grappen leuker vindt, dan gaan we daar gewoon mee verder.’
‘Dat doe ik evengoed wel, dat weet je.’
‘Nou, als ik die was ophang, dan moeten de onderbroeken bij elkaar gegroepeerd worden.’
‘Niet tussen de sokken.’
‘Nou, vooral op kleur & op patroon. Maar ik mag niet bewust kijken naar wat ik uit de stapel pak.’
‘Anders is ’t spel niet leuk genoeg?’
”t Is geen spel. Eerder een dwangneurose. Nou ja, dat is misschien overdreven.’
‘Maar dat maakt ’t wel leuker.’
‘Dus groen bij groen, zwart bij zwart, maar als ik de 1e onderbroeken verkeerd heb opgehangen, dan passen enkele die later uit de stapel komen niet meer op een goede bijpassende plaats. Mag niet, maar dan ga ik vals spelen.’
‘Kan je me die indicator-clue nu eindelijk duidelijk maken? Ik weet ondertussen genoeg van hoe jij dankzij onderbroekenlol de dag overleeft.’
‘Ik merk de laatste tijd dat ik ze kriskras door elkaar kan hangen.’
‘Dus morgen wordt ’t mooi weer?’

Maar de engeltjes bleven lekken op de hoofden in Zijperspace.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *