Cursus Lijfloggen: Deel 3

Associeer!

Het menselijk brein heeft een kader nodig. Van kindsbeen af vergelijkt de mens de ene gebeurtenis met de andere om het te kunnen duiden, waarde te kunnen geven. Het ene moment voelt iets erger dan de andere keer. Of juist minder erg. Of een bepaald gevoel lijkt op een gevoel dat al eerder is doorgemaakt. Net niet hetzelfde, maar het lijkt er op. Waardoor de ervaring in perspectief gezien gaat worden.
Naar gelang de jaren die het doormaakt wordt de belevingswereld van de persoon in kwestie rijker, met meer kleuren geschakeerd. Alles blijkt z’n nuances te hebben, niets toont zich als slechts zwart-wit. Tussen geel en rood blijkt oranje te zitten, tussen blauw en geel groen. Maar om dat te weten te komen moet je je wel eerst beseffen dat blauw, geel en rood bestaan.
Ik wilde laatst een zak belgische friet hebben. Een kleintje, want ik zou een uur later bij iemand gaan eten. Evengoed moest mijn maag een ietwat gevuld worden, anders zou ik de reis naar die persoon toe niet kunnen volbrengen.
Ik bestelde een kleintje patat.
Hadden ze niet. De kleinste die ze hadden was ‘medium’. Zo noemden zij de kleinste maat. En anders werd het een ‘large’ patat.
Dat kan helemaal niet, probeerde ik de heren patatboer uit te leggen. Je kan geen medium verkopen als er daarnaast ook geen kleinere maat bestaat. Medium hoort tussen twee eenheden in te zitten: klein en groot. Als één van beiden niet bestaat, dan bestaat medium ook niet. Ik wilde m’n maag een klein beetje vullen, niet een medium beetje.
Ze keken me met vragende ogen aan. Nooit gehoord van die redenatie.

Deze heren hebben geen kader meegekregen. Geen vergelijkingsmateriaal. Ze weten niet dat ze pas iets kunnen beoordelen als ze weten wat de waarde is van hetgeen ze tot dan toe hebben ervaren. Mocht het zo zijn dat mijn conclusie in deze niet juist is dan kan men in ieder geval vaststellen dat ze geen juist referentiekader hebben: ze weten niet wat groot is en wat kleiner dan groot, of andersom. Ze snappen niet dat een belevingswereld in eerste instantie wordt opgebouwd uit extremen: klein en groot, waarop dan pas de tussenruimte kan worden opgevuld. Zij zijn halverwege begonnen met die ruimte opvullen. Waardoor iets kleins plotseling niet zou mogen bestaan?

Dit als introductie op mijn thema van deze aflevering: het associëren. Om aan te geven dat het één niet zonder het ander kan bestaan. Haal je het één weg, dan bestaat het ander niet meer. Dan stopt de beleving. Dan denkt een mens niet meer na.
Alles wat een mens gebeurt doet hem vergelijken met hetgeen hem eerder is overkomen. Als er een tand getrokken moet worden, komt de herinnering aan de bolle wang na trekking van de verstandskies als vanzelf tevoorschijn; bij eventuele pijn komt de lange wachtende rij bij de apotheker in herinnering, wellicht ook de man die de apothekersassistente schoffeerde, of het benauwde gevoel tijdens de hittegolf, waardoor het een opluchting was je te mogen bevinden in de koele atmosfeer die de airconditioning in de apotheek creëerde.
Een mens staat niet stil, zeker zijn gedachtes niet.
Terwijl ik bezig ben dit te schrijven, zit ik bij tijd en wijle, wachtend op inspiratie voor de volgende zin, voor me uit te staren. Ik leun achterover in mijn stoel, verschuif mijn voeten, en bemerk plotseling dat ik mijn tenen door op en neer bewegen kan laten ‘knakken’. Een lichte tik laat zich horen als ik mijn grote teen op een bepaalde manier van gebogen naar recht strek.
Was er niet een tijd, zo schiet me onmiddellijk te binnen, dat iedereen in mijn omgeving, en dan vooral de jongens, bezig was geluiden te maken die zo eng mogelijk moesten klinken? Vincent kon z’n duim op een bepaalde manier lichtelijk uit de kom trekken, waarbij een geluid veroorzaakt werd dat door merg en been ging. Als hij z’n best deed lukte het hem ook met zijn wijsvinger. Dan zag je bij wijze van spreken z’n botten verschuiven onder de huid. De rillingen liepen over de rug. Vooral doordat het geluid de inbeelding versterkte; de inbeelding van wat zich onderhuids bij Vincent plaatsvond.
Vincent was ‘cool’. Want Vincent kon iets dat je deed huiveren. Waarop iedereen cool wilde zijn. En in die pogingen minstens zo cool te zijn ging men zover dat de leraar er op een gegeven moment genoeg van had en mensen de klas uit stuurde als zij hun vingers lieten knakken. Om die maatregel aan te kondigen trok hij snerpend met zijn nagels over het krijtbord. De leraar was een engerd.

Het één roept het ander op. Een geluid kan mensen doen terugdenken aan iets wat lang geleden heeft plaatsgevonden. Een geur doet dat nog sterker; in veel mindere mate gebeurt dat met de smaak van iets (heeft te maken met waar de verschillende hersenfuncties zich ten opzichte van elkaar bevinden).
Waarmee ik maar bedoel te zeggen dat geen enkele gebeurtenis op zichzelf staat. Men heeft al iets eerder meegemaakt, en dat verleden tekent, of kleurt zogezegd, de belevenis van dat moment. Men anticipeert door díe eerdere gebeurtenis op hetgeen men later meemaakt, men motiveert daarmee zijn verder handelen. En de mate waarin dat handelen afwijkt van het handelen van anderen in een soortgelijke situatie tekent het karakter van de persoon. Het laat zien wie men is.
Als men schrijft over wie men zelf is, schrijft over hetgeen men beleeft, dan kan men zijn eigen stempel op die schrijfsels, de ogenschijnlijk voor derden niet ter zake doende belevenisjes, accentueren door te refereren naar iets dat eerder heeft plaatsgevonden.
Laat zien waar je aan moet denken, geef het beschrevene meer kleur, meer diepte, door te putten uit hetgeen dat jou tot dat moment gevormd heeft. Maak het geschrevene minder plat, minder ééndimensionaal, en laat het tot leven komen door er iets bij te halen dat het in perspectief zet. Je gaat er zelf meer van leven.
Huiswerk: Stoot je grote teen tegen een uitstekende tafelpoot en wordt je bewust van de herinneringen die de pijn oproept. Pijn werkt erg associatief. Poog die associaties de komende maand in je lijflog te verwerken.

(Deel 2 van de Cursus Lijfloggen die ik voor ’t weblogmagazine about:blank geschreven heb, is niet terug te  vinden. ’t Zou goed kunnen dat die nooit bestaan heeft. Afl 0 staat hier; ’t zou goed kunnen dat ik die als Afl 1 ben gaan zien, Afl 1 als Afl 2, waardoor bovenstaande Afl 3 werd. De gehele Cursus Lijfloggen bestaat uit 50 afleveringen, die ik door ’t verwijderen van ’t archief verloren had gewaand. De komende tijd zal ik de rest van ’t materiaal gaan publiceren. Alle 50 afleveringen heb ik nl inmiddels teruggevonden. Op Afl 2 dus na…)

Eén reactie op “Cursus Lijfloggen: Deel 3”

  1. Ik cieer ontzettend asso. Vind ook dat je alleen gelukkig kan zijn na een ongelukkige periode. Ongelukkigheid proberen veel mensen te voorkomen en daardoor worden ze niet echt gelukkig. Zelf ga ik niet voor geluk, maar voor tevredenheid, scheelt erg veel geld. Zo ben ik tevreden zonder auto of smartphone.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *