cyclopediam zijperspaceaneum (vervolg)

’t Staat hier vol met objecten waar men geen weet van heeft. Slechts een enkeling is, of zal dit misschien ooit zijn, er getuige van. & Voor je ’t weet is ’t afgelopen & tot stof vergaan.
Daar ben ik me des te meer van bewust nu ik ’t bed uit de hoogslaper heb geheven & tot ’t niveau van de grond heb gebracht. Aldus trekt de hoge warmte aan mij voorbij & kan ik mij, zoals ik gewoon ben, hullen in m’n dekbed. Ipv totaal ontbloot zwetend de slaap te moeten proberen te vatten.
M’n huis is gelijk een ander huis. Er is nu geen eettafel meer, die is in ieder geval onbereikbaar geworden, er is geen pad, maar die is ook niet meer nodig, want de slaapkamer is tijdelijk overbodig.
Het is hier echter wel stukken drukker.
Waar ik 1st een heel huis voor had, dient ’t zich nu te beperken tot de helft ervan. Tijdelijk, ik zei ’t al: van tijdelijke aard, tot zolang die hitte aan blijft duren, maar ’t zorgt er wel voor dat de objecten zich wat meer aan mij opdringen. Ze zijn wat meer aanwezig.
Ik word er ook wat meer mee geconfronteerd, nu m’n blik de kamer in me direct alles voorschotelt wat deel is van m’n dagelijkse leefomgeving. Zag ik voorheen, vanuit m’n hoogslaper, meteen m’n plafond, & daar valt ondanks z’n structuur toch weinig bij te fantaseren, & niet meer dan dat tenzij ik me op zou richten, nu laat alles zich zien zogauw ik vanuit de slaap m’n ogen voor ontwaken open.

& Al die objecten, daar wilde ik ’t eigenlijk over hebben, vertegenwoordigen, ieder voor zich, een eigen verhaal. Alles heeft zijn eigen leven. Gehad, of dat wat nog zal komen.
Nou weet ik van dat laatste nog weinig af. Maar van dat andere, dat wat al geweest is, daarin ben ik een expert. Want alles wat zich hier bevindt is mij ergens onderweg tegengekomen. Van dat gezamenlijk kruispunt kan ik verhalen. Hoe groot dat kruispunt was, wie ons daar nog meer passeerde, hoe of ’t weer was zoals ’t zich rond dat moment voordeed, of er ongelukken plaatsvonden of dat ‘t verkeer zich juist zeer soepel langs elkaar voortspoedde & hoe lang wij samen onze reis hebben voortgezet en of dit tot ons beider genoegen was.

Waar houdt alles op met te bestaan, vraag ik mij wel ‘ns af. Is iets al begraven zogauw ’t zich hier in m’n kamer bevindt & ik er tegenover niemand over rep? Is ’t feit dat ik ’t slechts in m’n gedachten met me meedraag reden voor een ander om ’t als niets te beschouwen? Niets als in ‘niet voorstelbaar’, dus van geen belang, dus niet-bestaand.
& Waar hebben die dingen, ‘objecten’ is eigenlijk al een te groot woord voor iets wat zich beperkt tot slechts mijn leefwereld, hun bestaansrecht aan te danken? Slechts omdat ik ’t toevallig een bepaalde periode in m’n leefomgeving heb gehouden?
& Mag ik, als hun tijdelijke gebruiker, hun ‘zijn’ niet een beetje verlengen, door, hoewel slechts in woorden, van hun bestaan kond te doen?
Is ’t niet zonde dat iets straks weg is, slechts omdat ik niet meer besta? Iets kan toch niet zomaar 1-dimensionaal door alleen maar mijn leven heen gaan, terwijl ’t de mogelijkheid in zich had zich uit te spreiden in aanwezigheid, alleen al door de anekdotes die aan ’t zich hier bevinden verbonden zijn, tot een wijder heelal.

Datzelfde bed bijv, dat is ooit door mij gekocht. Dat ligt hier niet zomaar te liggen, dat heeft moeite moeten doen om hier te geraken. Er is geld aan besteed, dat geld is verdiend, er was een vooropgezet plan om ’t tot mijn bezit te laten worden & buiten dat heeft ’t ook nog andere lichamen mogen torsen dan slechts die van mij.
Waarom heeft men daar geen weet van? & Bovenal: waarom zou men er niet de mogelijkheid toe mogen hebben zich daarvan op de hoogte te stellen?

Daartoe nu heb ik besloten ’t Cyclopediam Zijperspaceaneum op te zetten. Zodat niet alles door onopmerkzaamheid, door desinteresse, door een omissie van dat wat beschreven staat, verloren zal gaan.
Want niet alles hoeft slechts stof te zijn & tot stof te wederkeren zonder onderweg iets te hebben aangetroffen waardoor ‘t ’t gevoel zou kunnen hebben net iets meer te zijn dan een toevallige samenbundeling van dat beetje stof.

& Hiertoe hebben we Zijperspace geschapen, om ’t wederom tijdelijk te kunnen herbergen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.