dodenherdenking 2003

‘Pff,’ zegt Fret, als-ie achter de bar komt staan, ‘’t is dodenherdenking vandaag.’
‘Ja,’ zeg ik, ‘daar moeten we wel even aan denken om 8 uur.’
Fret kijkt vermoeid. Hij heeft er geen zin in. ‘Zullen we ’t dit jaar gewoon overslaan? ’t Is al 60 jaar geleden.’
Jeroen kijkt verontwaardigd. Hij zit aan de bar, voor de tap. Hij kan alles horen wat we zeggen.
‘’t Is niet alleen voor de doden van de 2e Wereldoorlog. Er sterven nog steeds mensen door oorlogen.’
‘Oja, ’t is ook daarvoor,’ verzucht Fret. ‘Dan moet ’t maar.’
Fret keert zich af. Naar de volgende klant. Maar Jeroen is nog niet klaar.
‘Ik ben m’n vader & m’n moeder allebei verloren daardoor. Dan kan er best wel 2 minuten stilgehouden worden.’
Ik dacht dat Jeroen nederlands was, bedenk ik, & wend me ook naar een klant.
‘Zeg ’t maar.’

‘Gaan jullie straks dicht?’ vraagt een ethiopiër, wat later in de middag.
‘Tuurlijk gaan we dicht,’ zeg ik, ‘we gaan elke dag dicht.’
‘Dodenherdenking?’ stelt-ie vragend.
1 Woordje. We zijn weer terug in de realiteit.
‘Oja,’ reageer ik snel, ‘we gaan net als anders om ¼ voor 8 dicht & om 8 uur roep ik denk ik om 2 minuten stilte.’
Ik weet ’t nog niet zeker. Een heel terras tot stilte manen is iets wat ik nog niet eerder heb gedaan. Misschien alleen maar binnen.

‘Dames & heren,’ roep ik, ‘’t is 4 Mei: dodenherdenking. Graag 2 minuten stilte.’
Ik loop naar buiten terwijl ’t binnen stilvalt. Ik ga midden op ’t terras staan.
‘Dames & heren,’ begin ik weer, ‘’t is vandaag 4 Mei: de doden worden vandaag herdacht. ’t Is 8 uur, 2 minuten stilte, alstublieft.’
Ik keer me om. Voel alle blikken in m’n nek. Een ethiopiër gebaart rechts voor me.
‘Wat zei je? Is de bar nog niet dicht?’
Ik leg m’n vinger op m’n mond. Ssssst, gebaar ik. Hij kijkt vragend.
‘Dodenherdenking,’ zeg ik zacht.
Hij krijgt een zetje tegen z’n elleboog. Met een kort woord. Opeens is-ie stil. Met een verontschuldigende hand richting mij.
Ik loop weer naar binnen. Zie 2 lege glazen staan. Ik weet me nog net in te houden. & Loop door naar een kruk aan de bar.
Stilte.
Behalve aan de tafel waar Fret bij is gaan zitten. Zacht gefluister.

Sas staat bij de klok. Ze knikt als ’t zover is.
‘Dankuwel,’ zeg ik.
Onmiddellijk begint er geroezemoes.
Ik loop meteen door naar ‘t terras. Voordat ik iets zeg kan ik nog net zien dat iedereen op ’t terras stil is. Ook de ethiopiër die nog wat wilde drinken.
‘Dankuwel,’ zeg ik ook hier.
De ethiopiërs klappen. Net als vorig jaar. Ik keer me snel om. Wil niet dat ze voor mij klappen.

‘Ik vind ’t altijd heel bijzonder,’ zegt Sas na ’t schoonmaken, ‘als opeens ’t hele proeflokaal stil is. Van ’t ene op ’t andere moment.’
We zitten voor ‘t 1st buiten, dit seizoen, na afloop van ’t werk. Ik neem een slok van m’n bier. Fret zit ongeïnteresseerd tegenover me. Z’n glas staat voor ‘m.
‘Ik vind ’t zo afschuwelijk,’ zeg ik. ‘Ik weet absoluut niet meer wat ik moet doen op zo’n moment. Ik kijk een beetje voor me uit, maar ik krijg altijd ’t idee dat anderen zien dat ik me verschrikkelijk druk maak. Omdat ik niks te doen heb voor 2 minuten.’
‘Niemand die dat ziet,’ zegt Sas.

Zeker weten doen we dat nooit in Zijperspace.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.