doorgaat

’t Enige excuus dat ik had was dat Wieneke in ’t zwart gekleed was.
‘Zwart kleedt af,’ zei ik tegen haar,’dat weet je toch?’
Maar eigenlijk moest ik gewoon bekennen dat ik er geen oog voor heb. Ja, de dikke buik van Kika, die kon ik nog wel herkennen. Die stond dan ook recht naar voren. Voor de rest heb ik er blijkbaar geen oog voor. Zowiezo, vrouwen. Ik zie ze wel staan, op m’n werk ren ik op ze af om ze te helpen, ik begluur van top tot teen zonder dat ze er iets van merken, maar doorhebben doe ik ze niet. Ik kan me niet voorstellen dat ik ooit met zo’n wezen een relatie zal krijgen. Vroeger wel, daar niet van, maar die fase in m’n leven is allang weer voorbij.
Berdien vroeg: ‘Hoe zit ’t met je liefdesleven?’
Nog maar de 3e keer deze week dat die vraag aan me gesteld werd. ’t Zijn ook altijd vrouwen die deze vraag belangstellend kunnen voorleggen. Zonder bijbedoelingen. Ga ik bij dit soort gespekken altijd vooralsnog van uit. Omdat ’t zo vriendelijk belangstellend is van de vrouwen die dit soort vragen stellen ga ik er altijd op in.
‘Liefdesleven? Waar gaat dat over? Kan je dat spel met meerdere personen spelen?’
Berdien lachte.
‘Doe jij er dan wel aan?’ vroeg ik haar.
‘Nee, ik weet eigenlijk ook niet meer wat ’t is.’
Voor de rest laten dit soort vrouwen me over ’t algemeen ongemoeid. Ik hun ook. Ons soort denkt dan niet meteen aan relaties met elkander.

’t Is overigens een hele kunst om in een drukke kroeg niet met vrouwen in aanraking te komen. Ik mag van mezelf ze heus wel aanraken, ik zal ook wel moeten in die allemachtige drukte die de laatste tijd meer schering is dan inslag, maar alles met beleid. Terwijl ik met de vuile glazen met m’n linkerhand geklemd tegen m’n borst loop, leg ik subtiel m’n hand aan de zijkant van de schouder van iemand die net iets te veel in de weg staat. Helpt. Men neigt automatisch een stapje naar voren. Bij vrouwen voel ik dan de bh-bandjes door de trui of shirt heen. Ik trek me daar niks van aan, ’t doet me niks, want dat mag ik nl niet van mezelf. Ik zal de laatste zijn die in die massa mensen z’n lichaam tegen de borsten van een vrouw aandrukt. Behoedzaam keer ik m’n lichaam om, zodat de boezem langs mijn rug onvoelbaar aan mij voorbijgaat.
Begrijp me goed: niets zo mooi als de buste van een vrouw, maar men zal mij niet betrappen op ’t opzettelijk in kontakt treden daarmee. Tenzij we er allebei van weten. Meestal is dat dan echter ’s avonds laat. Niet in de kroeg. Zeker niet op m’n werk.

Dus zei ik tegen Kathelijn: ‘Subtiel, hè?’ toen ik haar schouders zachtjes liet weten dat ik even moest passeren met m’n stapels glazen. Ze keek nl lichtjes verbaasd.
‘Nou, je doet me anders behoorlijk pijn. Je nagels staan er in.’
Alsof ik niet door had dat ze een grapje maakte, ging ik er op in. Gelukkig wist zij me bijtijds de mond te snoeren. Die stomme mannen, die altijd maar alles serieus nemen; dat gezicht trok ze erbij.
‘Maar hé, is Ilse dan niks voor jou?’ vroeg ze me plots.
‘Hoezo?’
Altijd doen of m’n neus bloedt. Beste oplossing. Stel je voor dat ze nog wat gaan denken achter dat geflirt van me. Tuurlijk wist iedereen van ’t Paradiso-personeel (ga ik niet uitleggen, maar ga er voor ’t gemak van uit dat Kathelijn, Ilse & hun gezelschap allemaal bij Paradiso werken & dat ze zo af & toe bij mij wat komen drinken) dat Ilse m’n speciale aandacht had. Altijd, al tijden, met overdreven toewijding. Klein, fragiel meisje; lacht leuk. Ik kan gewoon niet anders zogauw ik haar zie.
‘Ilse is alleenstaand,’ ging Kathelijn verder, ‘jij toch ook?’
Dat soort dingen vallen dus direkt van m’n gezicht te lezen, schijnt. Of anders wel heel makkelijk af te leiden van de aandacht die ik kleine fragiele meisjes die leuk glimlachen geef.
‘Ja, ik ook. Maar dat ben ik al jaren, hoor. Dat wil niet zeggen dat ik zomaar wat met Ilse zou willen.’
‘Maar ze is heel leuk hoor. Nou werk ik niet zo vaak met haar, ze werkt nu 1maal op andere dagen dan ik, maar ik weet dus wel dat ze al een tijdje vrijgezel is. Als jij nou ‘ns wat langer doorgaat. Want dat heeft ze nodig. Zij heeft iemand nodig die, zeg maar, ‘doorgaat.’
Dat ‘doorgaat’, dat zei Kathelijn met een speciale nadruk. Daar zat de krux.
‘Oh, maar dan is Ilse eigenlijk net als ik. Ik zet ook nooit door. Dat moeten vrouwen altijd bij mij doen.’
‘Oja?’ Kathelijn keek me even in de ogen. Helaas, er zat weer ‘ns geen verkeerde bedoeling achter die blik. Geen moment van verzinken in mijn toch zeker niet onprettige ogen (dat laatste heb ik me ooit laten wijsmaken; wederom was er toen een vrouw in ’t spel).
‘Weet je wat ik dan ga doen?’ ging Kathelijn verder. Serieus, ze had ’t masterplan al helemaal in haar hoofd. ‘Als we dan straks met elkaar aan ’t eten zijn, dan vertel ik aan Ilse dat jij echt een man bent die behoefte heeft aan een vrouw die ‘doorgaat’. Want dat is ’t woord voor vanavond: ‘doorgaan’.’
Weer die hele mooie extra nadruk op ‘doorgaan’. Kathelijn weet goed te doseren. Met tegelijkertijd ondeugende ogen. Daar moest ik echter niet naar kijken, want waren vast niet voor mij bedoeld.
‘Ja, maar dan moet je natuurlijk niet vertellen dat wij ’t er al eerder over hebben gehad.’
‘Nee, tuurlijk niet.’
Kathelijn trok een gezicht van ‘die gozer snapt ’t fijne er ook niet van’.
‘Is goed. Dan merk ik ’t de volgende keer wel.’
Met m’n rechterhand drukte ik ’t volgende bh-bandje opzij. Ik moest er langs met m’n glazen. Achter de bar stonden m’n collega’s op schone glazen te wachten.
‘Goed. ‘Doorgaan’ is ’t woord,’ zei ik nog even luid terwijl ik me van Kathelijn verwijderde. ‘Doorgaan.’

Tot we ’t einde zien van Zijperspace.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *