flügzeug

De 1e avond al:
Met een hand bewoog ik voor m’n voorhoofd langs. De wijsvinger gekromd uitstekend. Beetje dwaas keek ik erbij.
‘Ben niet gek,’ zei ik.
Armen wijd, beetje vleugellam hangend om ’t nog zotter te laten lijken.
‘Ben vliegtuig.’
& Voor de niet begrijpende hongaarse ogen een vertaling in ’t duits.
‘Ich bin nicht krank. Ich bin ein Flügzeug.’
Met nog een keer dezelfde gebaren.

’t Overblijfsel van de uitgaansavonden in Den Helder doet Agnes lachen.
‘Was meinst du?’ vroeg ze.
‘Nichts,’ zeg ik.
Dat deden we gewoon altijd als we aangeschoten waren. Maar dat zeg ik er niet bij.

Ze wachten, Agnes & Godo. Of misschien vermaken ze zich. Ze moeten de nacht zien door te komen & ik weet nog wel een plek waar we zeker 2 uur kunnen blijven.
Sluitingstijd van de Winston halen we echter niet. We vallen bijna om van de slaap.
‘Dan kunnen jullie ook bij mij slapen,’ stel ik voor. ‘Op de bank.’
Heel fatsoenlijk allemaal. Ze moeten vooral niet denken dat ik niet betrouwbaar ben.
Een paar uurtjes maar, legt Agnes uit in haar gebrekkig duits. Ze hoeven alleen maar te wachten op de 1e bus richting IJmuiden. Tot die tijd willen ze graag slapen.
Ze maakt een opmerking tegen Godo, waarop hij in ’t engels naar mij reageert. We hebben vanaf ’t begin af aan een 3-hoeksverhouding in talen. Godo zegt dat-ie ’t hartstikke aardig van me vindt.

Ik laat ze ’t huis zien. Haal nog een biertje uit de koelkast. Zij hoeven niet meer. Of hooguit nog een slokje voor de dorst. Ik geef m’n flesje door. Geniet ondertussen van hun blikken die m’n woning aftasten.
‘Een sloopwoning,’ probeer ik in ’t engels uit te leggen. ‘Over een ½ jaar moet ik er waarschijnlijk uit.’
In ’t duits lukt me dat niet. Godo zegt iets in ’t hongaars. Ik kruip tegen de luisterende Agnes aan. Zij kijkt nog ‘ns rond.
‘Wo schlaffst du?’
Ik wijs naar de gesloten deuren.
Als ik even later door die deuren stap, loopt ze achter me aan.

Die nacht legt ze me de betekenis van ‘nem’ ‘igen’ & ‘jo’ uit.

Ze willen nog wel een paar nachten blijven, zeggen ze de volgende ochtend. Als ik ’t écht niet bezwaarlijk vind.
Nee, ga vooral je gang.
Dan weer in ’t duits, dan weer in ’t engels.
Als de volgende nacht maar wel de slaapkamerdeuren dicht mogen, verzoekt Agnes. Dan heeft Godo ook een beetje rust.
Graag, reageer ik, vond ’t al zo vreemd dat zij de deuren niet achter haar had dichtgetrokken.

Ik werk overdag. Of studeer een beetje in de bieb van de universiteit. Zij trekken rond. Langs kennissen in andere steden, soms in Amsterdam. Ze halen hun spullen op van hun vorige logeerplek, blijven er eten, & komen met de reservesleutel weer m’n huis in.
’s Avonds drinken we. Of zit ik alleen thuis tot zij van visite terugkomen. In de nacht gaan we weer naar Korsakov, waar we elkaar zijn tegengekomen. & Liggen daarna bij elkaar in bed. Godo in de woonkamer. Met de deuren voortaan gesloten.

Veel ‘jo’.

De laatste volle dag, een druilerige zondag, maken Agnes & ik een wandeling door ’t Vondelpark. We maken een bankje met onze mouwen droog & gaan zitten. Een stil gesprek van stuntelend duits. We zijn ’t ondertussen gewend.
We kijken voor ons uit & wijzen af & toe naar voorbijschuivende kinderwagens & eenden.
Dan vraagt ze of ze 100 gulden kunnen lenen, Godo & zij. Voor de terugreis.
Is goed, zeg ik. & We lopen terug naar huis.

Die nacht weer veel ‘jo’.
Fluisterend vertelt Agnes dat ze ‘t 1 keer heeft meegemaakt dat er in 1 nacht wel 16 keer ‘jo’ klonk.
Wij komen er die nacht dicht bij.

Ik moet de volgende ochtend vroeg naar m’n werk. Een kus op de wang van slapende Agnes. Sluip zacht voorbij Godo op de bank. In de keuken smeer ik 2 boterhammen. Dan sluit ik zacht de deur achter me.

Op tafel ligt er ’s middags onder m’n reservesleutels een papiertje met kleine tekeningetjes.
Een mannetje. Daarachter een rennend mannetje. Nog een mannetje, dat loskomt van de grond. & Een vliegtuig.
‘Du bist nicht krank. Flügzeug.’
Ik beweeg m’n armen automatisch lichtjes uit elkaar.
& Onderaan ’t papiertje staan nog ‘ns 10 kruisjes.

Een maand later staat er 100 gulden op m’n rekening bijgeschreven. Omschrijving: Flügzeug.
Ik lach & zeg: ‘Jo.’

Niemand die ’t verstaat in Zijperspace.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *