fun

Hij lijkt wel een beetje op die turk van Kees van Kooten. Muts in ieder geval. Terwijl ’t net warmer begint te worden. Geen lange jas, maar dat zou de turk van toen in de huidige tijd niet dragen. Daarvoor heeft-ie een dikke sportjas in de plaats gevonden. Geschikt voor skiën. Met ingewikkelde knopjes & ritsen, maar daarover later meer.
Hij stapt met een zucht binnen. Ik herken z’n gezicht, maar ga met m’n gedachtes de verkeerde kant op. Ik dacht ‘m te kennen van een vroegere snackbar in de Damstraat. Nachtsnackbar. Die man was altijd vrolijk, loste alles op met een lach. Deze man zucht. Met z’n zucht kijkt-ie de koelkast in. & Fronst-ie z’n wenkbrauwen.

‘Hoeveel kost deze?’ vraagt-ie.
Hij heeft een schijnbaar willekeurige fles in z’n handen. De meeste mensen grijpen naar pils, weten dat bijna meteen te herkennen. Hij grijpt naar de meest onbekende biersoorten.
‘Weet ik niet,’ gaat m’n standaard antwoord, ‘dan zou ik ‘m 1st moeten scannen.’
Daar heeft-ie echter niet ’t geduld voor. Hij kijkt naar de prijslijst die aan de deur van de koelkast hangt.
‘Waar staat-ie?’
Hij wijst met z’n vinger.
‘Nee, die staat er niet op. Niet alle bieren in de koelkast staan op die lijst. & Niet alles van de lijst staat in de koelkast.’
Ik zeg ’t langzaam, zodat ik zeker weet dat-ie mij verstaat.
Toch blijft-ie naar de lijst staren. Hij heeft z’n bril opgezet. Met gouden montuur.
Ik had de prijslijst er allang van de koelkastdeur moeten scheuren. Schept alleen maar verwarring.
‘Hier,’ zegt-ie. ‘Deze.’
Hij begint langzaam te spellen: ‘Co ro na ..’
‘Nee, die staat er niet in.’
‘Staat wel op lijst.’
‘Niet alles op de lijst staat in de koelkast.’
‘Wat kost deze?’
Hij haalt weer een fles uit de koelkast.
‘Dan moet ik ‘m even scannen. Ik weet de prijzen niet uit m’n hoofd.’
Hij zet ‘m echter al terug. Tuit z’n lippen. Zucht. ’t Kan spaans zijn, wat-ie zegt, ook Turks. Ik versta z’n verzuchting in ieder geval niet.

Hij loopt naar boven. Zoekt langs de schappen. Een schijnbaar willekeurig biertje pakt-ie vast. Bestudeert ’t etiket. Zet ’t terug.
Ik word moe van ‘m. Weet niet of ik ‘m in de gaten moet houden of dat ik straks een vraag krijg. Bovendien zucht-ie. Toch zeker 1 keer in de minuut. Alsof ik te moeilijk ben.
‘Wat kost deze fles?’
Hij heeft weer iets willekeurigs te pakken.
‘Als je ‘m even aangeeft,’ zeg ik, ‘dan kan ik ‘m scannen.’
‘Geen prijs.’
‘Nee, ’t is een seizoensbier. Hij staat er nog maar net.’
Hij plaatst de fles terug.
‘Zoek je iets bijzonders?’ probeer ik.
Ik wil van ‘m af. ’t Duurt te lang. Z’n zuchten zuigen de energie weg.
‘Wil lekker bier.’
‘De winkel staat vol van lekker bier.’
‘Dit bier lauw.’
‘Ja, boven is ’t minder koud. Daarom hebben we die in de koelkast gezet.’
‘Ik zoek Mexicaans bier.’
Ik loop naar boven. Gebaar ‘m mij te volgen.
‘Hier staat ’t mexicaanse bier. Corona & Sol. Meer niet.’
‘Nee, zoek mexicaans bier. Hoe heet ‘t?’
‘Als ik ’t zou hebben, zou ’t hier staan.’
Zucht. Enkele prevelende woordjes. Rimpels in z’n voorhoofd.
‘Ik zoek bepaald mexicaans bier.’
Ik loop weer naar beneden. Geef ’t op.

Hij komt weer voor de koelkast staan. Pakt na lang beraad een flesje.
‘Is dit goed?’
‘Dat is een zoetzuur biertje. Fris van smaak.’
Ik ga geen waardeoordeel eraan verbinden. Dat wordt later alleen maar tegen me gebruikt.
‘Is goed?’
‘Al ’t bier dat in de koelkast staat is goed.’
Toch maar toegegeven. Ik wil van ‘m af. Dan moet je opportuun handelen.
‘Hoe duur?’
‘Dan moet ik ‘m scannen.’
Ik probeer m’n gezicht niet vermoeid te laten kijken.
‘Staat niet op lijst?’
‘Nee, ik moet ‘m scannen. Staat niet op de lijst.’
Ik reik naar ’t flesje. Hij laat ‘m los.
‘€ 1,30,’ zeg ik, als ik terug kom lopen van de kassa.
‘Goed.’
We lopen beiden richting kassa. Hij betaalt. Zucht onderwijl.
‘Mag open?’ vraagt-ie terwijl hij de rits van z’n jas probeert te vinden.
‘Ja, maar je mag niet binnen drinken.’
Ik leun een beetje achterover. Wacht tot-ie klaar is. Hij knoeit met z’n rits. Krijgt ‘m niet te pakken. Als-ie eindelijk omhoog is gekomen, begint-ie aan z’n knoopjes. 1 Voor 1 moeizaam.
‘Hoe laat?’
‘6 Uur.’
‘Is al laat.’
‘Time flies when you’re having fun.’
‘Wat?’ vraagt-ie als-ie eindelijk ’t laatste knoopje te pakken heeft.
‘Time flies when you’re having fun. Dat is engels.’
‘Geen engels.’
‘De tijd vliegt wanneer je lol hebt.’
Hij zucht. Begint weer te prevelen. Reikt naar z’n flesje.
‘Open?’
‘De fles is al open.’
Hij pakt de fles op. Loopt langzaam naar buiten. Prevelend nog steeds. Of is ’t een zucht?

Er is in ieder geval weer lucht in Zijperspace.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.