gedicht voor patrick

Patrick noemt men wel een geek,
Zoals dat in de blogosphere heet.
Zijn weblog Buxx is gevuld met techniek
Lijfloggen bijv interesseert ‘m geen reet.

Hoewel, laatst besprak hij nog een boek,
Dat was de Da Vinci Code,
Maar verder krijg je ‘m niet in die lijfloghoek,
Hij geeft zich niet gemakkelijk bloot.

Nou ja, soms kom je ‘m wel ‘ns bij Flickr tegen
Daar heeft-ie wat plaatjes neergezet.
Over z’n gezicht is-ie blijkbaar niet verlegen
Die kom je vaak tegen op dat stukje internet.

Daar kun je overigens ook allemaal dassen zien,
Om allerlei nekken heen gestrikt.
Strikken moet je niet zeggen misschien,
Beter een knoopje, een doek, slap hangend aan de hals geprikt.

Dat moesten anderen vroeger proberen,
de padvinders van een paar generaties eerder
Wisten van hun hopman dat ze moesten leren
De das te knopen op een manier ietwat gesofisticeerder.

Ach, da’s verleden tijd
De moeder van Sint is ook al tijden koud
& Om nu te zeggen dat ‘t me spijt
Dat er geen moeder is van meer den een millennium oud?

Daar begint ik niet meer aan,
Het eeuwige rouwen heb ik afgezworen
Uiteindelijk zullen wij allemaal gaan,
Die wijsheid is mij, de Sint, aangeboren.

Dan duurt ’t bij mij wel ietwat langer
Voordat ik me schaar in de rij aan de hemelpoort
Dat komt: ik heb nog steeds geen vervanger
Die net zo goed bij de kinderen scoort.

Ook bij Patrick doe ik het blijkbaar goed,
Gezien zijn lijstje van verlangen
Waarmee hij m’n bezoek aan Holland heeft begroet,
& Die hij vol met onmooglijke wensen heeft behangen.

Zo wil Patrick bij een reclamebureau een leuke baan,
Of ik daar even zorg voor wil dragen
Maar als ik daarmee aan de gang moet gaan,
Dan beginnen alle werkeloze Pieten te klagen.

Die heb ik maar in Spanje achtergelaten,
Er is wat krapte in de arbeidsmarkt van de Pieten,
Genoeg Pieten, in alle soorten & maten,
Die door elke schoorsteenvariant de huizen in kunnen schieten.

Diegenen die ik in Spanje heb laten zitten,
Zijn bezig hun neuzen te legen,
Of gedragen zich als kankerpitten,
Omdat ze geen werk van mij hebben gekregen.

Dus een uitzendbureau, aan die functie kan ik niet beginnen
Als ik zelf al problemen heb met mijn personeel,
Ik kan me mijns inziens beter gaan bezinnen
Op hoe ik die Pieten weer genoeg werk toebedeel.

Noch kan ik zorgen dat Patrick begint aan de podcast
Zijn wensen maken ’t me moeilijk, u hoort ’t wel,
Want, voor mij staat dat in ieder geval vast,
Ik kan moeilijk kruipen in zijn vel.

Net zomin kan ik hem bezweren
Dat-ie voorlopig met webloggen door zal gaan,
Zoals ik van zijn verlanglijstje moet leren
Is dat een wens, maar daar kan ik niet aan gaan staan.

Dat zit toch in de mens zelf, zou ik zeggen,
Ik kan ‘m moeilijk helpen zichzelf te motiveren
Men zal zich zélf moeten toe gaan leggen
Op gedrevenheid voor z’n log, kan ik ‘m slechts leren.

Dan vraagt-ie bovendien een Powerbook,
Zo las ik verder ook nog,
Maar Patrick, wat ik je verzoek,
Vraag dat niet, dat kan ik niet betalen toch?

Dus Patrick, omdat ik niets van je wensen kan toebedelen,
Heb ik extra m’n best op dit gedicht gedaan,
Wellicht niet meteen 1 van m’n kroonjuwelen,
Maar ik heb ‘m speciaal voor jou in een tekstbestandje staan.

Meer kon ik niet doen,
Dit was alles wat in m’n vermogen lag,
Ik hoop dat ik evengoed nog met goed fatsoen
Volgend jaar weer bij je langskomen mag.

Groeten,

Aldus sprak Sint eenmalig vanuit Zijperspace.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *