geleden

‘’t Is alweer een maand geleden,’ zegt m’n moeder.
‘Ja, dat gaat snel, hè.’

‘Hoe gaat ’t met je, Ma?’
‘Niet zo goed.’
‘Wat is er?’
‘Ach, ik slaap slecht. Ik word steeds wakker.’
Een zucht in haar stem zegt dat er veel meer aan de hand is.
‘& Heb je hoofdpijn?’
‘Dat valt wel mee. Maar ik heb nergens zin in. Dan vragen ze of ik een weekendje langs wil komen in Enschede, of in Den Bosch, maar ik kan me daar niet toe zetten.’
‘Nee, dat moet je ook pas doen als je er aan toe bent. ’t Is nog maar 2 maanden geleden.’
‘Ja, morgen 2 maanden,’ zegt m’n moeder met een zachte stem.
De stem waarbij wij vroeger zachtjes de trap af renden, zachtjes ruzie maakten, elkaar zachtjes tikken & trappen uitdeelden. & Pa ons zonder woorden, maar gedecideerd maande stil te zijn. Écht stil.

‘Heb je er aan gedacht dat ’t vandaag 3 maanden is?’ vraagt m’n moeder.
‘Nee, ik heb er zomaar niet aan gedacht.’
Ik weet waar ze ’t over heeft. Dan denk ik er misschien niet aan, ik ben me er wel van bewust.

‘Heb je verder nog iets te melden?’ vraagt m’n moeder.
Zo beëindigen we tegenwoordig onze gesprekken. Nog een laatste voor de rondvraag. Kijken of je nog iets te binnen schiet.
‘Nee, eigenlijk niet. Ik heb alles al verteld. Jij nog?’
‘Nee, ook niet. Dan spreken we elkaar nog wel.’
‘Ja, Moe.’

‘’t Is vandaag 5 maanden geleden.’
‘Ja, & hoe gaat ’t met je?’
‘Ach, gaat wel goed. Ik denk wel aan hem. Ik mis ‘m. Maar tegelijkertijd besef ik wel dat ’t zo niet meer ging. Je denkt toch vooral aan de mooie dingen. Dat ’t de laatste tijd niet ging, vergeet je snel.’
‘Heb ik ook, Ma. Ik denk ook nog elke dag aan ‘m.’
‘Aan ’t eind van de maand is er een herdenking in de Koogh. Voor de mensen die op de afdeling van Pa afgelopen tijd overleden zijn. Op een maandag. Kan jij dan ook?’
‘Hoe laat is dat?’
‘Om 8 uur.’
‘Ik ben om ¼ over 7 klaar met werk. Dan heb ik waarschijnlijk de trein van voor 8-en. Ben ik in Den Helder om 9 uur.’
‘Nee, dan is ’t al voorbij. Nou ja, Jan komt in ieder geval. & Theo, Carel & Quint.’
‘Dan is bijna iedereen er.’
‘Ja, Marc komt niet.’
‘Verder nog wat?’
‘Nee, verder niet.’

Gister wilde ik bellen. Een ½ jaar, wilde ik zeggen. Laten merken dat ik er aan dacht.
Maar dan zou ik ’t alleen voor mezelf doen, vond ik. & Ik had bovendien al de hele week aan de telefoon gehangen. De dag ervoor nog. Om allerlei pietluttigheden. Dan zou de melding van dat ½ jaar ook een pietluttigheid worden.
Want Ma zal ’t heus wel weten. Ook van mij.

We spreken elkaar wel, later in Zijperspace.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *