hoiton

‘Ach, Ton, kom je nog?’
‘Nee, ik sta op ’t punt te gaan eten.’
’t Eten staat voor me. Patat speciaal, dot sambal extra er zelf bij gekwakt. Een picanto nog in ’t zakje. Blijft-ie lekker warm. Als toetje, als toegift.
‘Na ’t eten dan?’ vraagt Rachel.
Ik hoor Marloes op de achtergrond dezelfde vraag roepen: ‘Ja, na ’t eten, Ton.’
‘Nee, ik wil rustig thuis zitten.’
‘Maar je blijft altijd thuis. Kom, gezellig onder de mensen.’
‘Nee, ik denk ’t niet, want ik wil weer eens rust terugvinden.’

Een minuut later gaat weer m’n mobiel.
‘Hoi, Mar.’
‘Hoi, Ton. Kom je?’
‘Nee, kut man. ’t Eten staat voor me. Dat wordt koud.’
‘Ok. Tot straks dan.’

Als ik op de fiets zit, pak ik m’n mobiel.
‘Hoi, Ton.’
‘Hoi, Rachel. Zitten jullie nog in de Druif?’
‘Ja, kom je toch?’
‘Ja.’

‘Hoi, Ton,’ klinkt ’t uit meer dan 5 kelen.
Niet in koor. Omstebeurt. Chaotisch.
‘Ik ben een homo,’ zegt Rufus om mij onbekende redenen.
‘Jullie zijn allemaal homo’s,’ brult Mar.
De barvrouw kijkt me aan.
‘Dus jij bent die Ton waar iedereen ’t opeens over had?’
‘Dat zal dan wel.’
‘Iedereen noemde opeens je naam toen ik zei dat je toch zou komen,’ vertelt Rachel lachend.
‘Ton krijgt wat te drinken van me, Katrien,’ zegt Rufus tegen de bardame.

‘Kijk, hij heeft een jacht,’ wijst Rufus naar de 1e man aan de bar. ‘& Hij doet in boten. & Die daar heeft een zeilboot. & Hij zit in de grote vaart. Ze zitten allemaal op ’t water. Hem ken ik niet, want die zie ik hier voor ‘t 1st.’
‘& Jij zeilt graag mee.’
Maar dat hoort Rufus niet. Hij is alweer bij ’t volgende onderwerp. Hij haalt Annelies naar voren.
‘Ton, dit is Annelies.’
‘Ja, die ken ik ergens van.’
Annelies komt naast me zitten.
‘Gaat ’t een beetje?’ vraagt Marloes.
‘Wat is er met je?’
‘Annelies heeft een beetje ludduvuddu,’ wordt kort uitgelegd.
‘Hoe kan je dat nou doen?’ vraag ik.
Ze lacht verlegen met de situatie.
‘Ik vond iemand heel leuk. Maar dat was verkeerd.’
‘Hoe kan je nou de verkeerde leuk vinden?’
‘Ja,’ zucht ze.
Ze staat even later weer op, om in de frisse lucht buiten te gaan staan.
‘Ik wil met jou wel ‘ns gaan dansen,’ zegt Rufus ondertussen tegen Marloes. ‘Dansen, chillen, drinken.’
Hij wrijft over haar rug.
‘Chillen,’ zegt Marloes.
‘Chillen,’ zeg ik. ‘Brrrrr.’
Dat woord heb ik nog nooit gebruikt.
‘Dan gaan we naar Paradiso,’ zegt Marloes.
‘Ja, Wouter,’ roept Rufus over de mensen heen, ‘ga je mee naar Paradiso?’

‘Waarom wilde je nou niet komen?’ vraagt Rachel.
‘Omdat ik een beetje rustig moet worden. Er is altijd wel wat aan de hand.’
‘Maar je wil toch wel af & toe je vrienden zien?’
‘Tuurlijk, maar ik moet ook rust in m’n kop hebben. Nu krijg ik dat niet. Thuis ook niet, trouwens.’
‘Waarom niet?’
‘Ach, computerspelletjes.’
‘Pacman?’
‘Nee, daar ben ik mee gestopt. Andere spelletjes.’
Ik kijk om me heen. Naar de schuin hangende gestaltes. Naar de bitterballen die voorbij komen schuiven. Naar Mar.
‘Kijk nou, Mar drinkt Westmalle uit een flesje,’ zeg ik.
‘Ja, vind ik wel leuk staan,’ zegt Rachel.
‘Nee, dat hoor je uit een glas te drinken.’

‘Ga je mee, Ton, naar Paradiso?’ vraagt Rufus.
‘Nee.’
Ik ga naar huis. Straks.
‘Ga jij wel naar Paradiso, Marloes?’ vraag ik.
‘Ja.’
‘Rufus kan bijna niet op z’n benen staan.’
‘Dat maakt toch niet uit. Dan ben ik in ieder geval een stuk op weg naar huis.’
‘Zeg, wanneer krijg ik nou een biertje van jullie?’ vraag ik. ‘Ik ben hier helemaal naar toe komen fietsen voor jullie & heb niet eens een biertje als dank ervoor gekregen.’
‘Gaat ’t je alleen maar daarom?’ vraagt Rachel.
‘Ja, weet je dat nou nog niet? Rufus begreep dat tenminste meteen. Terwijl hij me niet eens had uitgenodigd.’

Ik kom in de stemming, maar ga 10 minuten later toch terug naar Zijperspace.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.