italiaantjes

3 Kleine italiaantjes. Ik schatte ze een jaartje of 18. Niet ouder. Met z’n 3-en op stap in de grote stad die Amsterdam heet, waar iedereen toeristen aanspreekt in ’t engels. 2 Van hen wisten niet meer in die taal uit te brengen dan ‘yes’, ‘no’ & ‘bye’. Voor de rest wisten ze niet beter dan op hun borst te kloppen & te wijzen naar ’t flesje bier dat ze voor m’n neus hadden neergezet om aan te geven dat zij dat flesje wilden aanschaffen. Maar 1st wilden ze 10-tallen antwoorden op evenzoveel vragen. Daar hadden ze de vertaal-capaciteiten van de 3e jongen voor nodig. Die wist nl zelfs zinnetjes uit te spreken als ‘how much does that cost’, ‘do you also have this in a big can’ & ‘we want a typical dutch beer’.
Terwijl ze voor me stonden & met elkaar flink in ’t italiaans aan ’t discussiëren waren over wat & hoeveel, in zoverre ik dat kon opmaken uit hun praten & gebaren, zag ik door ’t raam 2 marokkaanse mannen luidruchtig de winkel naderen. ‘Die komen bij de Albert Heijn vandaan,’ dacht ik onmiddellijk, waar alle junks & dealers kantoor houden. ‘Ze hebben vast weer ruzie over de hoeveelheid pillen/geld die ze elkaar schuldig zijn.’
‘Hé, jongens,’ zei ik ogenblikkelijk toen ze de deur opendeden, ‘nu houden jullie onmiddellijk je mond dicht, of jullie komen de winkel niet binnen.’
‘Jaja, natuurlijk, meneer. We hebben alle respekt voor u. Wij zullen ons mond houden, meneer. We willen niet dat u last van ons heeft.’
In een poep & een zucht stonden de mannen buiten.
De italiaanse jongens waren in de tussentijd naar ’t bovengedeelte van de winkel gevlucht. Ik kon nog net zien dat ze alle handelingen beneden nauwlettend in de gaten hielden. Zogauw de 2 marokkanen de winkel uit waren, kwamen ze weer naar beneden. Weer een paar vragen stellen.
Ze waren ’t nog niet met elkaar eens. De flessen die ze van boven hadden meegenomen maakten dezelfde reis weer terug, kwamen weer in ’t schap terecht & de 3 jongens discussieerden verder over wat ze wilden aanschaffen.

Plots viel een italiaanse man binnen. Hij kon de vader van de jongens zijn, dacht ik, of anders hun docent. Hij had een sportieve rode baseballpet op, z’n sjaal nonchalant over z’n schouders geslagen, een wijde broek aan. Z’n blik stond alleen op onrust.
Hij liep meteen richting de jongens, die van boven de winkel ‘m binnen hadden zien komen. Hij praatte italiaans tegen de jongens, ik verstond er niks van, maar de jongens keken meteen verontrust. Ze klopten op hun jaszakken, ten teken dat ze niks bij zich hadden, zo begreep ik, & mompelden wat tegen de man. De man praatte gehaast verder, blijkbaar lichtelijk van streek. De jongens keken schuchter naar wat de man te vertellen had, maar gaven bijna geen kik.
De man gaf de moed op, keerde zich om richting uitgang & zag mij staan.
‘Oh, meneer,’ zei hij langzaam dichterbij komend, ‘m’n vriend heeft al m’n geld meegenomen. Kan ik misschien bij u bellen?’
‘Nee, sorry, dat gaat niet,’ antwoordde ik, & zo schijnheilig mogelijk voegde ik er aan toe: ‘Maar voor de Albert Heijn staan enkele telefooncels. Daar kan u bellen.’
‘Ohohohohoh, m’n vriend, m’n vriend. Waarom heeft-ie m’n geld meegenomen?’
Terwijl de man naar buiten liep, kwam de volgende klant alweer binnen. Ditmaal een bekend gezicht. Hij zette z’n lege flessen voor me neer & haalde enkele flessen uit de koelkast. Ondertussen kwamen de jongens bij me aan de kassa met hun uiteindelijke beslissing. Ik rekende met ze af.
‘Did you know that man?’ vroeg ik ze.
‘No,’ antwoordde de meest welbespraakte van de 3, ‘we met him 5 minutes ago.
‘What did he want?’
‘He asked us some money.’
‘Never give money to people like him.’
Ontstelde ogen. Ze begrepen wat ik bedoelde. Snel heen & weer gefluister tussen de 3.
‘He’s using it for drugs. Be careful with this man.’
‘Yes, yes, yes.’
‘And don’t go sitting in front of the supermarket. That’s where you meet these people. Go into the other direction.’
‘Yes, we do.’
Ze liepen de winkel uit. Met elk een fles bier. Ze liepen de kant op die ik hun gewezen had. Maar 1st keken ze om zich heen of ze hun landgenoot ergens konden bekennen. Snel liepen ze richting Singel.

De vaste klant stond voor me.
‘€ 4,10,’ zei ik dat-ie moest afrekenen.
Hij zocht in z’n portemonnee. Bestudeerde elk muntje.
‘Ik kan ’t niet zien hoor,’ zei hij, ‘ik heb m’n leesbril niet op. Dan kan ik die euro-muntjes niet onderscheiden.’
Ha, dacht ik, eindelijk weer een lekker ontspannen hollands onderwerp om ’t over te hebben.
& We praatten erover hoe snel een mens bijziend kan raken als-ie ouder wordt.

’t Hart moet doorkloppen in Zijperspace.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *