kapje

‘Tuurlijk is een boterham maar een boterham. Een snee brood waar je beleg op gooit, doormidden snijdt, of in stukjes & vervolgens in je mond stopt. Veel mensen gebruiken daar ook nog boter bij, maar dat heb ik voor mezelf al lang geleden afgeschaft. Bleek niet nodig te zijn.
Beleg des te meer.
Zonder smaakje kan ik dat brood niet door m’n keel krijgen. Is ’t voor mij een droog stuk vreten dat met sloten thee door m’n mond gespoeld dient te worden. Ik moet iets hebben dat ’t sneetje brood iets extra’s geeft, iets dat ’t opfleurt, iets dat m’n smaakpapillen een vakantiegevoel geeft.
Ik heb ’t al sinds m’n jeugd: brood is een noodzakelijk iets; ’t zorgt ervoor dat je de dag doorkomt, geen honger lijdt.
Ik ben jaloers op omringende landen, waar ’t gewoon lijkt te zijn 2 warme maaltijden op een dag te consumeren. Nederland is een broodland. Wat dat betreft pas ik er niet. Maar dat is waarschijnlijk de enige reden. Ik heb me weten aan te passen.
’t Was echter een grote klap afscheid te moeten nemen van m’n delicatessenwinkel Berkhout. Weg was de mogelijkheid m’n sneetjes dik te besmeren met diverse soorten paté.
Variatie! Variatie is ook een belangrijk onderdeel van m’n ontbijt- & lunchgenot. Berkhout wist mij daarin te voorzien. Als ik alle patés had gehad, begon ik weer van voren af aan. Of bleek ’t wildseizoen aangebroken. Of was ’t tijd voor de asperges, die ook in paté verwerkt konden worden. & Met kerst werden er nog meer verrassende feestelijkheden in de paté gestopt.
Ik gooide m’n vriezer vol & spreidde bepaalde seizoenen nog wat langer uit. Zodat ik niet de kans kreeg verveeld te raken.
Ik zie brood waarschijnlijk als verveling. Altijd ’t zelfde, moet ik in m’n jeugd hebben gedacht.
M’n gebakken ei-manie is op z’n retour aan ’t raken. Niet meer elke dag een ontbijt aan de koekenpan. Afgewisseld met dure patés van een andere dure delicatessenzaak (ik moet helaas wel, ik heb geen keus).
Een mens in nood schijnt vindingrijk te zijn. Ik neigde ernaar de boterham zo veel mogelijk af te schaffen, al hongerend richting avondmaal de dag proberen door te komen, maar wist ’t te voorkomen door mijn fantasie te laten werken.
Zodoende herontdekte ik bijtijds, dat is afgelopen dinsdag, een goedje waarmee ik m’n brood zeer gevarieerd kan bekleden: de paturain.
Ik smeer m’n boterham vol met de gekruide smeerkaas. Leg er vervolgens iets bovenop. Plakjes tomaat, komkommer, stukjes ui, of paprika. Gemalen peper eroverheen, eventueel zout, tijm, of andersoortige groene kruiden. Elke dag iets anders.
Dan houd ik ’t wel een tijdje vol.
Maar ’t vreemde is, & daarom begon ik hierover, dat ik vanochtend, de 1e keer dat ik me op deze ‘nieuwigheid’ wilde fêteren, bij ’t afsnijden van de plakjes tomaat & ’t bedekken daarmee van de paturain, ontdekte dat ’t kapje, ’t plakje tomaat dat als 1e is aangesneden, ’t minst lekkere deel omdat ‘t ’t meeste vel bevat tov ’t vruchtvlees; dat ik dat kapje dus als 1e in m’n mond steek.
Daar stond ik van te kijken. Dat ik ’t minst lekkere van de boterham als 1e opeet.
Ik had ook aan de andere kant kunnen beginnen. Waarbij ’t sap dan heerlijk langs de binnenkant wang richting keel was gegleden, al m’n smaakpapillen passerend.
Nee, ik moest perse bij ’t kapje beginnen. Terwijl ik ’t kapje van de boterham toch ook nooit eet. Waarom die van de tomaat dan wel?’

Zijperspace is een universum van raadselen vervuld.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.