kerstwens

Waar ’t is ontstaan weet ik niet meer. Ergens in m’n jeugd. Tussen massa’s familie. Te overweldigend. Waar ik degene wilde zijn die aandacht kreeg. Nietsontziend, tot ik tot de orde werd geroepen, rustig te zijn, kalm te blijven, normaal te doen.
Vriendinnetjes behoorden tot datzelfde vijandige kamp.
Ik hoefde me toch niet zo uit te sloven? Ze wisten allemaal wie ik was. Zag ik niet dat ze probeerden rustig met m’n moeder een praatje te maken? Waarom moest ik overal bovenuit knallen? Ik kon thuis toch zeker ook normaal doen?
De pret was voor mij bedorven. De enige manier om rustig te zijn, was door mezelf terug te trekken. Niet mee te doen aan de familievoorstelling ‘familiefilmpjes van jaren her’, die en plein public werd vertoond. De hele familie bijeen. & Ik op een kamer boven. Of een rondje lopen met de hond. Een boek lezen ergens anders in ‘t huis. Uit ’t dakraam op zolder een sigaretje roken.

’t Waren vaak kerstbijeenkomsten waar ik de grootste moeite mee had. Dan was de meeste familie aanwezig, ’t keurslijf ’t strakst, ontsnappingsmogelijkheden miniem.
Ik heb ze dan ook afgeschaft voor mezelf. Kerst bestaat niet voor mij. Of slechts in kerstliedjes.
Men hoeft geen kerstkaartjes van mij te verwachten.

Hoewel mijn ‘prettige feestdagen’ richting klanten oprecht klinkt. Net op ’t laatste moment uitgesproken. Er is afgerekend, ik heb gevraagd of ze nog een tasje nodig hebben, wellicht de bon?, waarna ik ze met een vriendelijke glimlach die ‘prettige feestdagen’ wens. Zonder opsmuk, zonder overdrijving.
Snel schakel ik over naar de volgende klant, want in deze tijd van ’t jaar staat er altijd een rij van enkele meters.

‘Harry,’ zei ik tegen m’n postbode, ‘van mij heb je in ieder geval geen extra werk te verwachten.’
‘Hoezo?’ vroeg-ie, kort pauzerend voor mijn deur.
‘Ik krijg al een paar jaar geen kaartjes,’ legde ik uit. ‘Ik verstuur ze ook nooit.’
‘Wedden dat je er wel 1 krijgt.’
‘Nee, hoor. Ik heb m’n vrienden & familie goed afgericht. Geen extra puinhoop. Geen extra oud papier. Geen zware lasten voor mijn favoriete postbode.’
Aan ’t eind van ’t vorig seizoen moest-ie toegeven dat ik gelijk had gekregen.
‘Nou, ja,’ zei hij, alsnog twijfelend, ‘er zat 1 dag wel een witte enveloppe bij.’
‘Dat was omdat iemand overleden was,’ zei ik.

Ik ga altijd enkele dagen eerder bij mijn ouders langs. Tegenwoordig naar m’n moeder. Maar een visite aan mijn vader hoort daar nu ook bij.
Ik werd zondag door m’n moeder van ’t station opgehaald, waarna we onmiddellijk richting De Koogh vertrokken. Een kopje koffie met m’n vader drinken. We sleepten ‘m gezamenlijk naar ’t cafetaria-gedeelte. M’n vader at er een ½e gevulde koek bij.
‘Dat vond je altijd al heerlijk.’
Achteraf zei ze: ‘Hij was er stukken beter aan toe dan gister. Toen had-ie een rolator nodig.’
We gingen bij m’n oudste broer langs. Een cadeautje overhandigen aan ’t nichtje dat de dag ervoor jarig was. & Vervolgens maakte ik bij m’n moeder thuis ’t eten klaar. Tussendoor ging ik een biertje drinken met een andere broer. Kwam terug om te constateren dat 1½ uur iets te lang was voor deze kippenbouten. Maakte er daarom maar een 1-pansmaaltijd van.
’t Was niet feestelijk. Met z’n 4-en aan tafel, opscheppend uit 1 pan, maar ik was er. Op mijn wijze hadden we niet te veel poeha van kerstmis gemaakt.

Maar dit jaar blijven de kerstkaartjes binnenstromen. Gelukkig dat ik Harry op straat nog niet tegengekomen ben.
Ik kreeg er 1 uit Engeland. Van een man die me tot ‘guest of honour’ had gemaakt bij een prijsuitreiking. Best Pub of the Year & Best Ale of the Year van the Isle of Wight. Bijgevoegd een blaadje waarin een foto van mij was opgenomen.
Ik kreeg er 1 van Puck. Veel te lang elkaar niet meer gesproken, schreef ze, maar beslist niet vergeten.
Van Marlies kreeg ik ‘Liefs’, Hugh deed op dezelfde kaart de engelse versie: ‘Leafs’.
Rachel & Ramon stuurden me een kaart. M’n broer & schoonzus ook.
Mensen wensen me spontaan prettige dagen in ’t reactieding.

Ik zat met Rachel & Ramon aan. Café Scharrebier, tot ze gingen sluiten voor kerst.
Rachel zou eten klaar maken voor Ramon.
‘Wat ga jij dan doen?’ vroeg 1 van hen.
Ik ben kwijt wie zich ’t meest schuldig voelde.
‘Ik ga naar huis,’ zei ik. ‘Me voorbereiden op de rest van kerst.’
Ze keken me schuldig aan.
‘Nee, ik wil niet,’ zei ik, de stilte opvullend.

Ik ben er niet voor geschapen, denk ik. Er is iets genetisch bij mij fout gegaan. Geen kerstgeen. & Wel helemaal op ’t moment dat ik die wensen krijg.
Ik ben in de war. Neem ’t me ajb niet kwalijk.
Daarom als laatste bod, omdat ik wil dat mensen zullen genieten als ik eens deed, omdat ik vrolijk word zogauw ik ’t nr hoor, omdat ik best wel snap wat de strekking van kerst is, de consequenties, de confrontaties, daarom krijgt men dit van mij aangeboden, ’t nr dat mij deed dansen afgelopen zomer, of was ’t lente, in ieder geval stilletjes in m’n huis, deuren open, zodat men in de omgeving in ieder geval zou horen dat ’t klopte; daarom als laatste bod, omdat ik tevreden ben met de mensen om me heen, met de mensen die me een kaartje hebben gestuurd, tegen beter weten in, mensen die blijkbaar doorzetten, doorprikken, geacht worden te weten wat goed voor me is; voor hun, & ook voor al diegenen die ik wijs heb gemaakt dat ik iets te onkwetsbaar ben:

Boban markovic='Markovic' Orkestar - disko='Disko' Dzumbus

Prettige feestdagen gewenst vanuit Zijperspace.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *