Kippenrestjesbouillon

Tijdens 1 van onze ‘Kerst-&-Kip’ die wij buren een paar jaar als jaarlijks gezamenlijk etentje organiseerden vond 1 van de buuvs ’t maar raar dat ik alle kippenrestjes wilde hebben. Daar had immers iedereen met z’n mond aan zitten kauwen.
Ik heb ’t uiteindelijk toch meegenomen, in een plastic zak, als ik ’t me goed herinner. Maanden in de vriezer laten liggen & uiteindelijk bouillon van getrokken.

Vanochtend moest ’t ook maar weer eens gebeuren. ’t Vriesvakje boven de koelkast was aan de beurt om wat leger te raken. Gister had ik de grote vrieskast al van 4 pakketten bevrijd.
Wat overigens nog niet wil zeggen dat-ie dan onmiddellijk ook daadwerkelijk leger is. Van wat je er uit haalt maak je een maaltijd die voor minstens 4 personen genoeg is. Ik woon in m’n 1tje & de optel- of aftreksom hoef je dan al niet te maken om te weten dat bepaalde vakken leeg, bepaalde andere vakjes voller raken. Maar er is weer wat afwisseling voor als ik geen zin heb bij thuiskomst.

Er was ook een pan nodig. De enige geschikte voor dit karwei was de grote soeppan. Die stond al sinds augustus gevuld met appels, wodka & nog een improvisatie van kruiden.
De bouillon zou dus een vleugje appel meekrijgen. M’n vingers ook. Nu ook de typetoetsen. ’t Aanrecht evenzo, want zo’n stenen jeneverfles is geen liter & snel vol. Buiten dat: een pan likeur afvullen geeft altijd troep. Over een week ben ik ziek van de geur die me tegemoet stroomt als ik de keuken instap & ik de verboden fructosevruchten hun geur door m’n neus voel stromen om m’n darmen pesterig te laten panikeren.
Ik moet ’t echter positief bekijken: ik heb 3 flessen om visite te kunnen vertellen dat de likeur uit eigen tuin komt (dit is m’n vader die praat: somtijds kwam alles uit eigen tuin, van lievelingskost spruitjes, via beschimmelde bloemkool met een sausje tot de ultieme uiterste kwarteleitjes, maar ook daar moesten we gedwee knikken & later pas een zelfde soort humor gaan gebruiken om ‘m af te stoppen).

De kippenbouillon komt van eigen bord. Niks mag weggegooid. Elk botje geeft smaak.
De soeppan ging daarmee half vol, dat kwam door de bevroren toestand, & vervolgens gooide ik er koud water overheen. Vuur aan & wachten tot ’t kookt.

Toen begon de leegmaakactie van ’t vrieskastje pas serieus. Maandenlang heb ik nl restjes groenten verzameld. Niet de restjes van ‘niet opgegeten’, maar die kontjes die als ze vandaag de pan niet in zouden gaan een tijd geleden de compostbak hadden moeten opzoeken. Kontjes van ui, prei, rode & groene peper, wat dies meer zij. Maar ook de velletjes, als er maar geen zand of beurse plekken op zaten.
4 Zakken/bakken vol gingen bovenop ’t kokend kippenpootjesvocht. De pan raakte dermate vol, dat er nog best wat water bij kon, zodat alles onder stond.

Dat staat nu op laag vuur. ’t Laatste ingrediënt is nl geduld. ‘Liefst niet koken’ gaat goed samen met geduld.
Voordat ik dat lange wachten toevoegde, heb ik er nog even peper & laurier in de overvolle pan gepropt. Die kleine korrels & blaadjes pasten nog net.
Zout had ik ook wel kunnen doen, maar aan ’t eind van de middag ga ik eerst kijken of ik de smaak nog wat verder wil laten concentreren. Dan pas zout, als dat al nodig is.

Dan opnieuw knoeien, van pan naar pan. Beetje hulp van vergiet, maar die is al snel te klein van de troep die eindelijk bij ’t vuil kan.
Misschien dat dat knoeien de geur van appel verdrijft.

Broodje kippenbouillon staat op menu in Zijperspace vanavond, misschien aangevuld met wat boon.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *