klutenwacht (2)

Je zit dus in een caravan in een letterlijk weidse omgeving. Alles is plat aan ’t omringende landschap, behalve dat wat de mens geschapen heeft. De dijk in de verte van 500 meter & de huizen van Camperduin op een km afstand, maar die zijn met ’t blote oog amper te ontwaren in ’t schemerdonker. Geen muziek, een beetje licht, een beetje kachelwarmte & ’t gezelschap van een andere waker. Die moet ervoor zorgen dat je niet gek wordt van de stilte tussen ’t gekrijs van de kluten & meeuwen door.

Plassen moet je plannen, & poepen moet je hopen dat ’t je niet overkomt. Want alles moet in de direkte omgeving van de caravan gepleegd worden, meer overzicht heb je nou 1maal niet over ’t terrein. Je weet waar ’t pad richting fietsen loopt, maar zelfs daar zitten kuilen in, & zijn schapen ijverig geweest in ’t op hun manier plaveiden van de wegen. Je bevindt je tenslotte midden in de weilanden. De plek van de caravan maakt deel uit van ’t te begrazen gebied.
Slechts plassen dus, aan de achterkant van de caravan. De menselijke drol stinkt dermate dat ’t niet collegiaal is tegenover latere wakers. Maar wie durft er in deze nacht z’n onderlichaam te laten hangen boven iets vaags onbekends? Een held, zo stel je je voor, met ontzag voor niemand & geen enkele situatie, durft z’n billen bloot in de lucht te laten schommelen om insekt-appetijtelijke dampen te produceren.

Je waakt. Je kijkt of er vreemde auto’s onder de dijk vreemd lang blijven staan. Je tuurt met de verrekijker. Je luistert naar geluiden. Je wordt gek van de kluten. Je verlangt naar meer bier dan dat je meegenomen hebt. Je probeert te lezen, maar de stilte is te overweldigend, ondanks de kluten. Je probeert te slapen, maar je waakt.

& Plots weet je ’t zeker: er bevindt zich iemand op ’t terrein. Je hoort schuifelen, je hoort bewegen. Je hoort grassprietjes buigen. Je hoort kluten gealarmeerd opvliegen. Alles lijkt er op te wijzen dat er iemand is.
Hoor jij ’t ook?
& Samen fok je elkaar op. 4 Oren maken overuren. & Proberen toch de schijn van rust op te houden. Des te langzamer de ander z’n hoofd beweegt, des te snijdender de spanning, want dan moet er iets te horen zijn, weet de 1 af te lezen aan de uitdrukking op ’t gezicht.

Ik hoor iemand hoesten, zegt 1 van beiden, in de verte. De oren die net ontspannen waren, worden weer tot concentratie gebracht. & Inderdaad hoest er iemand, maar ditmaal al dichterbij. Hij hoest de hoest van een oude man, die steeds meer de caravan nadert. Maar buiten de schapen hoor je niemand bewegen.
Er moet iemand op jacht zijn naar de kluteneieren, constateer je met z’n 2-en. Maar waarom valt-ie aan vanaf de weide-kant? Waarom neemt-ie de weg langs de caravan, waar de hele tijd licht brand?
1 Van 2-en suggereert de aanwezigheid van de boer. Maar dat wordt als onmogelijk weggewimpeld. Die zou duidelijk hoorbaar met de auto komen. Die zou licht meenemen. Die zou….

Plots weet je ‘t. Je wist ’t altijd al. Je was ’t alleen vergeten. Zo gefixeerd was je op ’t geluid van eierdieven. Zo gespitst op menselijke aanwezigheid.
Gerustgesteld hoor je een natte kuch naast de caravan, terwijl ’t lichaam zich er aan schuurt.

Schapen hoesten ook in Zijperspace.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *