laatste zomer van ’t groengele t-shirt

Dramatisch zit de gedachte al in m’n hoofd dat ’t de laatste zomer van ’t groengele t-shirt moet worden. Hij hangt momenteel nog te drogen. De laatste druppels moeten er uit voordat-ie aangetrokken wordt voor z’n laatste tocht. Maar misschien ook wel de 1e keer dat-ie meegaat op vakantie.
Een roemrijke dood. Er zijn t-shirts die niet durven dromen van een tocht met de baas de grens over.
Ik zit wel te denken dat de gaatjes ’t misschien niet zullen houden. Dat geschuur & getrek van de rugzak.

Ik heb genoeg onderbroeken mee. Sokken ook. Broeken. Alles voor de 3e keer doorgenomen. ’t Klopt.
M’n zaklantaarntje kan ik echter niet vinden. Voor de 3e keer m’n vakantiespullen overhoop gehaald.

M’n rugzak wordt echter wel een zwalkende medicijnkast. Nasonex, paracetamol, strumazol, pleisters, srl-gelei, ketoconazol, compeed & lippenzalf. Elk jaar lijkt er een artikel bij te komen. Als ik m’n vaders pelgrimleeftijd heb bereikt zal de rugzak geen ruimte meer hebben voor een slaapzak. Te weinig tijd bovendien voor de wandeling, omdat ik de ganse dag bezig ben op tijd de pillen te slikken, de zalven te smeren.

Ik zal minder suiker moeten gaan gebruiken. De voorraad suiker die ik de vorige vakantie mee had, & niet nodig bleek te hebben, heb ik grotendeels verbruikt bij de 2 koppen thee deze morgen. Wil ik elke dag thee drinken & zelf de suiker aandragen, geen suikerzakjes jattend in restauraties, dan zal 1 kilo niet toereikend zijn, ben ik bang.

Op ’t laatste moment m’n buurvrouw toch maar ingeschakeld. Voor de plantjes in de tuin. Alleen de planten die niet in de tuin zelf staan, heb ik gezegd, in de mandjes. De planten binnen mogen ook wel, maar die vergeet ik zelf ook wel ‘ns 2 weken. Zit minder liefde in, heb ik proberen uit te leggen.
Ik moest een hele handleiding geven hoe ze aan de sleutels moest komen. Die had ik eigenlijk voor m’n broer op m’n werk achtergelaten.
Oh, daar wipt ze vanmiddag wel even langs. Geen probleem.
We hebben de kaart van Engeland nog bestudeerd die zij aan de muur heeft hangen. Een antieke, zo leek ’t bijna. Slechts de allerbelangrijkste steden waren vermeld. & Een paar streepjes & kleuren, om aan te geven welke grondstoffen gewonnen werden in de verschillende streken.
Maar daar hadden we ’t niet over. We wezen aan waar we geweest waren. Waar ik heen moest gaan. & Waar zij heen zouden gaan. Toen heb ik ze verteld welk bier je daar kan drinken. & Welke je niet zou moeten drinken.

Daarnet nog even de deur uitgesjeest. Ik had nog post liggen. Al enkele dagen. Misschien was er iets belangrijks tussen, dacht ik.
Aanmaningen van de verzekering. Ik had na de 2e herinnering nog steeds niet betaald, vertelde de brief. 2 Rekeningen nog wel. Ik mocht mezelf als onverzekerd beschouwen.
Ik heb alle acceptgiro’s bij elkaar geraapt. M’n handtekening geplaatst. Naar m’n bank geracet. Die natuurlijk veel te ver weg gesitueerd is. Maar ik werd er wakker van. Wellicht kreeg ik er honger van, dacht ik onderweg.
Dat bleek helaas niet ’t geval. M’n buik is veel te zenuwachtig. M’n verstand niet, maar sommige dingen gaan nu 1maal verschrikkelijk stiekem in mijn lichaam.

‘Hoelang blijf je weg?’ vroeg iedereen.
Binnen een minuut lag die vraag op tafel als ik vertelde van m’n vertrek naar vreemde oorden.
‘Ik hoop 2 weken.’
Waarna gegniffel volgde als ik zei dat ik ’t waarschijnlijk niet zou halen.
‘Heimwee.’
Dan verbaasde blikken. Met vaak nog die lach erin.
& Dan ging ik ’t weer uitleggen. Elke keer werd m’n theorie beter. Ik raakte gewend aan m’n eigen gedachtegang.
Tot ik in m’n 1tje stond te gniffelen. Dat was vaak ’t moment dat mensen ’t begonnen te begrijpen. Dan begon ik ’t amusant te vinden. Gegeneerd gniffelen.
Ik maakte dan een gebaar met m’n arm. Een zwaai voorover.
Dan was ’t over. Kon ik vertrekken.

Op naar de laatste zomer van ’t groengele t-shirt in Zijperspace.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.