lamlendig

Johannes Brahms   Clarinet Quintet B minor Op. 115, Allegro

‘Hallo, met Ton.’
‘Hoi, met Rachel.’
‘Hoi.’
‘Ik ga toch maar niet mee.’
‘Jammer. Maar dan ga ik wel in m’n 1tje. Ik kan niet de hele dag binnen blijven zitten.’
‘Nee, dat moet je niet doen. Ik heb gewoon te veel te doen vandaag.’
‘Geeft niks.’
‘Hoe gaat ‘t?’
‘Hm, een beetje lamlendig. Weet niet wat ik moet gaan doen. Ik ga wel wandelen, maar ik moet ook nog een stukje schrijven. Maar daar heb ik geen zin in.’
‘Heb je gister nog geschreven?’
‘Ja, maar dat hoef je niet te lezen. Dat stelt niets voor.’
‘Zo slecht?’
‘Nou, dat ook weer niet. Maar ik moest iets schrijven. Wat er staat klopt evengoed wel allemaal, maar ’t gaat nergens over. ’t Is bij elkaar geraapt. Niet de moeite waard.’
‘Je hebt ’t er uitgeperst?’
‘Ja, dat is ‘t. & Ik heb wel een verhaal in m’n hoofd om vandaag te schrijven, maar ik heb nog geen zin. Dat doe ik dan wel na die wandeling.’
‘Ja, joh. Je hebt de hele dag de tijd. & Morgen ben je toch ook nog vrij.’
‘Ja, maar dan moet ik een volgend stuk schrijven. Elke dag weer.’
‘Oh, ja. Da’s waar. Dat doe je al 2 jaar lang.’
‘Ja, bijna 2 jaar lang. 9 September 2 jaar lang.’
‘Dan al? Dat moet je vieren.’
‘Nee, ik vier m’n verjaardag al elk jaar.’
‘Ja, da’s waar. Waar ga je trouwens straks heen?’
‘Naar IJmuiden met de veerboot. Of naar Velsen-Zuid is dat. & Dan daar door de duinen wandelen.’
‘Oh ja. Waarvandaan vertrekt die veerboot?’
‘Vanaf pier 9, achter ’t station.’
‘Oh, ja, ik weet ’t weer: da’s zo’n hele snelle.’
‘Ja. Ik ga maar ‘ns even douchen. Dan vertrek ik zo.’
‘Mag ik nog even klagen?’
‘Ja, tuurlijk, ga je gang.’
‘M’n wasmachine doet ’t niet meer.’
‘Ja, dat had ik gehoord van Sas.’
‘& Nou doet m’n tv ’t ook niet meer. De kabel is afgesloten. Ik zag al de hele tijd een envelop van Chello liggen. Ik dacht: die ga ik even aan m’n buurvrouw geven, maar die was er steeds niet. Want zij moet die rekening betalen. & Nou is-ie afgesloten. Volgens mij is een beetje slordig in dat soort dingen. Ik probeer haar wel te pakken te krijgen, maar ze is er steeds niet als ik er ben. Ik hoor wel af & toe keihard muziek aan staan, maar dan moet ik meestal de deur uit.’
‘Die buurvrouw van je is toch predikante?’
‘Ja.’
‘Predikanten die keihard muziek draaien, dat kan toch niet?’
‘Ze draait keihard klassieke muziek.’
‘Oh. Ja. Da’s eigenlijk wel een goed idee. Ga ik ook doen.’
‘Ja, leuk.’
‘& Zeg, hé, we kunnen misschien evengoed vanmiddag ergens afspreken.’
‘Ja, maar ik krijg vanavond visite. Er komt iemand eten om 7 uur. Daarvoor kan wel, maar dan vooral niet te veel.’
‘Ik heb natuurlijk geen mobiel, dus dan zouden we nu moeten afspreken. Dat ik er heen ga, zogauw ik terug ben.’
‘Ja.’
‘We kunnen bij je om de hoek afspreken. Bij dat café.’
‘Ja, da’s wel een goed idee. Om een uurtje of 5?’
‘½ 5. Anders wordt ’t zo laat.’
‘Is goed. Maar dan drink ik dus niet te veel. Want om 7 uur komt die visite.’
‘Hoe heet ’t café nou ook alweer?’
‘Scharrebier.’
‘Zo ik toch ’n moeten onthouden. Voor mij toch een heel makkelijk woord.’
‘Zo heet de brug ook.’
‘Goed. Ik heb de cd er in zitten. Ga ik nu die klassieke muziek keihard aanzetten. & Een douche nemen.’
‘Zie ik je dan.’
‘Ja, tot dan.’

& Lamlendigheid werd verdreven uit Zijperspace.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.