liftlog 2

Ik was 1e die de veerboot van Åland verliet. Ik wilde zodoende de kans vergroten door een medepassagier, maar dan met auto, meegenomen te worden. Vooral ook om zo snel mogelijk verder weg te zijn; m’n reis huiswaarts gezwind in te zetten, weg van de heimwee, weg van alleen op vakantie.

’t Was weer ‘ns niet echt rozegeur & maneschijn, zoals ik me de vakantie altijd van te voren had voorgesteld. Hoewel ik geen noemenswaardige tegenslagen had gehad. Ikzelf was degene die dwars zat. Ik wilde op gegeven moment naar huis, terug naar vertrouwde omgeving. Ik had genoeg van de onnoemelijk vele indrukken die m’n zintuigen overuren bezorgden. Me deden beseffen dat ik niet op een plek zat waar ik bekend was met alles, waar ik alles onder kontrole had.
Ik had m’n verblijf op Åland slechts 1½e dag volgehouden. Waarschijnlijk was ik me door ’t bereiken van m’n doel bewust geraakt van ’t feit dat ik te veel indrukken in te korte tijd had opgedaan. Dat er teveel dingen niet leken op m’n eigen huiselijke omgeving.

Ik stond daar, langs de weg. Op de uitrit de havenplaats van de veerboot af. In ’t plaatsje Grisslehamn, 40 km boven Stockholm. Waar de wegen 2-banig waren. & Alles rustig aan reed, vanwege de grote drukte die ’t legen van de veerboot veroorzaakte. Logisch, dit was nou 1maal de goedkoopste verbinding met de eilandengroep. Dat was ook de reden waarom ik ervoor gekozen had.
’t 2-Banige aspekt was voor mij een nadeel, vooral ook omdat er bijna geen stoep bestond in Grisslehamn. Parkeerplaatsen hadden ze elders ondergebracht, buiten de ‘grote verkeersweg’.

Ik zag zodoende alle auto’s aan me voorbijgaan. Sommige mensen waren nog zo sympathiek om te gebaren dat ’t onmogelijk was voor hun om te stoppen, gezien ’t massale verkeer achter hun, & de geringe ruimte om te stoppen. Ik zag ze allen mij in de steek laten. & Ik zag de boot leger & leger worden. Dat zou misschien wel hier overnachten worden, waar ik absoluut geen zin in had.
Ik wilde die 2000 km zo snel mogelijk afgelegd hebben, weer terug in m’n eigen zachte bed liggen. Geen tjilpende vogels in de morgenstond, geen dauw m’n tent laten overdekken, geen maaltijden bereiden op een campinggaz-brandertje. Ik had er genoeg van.

Alle auto’s hadden me gepasseerd. Er was geen kans meer dat iemand me nog zou meenemen. Ik was gedwongen naar de rand van ’t plaatsje te lopen & daar te hopen op een verbreding zodat de lokale bevolking de ruimte had voor mij te stoppen. Teleurgesteld begaf ik me op weg, zo af & toe nog m’n duim opheffend als ik een motor hoorde naderen.

& Een motor stopte.
Een in mijn ogen supersnelle motor stopte voor me. De man had nog een helm over, want hij had z’n vriendin net weggebracht. Hij was onderweg naar Stockholm. Ik kon achterop springen.

Daar zat ik: m’n armen omstrengeld om ’t lichaam van een man, om vooral niet naar achteren getrokken te worden bij ’t optrekken. M’n rugzak als xtra ballast. Razendsnel alle wagens passerend die mij daarnet nog hadden laten staan.
’t Meest angstige ½ uur ooit in m’n leven. Alles zoefde voorbij. Elke keer kwamen we bliksemsnel auto’s achterop & hopten we over de andere kant van de weg voorbij. Nog net wegduikend naar de eigen weghelft voordat de tegenligger ons te pakken had. M’n ogen traanden, m’n wangen werden naar achteren gezogen, net als m’n rug, m’n kleren, m’n rugzak. & Ik moest die man maar vast blijven houden; ik kon niet anders.
Ik heb ontelbare schietgebedjes gepreveld dat ’t toch maar goed zou mogen aflopen, of dat ik anders op slag dood zou zijn. & Dat terwijl ik al jaren niet meer had gebeden.

In Stockholm werd ik uiteindelijk opgepikt door een stelletje hippies. Ik dacht toen al dat ze allang uitgestorven waren. Maar deze leefden nog. Ze reden in een beschilderde volkswagenbusje met de nodige mankementen. Vaak betekende dat dat we ons niet sneller dan 40 km per uur over de snelweg konden begeven.
‘Maar relax, man,’ bedacht ik me de hele tijd, ‘we hebben geen haast.’

Haast bestond toen ff niet in Zijperspace.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.