lijflog 10

Eindelijk maakte ik ’t mee, was ik me er bewust van dat ’t gebeurd was, ’t ging zomaar ‘ns niet onopgemerkt aan me voorbij. Eindelijk kon ik daardoor schade voorkomen. Oftewel een wrevelig wrijven over de plek des onheils, waar restanten me de hele dag eraan zouden blijven herinneren (ik heb wel gehad dat ik ½erwege de dag dacht: wat zit daar toch? Dat ik de overblijfsels van ’t plakken met m’n nagel weg kon krabben).
’t Betekende wel dat ik langzaam, bedachtzaam moest handelen. Niks impulsiefs, niks met kracht. Traag moest ik ’t ene deel van ’t andere aftrekken. Waarbij ik alle beschikbare spieren zou moeten gebruiken. De ene spier om de andere spier in bedwang te houden, de 3e spier om ’t ontplakken in gang te zetten.

’t Kon echter ook zijn dat ik droomde. Ik lag tenslotte in bed. Happend naar adem, zoals wel vaker middernachtelijk, lag ik naar ’t plafond te staren. Dat kon een kwade droom zijn. Zo van: ‘Vannacht had ik een nachtmerrie! Ik droomde dat ik in bed lag.’
Maar goed, de wijze waarop ik dus middernachtelijk naar adem lig te happen, zou voor anderen al een nachtmerrie kunnen zijn.

’t Was een kwestie van goed reageren. De juiste samentrekking laten plaatsvinden, de juiste spieren bundelen. Niet panikeren, gewoon rustig door blijven trekken, ademhalen, ontspannen & geloven dat ’t goed zou komen. Achteraf wellicht nog een glaasje water drinken, neus snuiten & wederom te bed gaan.

Ik was er klaar voor.
Langzaam trok ik m’n tong los van m’n gehemelte.

Sterk spul hebben we hier in Zijperspace.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *