lijflog 2

Zoals gisteravond, want eigenlijk is gisteravond wel een goed voorbeeld. Ik had totaal geen tijd om er iets aan te doen. Ja, ik stond wel ff stil, maar dat was tussen al ’t gehaast door. & Dan nog: al had ik iets er aan proberen te doen, niet veel later zou ik die poging dan alweer teniet gedaan hebben.

’s Ochtends kwam ik pas via Cockie te weten dat ze ’s avonds zouden optreden. Misschien was ’t inmiddels al middag. Ik had in ieder geval geen tijd, zo vlak voor m’n werk, om er rekening mee te houden. Bijv schoon t-shirt meenemen, tandenborstel mee; van die dingen die mogelijk lichaamsgeur kunnen verhullen, soms zelfs kunnen wegnemen.

Op m’n werk, tijdens m’n werk moet ik zeggen, verzon ik dus een plan de campagne. Hoe snel kassa tellen, snel fietsen, stukje schrijven (?), eten scoren, etc, alles diende in ’t plan opgenomen te worden. (Niet ongerust worden; dit is heel normaal. Zo plan ik m’n hele leven. Dag in, dag uit weet ik wat er allemaal te gebeuren staat, maar nooit zo kort van te voren. Men zou kunnen zeggen dat dit een spontane aktie is in ’t leven van.)

De planning hield in dat ik geen biertje kon drinken na afloop van m’n werk, dat ik slechts naar huis ging om m’n spullen te dumpen, dat ik mogelijk een snel stukje kon schrijven, maar voor verschoning was geen tijd.
Die tijd bleek wel mee te vallen: op m’n gemak dronk ik bij thuiskomst een biertje tijdens ’t schrijven. & Ik kon zelfs 2 handen vol olijven in m’n mond stoppen. Maar verschoning zat er evengoed niet in. Waarschijnlijk omdat ik ’t niet in m’n planning had opgenomen.

Dit geheel betekende dat ik me in Paradiso niet alleen zorgen moest maken om de patat die ik onderweg tot me had genomen, maar daarnaast een walm van knoflookolijven om me heen dacht. ’t Veroorzaakte dat ik ’t idee kreeg dat alle kruiden die ze voor de bereiding ervan hadden gebruikt, zich door m’n poriën naar buiten werkten rechtstreeks de neus van m’n buurman/vrouw in. Om niet te spreken van de zwerm dooie mussen die veroorzaakt waren door de meligheid van de patat.
Of anders toch zeker ’t werkzweet, dat zich genesteld had onder m’n oksels (o, wat was ’t simpel geweest om ff wat deo te gebruiken). In grote hoeveelheden, & zodanig dat ik ’t natuurlijk weer niet zou kunnen ruiken, maar m’n medemens wel. Zelfs 2 handen water boven de wasbak van ’t toilet in Paradiso hielpen daar niet tegen.

Ik sprak de mensen niet rechtstreeks aan; aldoor lángs ’t gezicht. Zodat de lucht die m’n mond verspreidde zoveel mogelijk de neus passeerde. Slechts bij weerkaatsing door omgeving zou de persoon de stank tot zich nemen. & Niet meteen met een beschuldigend vingertje mijn kant op kunnen wijzen.
Ik hield m’n handen onder m’n oksels. M’n t-shirt werd aldus afgeknepen, geen luchtje kon er doorheen. Alleen door de stof zelf.
Totdat ik moe werd van die houding & ik zag dat ondertussen iedereen onder ’t zweet zat, dat ik voelde dat elke arm die ik per ongeluk raakte ook vochtig was als m’n oksels.

Vanaf dat moment heb ik ook de vrijheid durven nemen zo af & toe een scheet te laten.

’t Ruikt in Zijperspace.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *