mijn gehavend lichaam part I

Zo’n ongeluk als gistermiddag zet me aan ’t denken. Waarom doet m’n lichaam pijn; waar doet ’t pijn; ik heb eigenlijk wel geluk gehad, want zoveel pijn heb ik toch niet; wat had ik de vorige keer; & hoe werden vorige ongelukken veroorzaakt? ’t Verleden komt tot leven door de opnieuw opgewekte angst/pijn-ervaringen. Daar moeten we van profiteren, want nu liggen ze ’t dichtst tegen de oppervlakte van ’t herinnering.

1 Van de 1ste ongelukken die ik me kan herinneren is de golfstick tegen m’n hoofd. Als ik ’t me wel daadwerkelijk weet te herinneren, want er is een soortemet verslag van uitgebracht voor de familie-archieven, wat m’n beeldvorming in m’n geheugen beïnvloed kan hebben. Mijn vader was nl op dat moment aan ’t filmen & kon ’t niet laten z’n eigen zoontje jankend & met bloedend hoofd vast te leggen.

We waren aan ’t kamperen met de hele familie, waarschijnlijk in Luxemburg. Elk jaar diende er tijdens de vakantie midgetgolf gespeeld te worden, want dan heb je alle kinderen voor geruime tijd zoet & onderhouden. Mijn ouders hadden echter geen rekening gehouden met mijn broer Theo, die waarschijnlijk de 1e verslagen Golf (met grote letter) aan zich voorbij had zien gaan op tv. Dus hij dacht dat er gezwiept moest worden met de stick. De veel kleinere broer Ton zag een toekomstig sportadviseur in zichzelf & maakte duidelijk dat ’t beter was de stick dicht bij de bal te houden alvorens te slaan. Zodat er een grotere kans was de bal te raken, & de bal niet te veel vaart zou hebben, want dat was nl geen noodzakelijkheid op zulke kleine baantjes, was de achterliggende theorie van de sportanalyticus in spe. Totaal nog niet op de hoogte over ’t feit dat zulke personen beter gepaste afstand kunnen bewaren tot ’t object van hun commentaar, probeerde deze ambitieuze jongeling ’t met raad & richtlijnen z’n oudere broer te verduidelijken, waarna de laatste geïrriteerd ver boven de schouder z’n stick begon in te zetten: dit zou de ultieme poging worden z’n broertje tot zwijgen te dwingen.

’t Is maar hoe je ’t bekijkt: je kan z’n poging als geslaagd dan wel mislukt beschouwen. De stomme film vertoont een ogenschijnlijk krijsende jongen die absoluut geen aandacht heeft voor de ballen op de baan, daar ’t vloeiende bloed & de zoute tranen hem ’t zicht ontnemen. Mijn vader had geen beschikking over geluid bij de opnames, dus we zijn verschoond gebleven van m’n aanroepen voor moeders.

De pijn kan ik me niet herinneren & zoals ik al zei, de rest misschien ook wel niet rechtstreeks.
Dit was de 1e keer dat ik een ‘gat in m’n hoofd’ had. (Zo werd dat vroeger genoemd; bestaat die uitdrukking nog steeds? Of is dat iets van vroeger tijden?)

Er zijn nog vele gaten ontstaan in de loop van de tijd in Zijperspace.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.