Omnivertellen

Ik ga zo aan ’t bier. Uit noodzakelijkheid een beetje vroeg. Dat vind ik niet raar als ik in Duitsland ben, op vakantie of voor een uitstapje. Engeland evenzo.
Nu zit ik echter thuis. & Er is niets te vieren, behalve de zon die hinderlijk op ’t beeldscherm schijnt om te vragen of ik buiten spelen kom.

Misschien moet ik beginnen met te vertellen dat ik uit een gezin van 6 jongens kom. Dat er geen meisjes meedoen in dit verhaal is misschien niet van erg groot belang, behalve dan dat ’t gemis aan weinig variatie ons nog meer op elkaar doet lijken. Weet je wel: als je iets wil bewijzen dmv experiment moet je zorgen dat bepaalde waardes gelijk zijn. Nou is dat niet mijn bedoeling, maar die basisgelijkheid van 6 broers is groter, ook op de lange duur, dan een situatie van 3 om 3.

Van 1 van hen werd er altijd gezegd dat hij zo lang over zijn te verhalen deed. Kom nou eens to-the-point, werd er dan vaak gezegd. Of er klonk op 1 moment een zucht in stereofonie uit diverse kelen.
De rest van de broers had echter ook te maken met deze onhandigheid niet spits & bondig te kunnen zijn. Ik heb ’t meermaals moeten horen van de vriendinnen die ’t bed met me hebben gedeeld. Hoewel ik juist daar er weinig last van had.

Dit staat hier allemaal geschreven omdat ik ’t idee heb dat als ik ’t niet allemaal tot leven roep, men ’t uiteindelijk niet snapt. Net als de meeste van mijn broers mis ik de mogelijkheid, mis ’t vermogen zo men wil, om verhaaltechnisch de bocht af te snijden.

Ik ben een hamsteraar. Omdat als er iets in de aanbieding is, ’t meteen gekocht moet worden in grote getale. Dan bespaar ik geld ipv te veel uitgeven als de actie voorbij is.
Dus staat er in de gang een kast waar ik m’n goedkoop gekochte bier verzamel. & In de keuken staat een koelkast waar m’n gehele voorraad zomaar in past. Ik hamster nl niet alleen bier, maar ook andere voordeeltjes. Een grote vriezer was op een gegeven moment een goede uitkomst voor die verzameldrang, niet alleen om maaltijden voor latere luiheid in te bewaren.

Maar nu ik ’t over ‘bewaren’ heb; ik snap allang niet meer waarom ik m’n vorige fiets, een Kronan, aan ’t plafond in de gang heb gehangen. Hij hangt daar nu al zeker meer dan 10 jaar, vlak voor m’n jassenkapstok (waar ik zelden of nooit een jas van selecteer voor gebruik, maar ook van hen durf ik geen afscheid te nemen) & benevens m’n al eerder genoemde biervoorraad.
Overigens staan de overige kasten aldaar goeddeels gevuld met boeken & tijdschriften. Men kan zich vast een beeld scheppen hoe ik m’n nek & lichaam moet manoeuvreren om iets van dit alles te kunnen benaderen. Dankzij ’t ooit genomen besluit m’n (geestelijk reeds afgedankte) fiets op te hangen, plus de nog steeds in gebruik zijnde fiets (een Filibus), die bij thuiskomst er onder geparkeerd wordt.

Goed, we hebben biervoorraad, een koelkast, een fiets staand & 1 fiets hangend &  een verteller die hoofdzaken niet van bijzaken kan onderscheiden.

Ik was mijn ontbijt aan ’t bereiden. ’t Is een heel gedoe, want m’n brood bestaat uit lagen van verschillende ingrediënten, zoals humus, boter, chilli pickle, kaas, etc., waarbij ik altijd 1 van hen uit de koelkast vergeet te halen. Zodat ik telkens toch nog een keer moet bukken.
Bij de 3e buk werd me gewaar dat er geen bier meer koud stond. Zonde voor als ik na ’t buiten spelen in de zon niets klaar heb staan om me te laven.

Broodje werd voor een moment alleen gelaten, want de koelvoorraad diende bijgevuld.
Ik pak 4 blikken tussen de 2 fietsen door, 1tje raakt iets van de Kronan, een sissend geluid ontstaat dat ik zeer door 25 jaar beroepservaring in ’t biervak onmiddellijk weet te herkennen, & hopeloos pogend niet nog meer te beschadigen houd ik tegelijkertijd mijn duim zo goed als mogelijk op ’t minuscule gaatje waar met ferme kracht ’t bier al schuimspuitend de vaart richting wijde wereld maken wil, weet me vervolgens niet meer te herinneren waar ik die andere 3 blikken heb gelaten, maar ben wel zo doortastend dat ik ’t lekkende exemplaar buiten op een stoel stoom laat afblazen.

’t Gaatje zat hoog. Er is waarschijnlijk relatief weinig verloren gegaan. Maar des te langer ik wacht, des te minder smaak. Men weet ondertussen waar ik die kennis aan heb te danken.
Ik ga aan ’t bier. Nu weet men waarom.

’t Heeft alleen nog best lang geduurd voordat ’t zover was in Zijperspace.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *