opgedragen

Ik ben genomineerd. Zoals ik graag wilde. Er hebben enkele mensen op mij gestemd nadat ik er om verzocht heb. Ik heb zogezegd campagne gevoerd.
Niet dat ik me daar verschrikkelijk goed bij voel, je loopt een beetje met jezelf te koop. Da’s niet iets waar ik echt goed in ben. Ik heb om dezelfde reden een studie beëindigd, vlak voordat ik aan m’n scriptie moest beginnen. Tenminste, dat was 1 van de redenen. Ik kon mezelf niet verkopen. Ik wilde niet zomaar aardig gevonden worden. Ik wilde niet benadrukken dat ik aardig gevonden moest worden. Ik durfde niet te beweren dat ik aardig bevonden zou worden als mensen zouden doen wat ik zei. Ik ben niet aardig als mensen denken dat ik zo over wil komen, etcetera.

Maar toch wil ik dat ze me lezen. Ik wil dat men beseft dat ik iets goed kan. Dat ik zelfs meer kan dat beetje dat men in een oogwenk van mij kan zien. Dat er meer is dan dit ene verhaaltje over dingen die ik niet durf, maar toch vertel. & Ik wil horen dat ’t waar is, dat ’t klopt wat ik denk van mezelf.
Dan denk ik nog heel wat andere dingen, ik wil ook nog een heleboel andere dingen, maar je moet ’t niet ál te ingewikkeld maken voor de mens. Mijn persoon op zich is al moeilijk genoeg. Zeker als ik dat probeer te stoppen in een stukje tekst als dit.

Laat ik dat dus maar vergeten. Ik wil gewoon dat jullie weten, dames, heren, die toevallig passeren vanwege die lijst hierboven gelinkt, dat ik soms iets heel moois kan.
Alsjeblieft, jullie mogen m’n stukjes lezen. Ze zijn gratis. & Niets meer dan dat.
Maar voordat jullie vertrekken vanwege ’t feit dat ’t je niet kon boeien, probeer 1st je een beeld te scheppen van wie mijn vader was.
’t Zou hem veel genoegen doen te weten dat men mijn teksten leest. Hij zou, in zijn toenmalig volle bewustzijn, elk stukje hebben uitgeknipt, desnoods van ’t beeldscherm hebben geplukt, & ’t vervolgens in ’t plakboek hebben geplakt. ’t Plakboek van de familie Zijp. Waar de wapenfeiten in waren verzameld. Waar zijn trots in lag uitgespreid over volle bladzijdes, halve artikelen, kleine anekdotes, memoranda’s, net als bijzondere kanttekeningen, om ze te tonen aan eenieder die toevallig even langskwam. Met een cynische toon, niet wars van enige ironie, zou hij z’n visite hebben laten voelen hoe trots hij wel niet was.

Ik kan niet anders dan trots met hem zijn, trots dan op een vader die ik los moest laten, maar die me iets heeft nagelaten waardoor ik de juiste woorden heb, de juiste zinnen, de juiste alinea’s, de juiste drift om te doen wat ik nu doe.

Ach, noem me sentimenteel, of anders: zoek een stuk dat u wel aanspreekt. M’n reactieding staat open voor suggesties.

Misschien dat er leden van de jury zijn die dan nog even langer blijven hangen in Zijperspace.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.