opgemaakt

Ik deed ’t vanochtend weer, Moe. Gewoon nonchalant. Ik pakte de punt & wierp ‘m opzij, zodat ik kon passeren.
Misschien dat ’t ook extra moet, dat ik nog wat meer bloot moet gooien, omdat ik naar ’t voeteneind moet schuiven, ’t handig is vrij baan te hebben die kant op, zodat ik ongestoord met m’n voeten de trap kan vinden.
Meestal rechter grote teen trouwens. Die steekt vooruit. Ik ben niet alleen rechtshandig, blijkbaar ook rechtstenig. Als een tentakel schiet-ie vooruit om te voelen wat veilig is.
’Vrij baan, vrij baan,’ zullen de tastzenuwen in m’n grote teen wel keihard roepen naar alles wat zij voor zich op zien doemen, ‘wij moeten inspecteren of ’t kan!’
Daar kan ik een dekkend dekbed niet bij gebruiken. Dan zouden de dingen, de andere dingen, de dingen die een belemmering vormen voor een veilige afdaling, die tastcelletjes (tastzenuwen klonk toch niet zo goed) niet kunnen horen. Laat staan dat de tastdingen (tastcelletjes klopt ook niet) in m’n grote teen goed zouden kunnen tasten. Wat hebben ze nou aan ’t voelen van een dekbed, waar ze al de hele nacht door bedolven zijn, als ze opteren voor de 1e trede van een trap?

Ach, je zal wel weer zeggen dat ik gewoon een luie donder ben. Een foezelige viespeuk.
& Tante Dina spreekt je op de achtergrond bemoedigend toe, terwijl je me de waarheid zegt.
‘Wat kost ’t nou voor moeite,’ begon je vroeger altijd al, met nog een heleboel er achteraan.
Dan kreeg ik minstens 3 vragen op me afgevuurd. Verwijtende vragen. Ze begonnen allemaal met ‘wat kost ’t nou’, met daarop volgend ‘voor moeite’.
Om de preek te eindigen met: ‘Ja, gebruik je moeder maar als sloof.’
’t Enige waar ik me nog enigszins mee dacht te kunnen redden was: ‘Nee, want dat slaapt niet lekker.’
Daarbij vergetend dat je om een kussen een sloop doet, niet een sloof.

’t Kost toch geen moeite. & M’n moeder doet ’t vervolgens voor.
Want dat kon je evengoed niet laten. Terwijl wij op een meter afstand stonden geposteerd, naast ’t bed, aan de kant voor jouw armbewegingen die er zorg voor moesten dragen dat ’t beddengoed gefatsoeneerd werd.
‘1,’ zei je, ‘’t Laken.’
O ja, ’t laken, dachten wij dan schijnheilig niets wetend.
‘2,’ ging je onverstoord verder, ‘De deken.’
Ja, ’t deken ook.
‘3, De sprei.’
Da’s alles. We wisten ‘t. Maar we deden ’t niet. Enigszins bezorgd om je rug evengoed, want die houding van je lichaam over ’t bed kon op de lange termijn absoluut niet goed zijn, maar ’t was altijd nog beter dat jij ’t deed, dan dat wij ons best gingen doen jou tevreden te houden.

‘Je moeder is te lief,’ zeiden vriendinnetjes dan.
Vonden wij ook. Ik & m’n broers. In ieder geval de broers die hun bed niet op wilden maken. Zo’n beetje allemaal.
‘Ja, maar ze snapt toch ook wel dat ’t stukken makkelijk in bed stappen is als ’t niet opgemaakt is.’
‘Daar gaat ’t niet om.’
‘Maar voor mij wel.’
We zagen de volgende generatie kinderen al komen. Er zou in de toekomst in ieder geval niet veel veranderen.

Maar Ma, ik moet je nou iets zeggen.
Ik weet ondertussen dat ik gelijk heb gehad.
Je zal vast zeggen: ‘Ja, maar zo kan iedereen gelijk krijgen.’
& Dan zeg ik: ‘Inderdaad, daarom wil ik ’t ook aan jou kwijt.’
‘Moe,’ zeg ik dan, ‘’t heeft allemaal geen zin gehad.’
Vraagtekens zullen zich in je ogen aftekenen.
‘Nee, ’t heeft geen zin gehad. Eigenlijk was wat jij deed hartstikke slecht. Ik neem ’t je niet kwalijk, jij kon ’t ook niet weten, ik ben blij met m’n opvoeding, ik vind dat je ondanks je beperkingen erg je best hebt gedaan, maar ’t is wel jammer dat we er in mee zijn gegaan.’
Verontwaardiging van jouw kant. Niet helemaal ten onrechte.
‘Ma,’ zal ik serieus doorgaan, ‘een Engelsman denkt dat er minder geld richting gezondheidszorg hoeft te gaan, als mensen hun bed niet opmaken.’

Einde verhaal; ’t gelijk van Zijperspace.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.