pad (2)

Hoe leg ik ’t uit? Hoe kan ik mezelf verantwoorden tegenover degeen die dit leest? Ben ik zo schuldig als dat ik mezelf voel? Of bepaalt de lezer dit, in z’n wijsheid, met inzage van slechts ‘tgeen ik hier meedeel?
Ik voor mezelf heb besloten dat ik schuldig ben. Ik weet alleen nog niet waaraan. Ik weet zeker niet hoelang ik dit schuldgevoel aan de oppervlakte van mijn geweten zal kunnen houden. ’t Zal vanzelf weer weggedrukt worden. Ik zal vanzelf wel weer in de ontken-mode terechtkomen.

Ik ben de kelder in gedoken. Stap voor stap. Tree voor tree. Op ’t moment dat ik de looplamp kon ontwaren & er naar kon reiken, heb ik die opgepakt. & Schielijk ben ik daarmee, ’t snoer & stekker achter me aan trekkend, weer naar boven gegaan. Zodoende kon ik wat xtra licht creëren, om in de kelder rond te speuren naar tekens van aanwezigheid van de pad.

Elke stap die ik nam, elke handeling, werd vooraf gegaan door een spieden naar alle kanten. Ik moest zeker weten waar de pad zich bevond. Of-ie niet plots tevoorschijn zou kunnen springen. Waardoor ik overvallen kon worden door de schrik.
Alles leek veilig. Zo leek ’t vanaf de 2e tree. Nergens een beweging te bekennen. & Ondanks dat ik wist dat de pad goed stil kon zitten, dat vorige week ook wel degelijk getoond had, stelde dat me gerust.

’t Was nu slechts een kwestie van nadenken hoe ik de magnetron op zou pakken. Dat massieve ding, een prehistorisch xemplaar noemde ik ’t tegenover visite, was niet gemakkelijk op te tillen. & Ik zou geen overzicht hebben over de dingen die zouden kunnen gebeuren, terwijl ik voorover bukte om ’t op te tillen.

Op ’t moment dat ik voor ’t 1st een bukkende beweging maakte, om m’n 1e overweging kracht bij te zetten, werd mij plots aan linkerzijde een grijs verschijnsel gewaar. Bovenop een dwarse plank van een kleine pallet.
Mager, stukken kleiner dan vorige week op de trap, zat, nog steeds onbeweeglijk, de pad daar. In afwachting van wat ging gebeuren. Werkelijk: alleen maar in afwachting.
& M’n adem werd afgesneden; ik merkte niet dat ik naar boven vluchtte & daardoor m’n hoofd tegen de stutbalk stootte. Ik stond opeens weer 2 tredes hoger.

Nuchter nadenken, schoot me te binnen. Ik moet ervoor zorgen dat die magnetron boven komt. Ademhalen, dat helpt ook misschien.

Ik dacht aan reddingsoperaties, waarbij ik dapper de pad in m’n handen nam, om ‘m buiten de vrijheid opnieuw te gunnen. Ik dacht aan verpletterende voetbewegingen. Ik dacht aan honger. Maar eigenlijk dacht ik nergens aan, want ik liet me slechts leiden door m’n angst. Die nergens op sloeg, bedacht ik me nog net.

Ik liep de tuin in, van plan om een emmer te pakken. Wist alleen niet hoe ik de emmer zou moeten hanteren. Dus pakte ik m’n tuinhandschoenen. Die zou me in ieder geval beschermen tegen mogelijk aanrakingen. & Ik daalde, aldus gekleed, weer de trap af.

Er stond een stapel boekenplanken tegen de keldermuur aan. Die hebben me uiteindelijk verleid tot ’t snode plan. Die liet ik uiteindelijk funktioneren als eeuwige gevangenis van de pad. Hoevele gevangenen zijn ooit overleden in vochtige kelders? Hoe verhongerd kijken die gevangenen door hun tralies, waar ze, als ze nog fit genoeg zouden zijn, misschien wel doorheen zouden kunnen vluchten? Hoe slim moet een pad zijn om uit deze precaire situatie te ontvluchten? Een situatie die hopeloos is, zolang er geen sprake is van een menselijk ingrijpen.

Ik heb de boekenplanken rond de pallet gezet. 1 Voor 1 kaderden ze ’t gezicht op de pad af. Ik durfde niets te ondernemen zolang de pad z’n ogen op mij gericht had. Ik moest ‘m insluiten. 1 Plank voor, dat gaf de meeste geruststelling, 1 plank naast, nog 1 plank dáárnaast. Hij kon nu alleen nog maar via de onderkant van de pallet ontsnappen. Dus ook 1 plank voor die ontsnappingsmogelijkheid. Alles om mijn angst op een negeernivo bij te stellen.

Er zit nu een pad gevangen in m’n kelder. Hij is er niet alleen maar per ongeluk in terecht geraakt; hij is er nu daadwerkelijk gevangen. De pad kon weliswaar niet meer weg, maar nu heb ik definitief z’n leefwereld drastisch ingeperkt. Ik heb een graftombe voor ‘m gecreëerd. Een tombe van rechtopstaande boekenplanken. Groot genoeg voor 1000-en dode padden.

Er leven momenteel nog steeds 2 wezens in Zijperspace.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *