pijnafwezigzijn

Ik was al bezig m’n afscheidsrede te schrijven.
‘’t Spijt me, dames & heren, maar ik moet er voorlopig een punt achter zetten.’
Dramatische toon. Een beroep doend op eenieders sentimenten. Wollige zinnetjes, afgewisseld met een zekere efficiëntie, zeker gezien mijn normale taalgebruik. De boodschap moest immers wel overkomen.
Ik laat me graag meesleuren als ik ’s nachts wakker lig.

De dag ervoor had ik nog besloten zo min mogelijk pillen te slikken. Ik moest voelen wat er te voelen was. Stel je voor dat ik bij de fysio zou aankomen & niets had. Dan kon ik beter voelen wat ik niet voelde. Dat ik ’t in ieder geval tijdig doorhad.
‘Wat slik je?’ vroeg Rachel.
‘Arthrotec,’ antwoordde ik na lang in m’n geheugen zoeken.
Ik besloot ’t bij thuiskomst uit m’n hoofd te gaan leren.
‘Zo!’ reageerde Rachel. ‘Da’s hartstikke sterk. Dat heeft mijn huisarts me ook aangesmeerd. Daar ben ik zo snel mogelijk mee gestopt. Dan maar pijn, dacht ik toen.’
‘Vrouwen kunnen ook veel meer pijn verdragen dan mannen,’ zei ik op m’n zieligmannentoon. ‘Maar m’n huisarts zei ook dat-ie me een hele lichte uitvoering ervan had voorgeschreven.’

Ik had de fysio gebeld. Antwoordapparaat ingesproken.
‘Na de piep kunt u uw naam, uw klacht & uw telefoonnr inspreken. Dan bellen wij u zo spoedig mogelijk terug.’
Dat was 5 minuten later al.
‘U had gebeld,’ zei de man.
‘Zo, da’s snel,’ zei ik.
Maar daar ging-ie niet op in.
‘U had last van uw nek.’
‘Ja, inderdaad. & M’n huisarts had me naar u doorverwezen.’
‘Kan u maandag om ½ 2?’
‘Nee, dan moet ik werken.’
Gvd, dacht ik, wat is er nou belangrijker: dat ik werk of dat ik bijna niet meer kan werken? Maar ik was al te laat om m’n woorden in te trekken.
‘Dinsdag dan? ½ 4?’
‘Ja, da’s prima.’
Ondertussen voelde ik geen pijn.
Waar is m’n pijn? dacht ik paniekerig.

Geen pijn. Dan kon ik net zo goed bier drinken. De vaste woensdagmiddag.
‘Ik voel me wel wat afwezig,’ zei ik tegen Rachel tussen 2 slokken door.
‘Vind je ’t gek?’ zei zij.
‘Ik weet niet of ’t aan die pillen ligt.’
‘Tuurlijk ligt ’t aan die pillen. Die zijn hartstikke sterk.’
‘Maar ik heb vanmiddag niet geslikt, want ik wilde weten of ik nog wel pijn had.’
Mannen! dacht ik ondertussen, voordat Rachel ’t zou verzuchten.
Dat bleef echter uit.

Ik ging naar huis. Maakte eten klaar. & Viel rozig van de maaltijd na ‘t bier in slaap.
2 Uur later zat ‘t weer in m’n nek. M’n hoofd bonkte.
Ik begon aan m’n afscheidsrede.
2 Weken lang zou ik m’n computer niet meer mogen aanraken, zo begon ik in gedachten. Ik had m’n fysio nog niet gezien, maar dat zou ‘t 1e zijn dat hij me zou zeggen. ’t Spijt me dat ik u de komende tijd niet meer met stukjes kan vertieren, ging ik verder, & dat ik niet op uw meeltjes reageer.

We hebben altijd een worstkaasscenario klaar staan in Zijperspace.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.