plannen

Alles is deel van een plan. Ik weet nog niet welk plan. Eigenlijk ook weer wel: ’t moet warmer worden, maar omdat ’t slechts kleine stapjes zijn die de weg bewandelen om ’t doel te behalen, lijkt ’t geen plan. In ieder geval een onzinnige. ’t Zijn muizenstapjes, met slakkensnelheid.

’t Mag niet koud zijn. Dat is de gedachte.
De stappen moeten zorgen dat de kou zo lang mogelijk buiten blijft. Miniplannetjes. Al is ’t maar 1 procent. Bij een volgende stap zal die ene procent cumulatief gewerkt hebben. Want als je de volgende nieuwe situatie op 100 procent stelt, dan was de situatie ervoor 101, die daarvoor 101 gedeeld door 100, plus 101. Dat is meer. Dus heb je meer effect behaald. Verhoudingsgewijs dan.
Ik mag dus geen enkele stap overslaan. Want dan verlies ik effect.
Ook al blijft ’t onzinnig lijken.

Vanavond een gordijntje opgehangen. Voor ’t raam van de keukendeur. Dun gordijntje. Maar zo komt er een isolerend luchtlaagje te hangen tussen ’t gordijn & ’t raam. Weer een extra barrière voor de kou.
’t Lijkt vervolgens of ik de kou harder onder de deur door voel kruipen, als koude stralen sluipt ‘t naar binnen & overvalt 1st m’n voeten & enkels, waarna ’t opkruipt naar daar waar ‘t niet mag komen.
De laatste zin zou eigenlijk in meervoud moeten. Kou is niet alleen. Kou is meerdere personen. Zeker in mijn keuken. Ze komen uit alle hoeken & gaten. & Als ’t niet komt, dan zijn ze er al.

Ik kom thuis & word erdoor welkom geheten. Dat is ’t enige moment van welkom. Dat ik ’t ook zo voel. Bezweet van een niet te trage fietstocht, gewikkeld in diverse lagen van kleding die zijn bedoeld voor de 1e 500 meter. De kou zal me warm omhullen, in haar ijzige, maar afkoelende klauwen ontvangen. Een vriendelijk gebaar, zo lijkt ‘t.
Maar aangekomen in de huiskamer, een wolk van voorbereide warmte, beklemmend maar noodzakelijk, heb ik van tevoren bedacht; vervolgens ontvelt van de buitenste lagen, & gedwongen de realiteit onder ogen te zien als ik in de keuken een bakje thee, een bordje maaltijd wil bereiden, voel ik me verraden door die valse gastvrijheid.

Volgende stap. Ik ga water opzetten. Ik heb al thee, maar meer hete waterdampen kunnen geen kwaad.

Oja, ik vergeet de reden te melden. ’t Brood in de vriezer moet bevroren blijven. & Niet alleen ’t brood. Bij 0° C stopt de vriezer ermee. Dan denkt-ie dat z’n taak er op zit.

De hete waterdampen schenk ik uit in de gootsteen. Dop erop, zodat ’t niet zomaar wegloopt. Vuile borden worden schoon. Heet bovendien. Dampen verspreiden. & Verspreiden daarmee warmte.
Ook al is ’t maar een beetje. & Van tijdelijke duur. Kou ramt alweer op de keukenramen. Kou wil binnen.

Ik laat de keukendeur openstaan. De keukendeur die de keuken met de gang verbindt. De gang is dicht bij de warme huiskamer. Weliswaar ervan afgesloten door een deur, maar dichterbij de warmtebron dan de keuken. Nu is ’t in de keuken bijna net zo warm als in de gang.
Ik laat de haldeur dicht. Die ik voorheen bij ’t verlaten van ’t huis altijd open liet staan.
Ik was m’n handen met warm water. Zodat de geiser in de keuken gaat branden.
Ik denk er over een gordijn voor ’t keukenraam te hangen. Ik weet niet of ik nog wel gordijnen heb liggen, maar wil ze desnoods wel goedkoop op de kop tikken.
Als ik naar de wc moet, laat ik de huiskamerdeur open. Voor heel even, op een kier. Maar toch.

Ik heb een boek gelezen. Daar zal ’t ook wel aan liggen. De man in ‘t boek kon niet overleven zonder plannen te maken. De mensheid ging dood. Hij mocht niets vergeten.
Ik ben ook bezig vooral niets te vergeten. Elke steun te gebruiken die ik tegenkom. Plannen. Ik heb ’t niet eens van mezelf. Ik heb gewoon weer eens een boek gelezen.

’t Boek zal uiteindelijk Zijperspace blijken te heten.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.