plas-o-meter

Ik zou natuurlijk ook een plas-o-meter kunnen starten, waarbij ik niet aan ga geven hoeveel minuten van de dag ik besteed aan ’t lozen van m’n overtollig vocht, maar meer wanneer ik daarmee bezig ben, wat de aanleiding was & hoe tevreden ik me ermee voelde. Div interessante aspekten van de meer dan dagelijkse handeling zullen aldus belicht kunnen worden.
Daarnaast zal men in de toekomst dankzij ’t verzamelen van zulks materiaal veel wijzer worden over de mens & z’n noodzakelijke toilettage gedurende ’t begin van de 3e millennium. & Genoeglijk zal men knikken vanwege zoveel herkenbaarheid over de behoefte aan, de neiging tot, ’t uitstellen van & ’t uiteindelijke lustig lozen. Daar heeft de hele mensheid later wat aan, denk ik dan.

Ik zou mogelijk ook de kleur van de dagelijkse ontlasting de staven & lijnen in m’n grafieken kunnen laten bepalen, de duur van ’t gebeuren de breedte, & de voldaanheid de algehele welzijnscurve kunnen laten beïnvloeden. Legio mogelijkheden met deze plas-o-meter. Desnoods de hoeveelheid spoelwater erin kunnen verwerken om die af te zetten tegen de hoeveelheid vocht dat mijn lichaam heeft verlaten.

Dat bedacht ik me allemaal toen ik vanavond voor ’t 1st in uren m’n toilet bezocht. Vlak voor ’t moment dat ik eigenlijk in bed wilde gaan liggen, maar ’t me o zo belangrijk leek m’n inspiratie opgedaan tijdens ’t staren naar m’n eigen straal eenieder deelachtig te laten worden.

Over laatstgenoemde toiletgang deed ik om precies te zijn (we zijn nu statistisch bezig natuurlijk) 53 seconden. Dat was incluis ’t openen van de broek & wat daar zoal bij een man te pas komt, ’t lezen van een gedicht op m’n scheurkalender, ’t peinzend rondkijken vanwege ’t afwachten op een goed moment de gulp in oude hoedanigheid terug te brengen & ’t definitieve afscheid nemen van stoffen die ooit deel waren van mijn lichaam (míjn lichaam!; soms moet ik mezelf dat goed in de hoofd stampen: dat kleine beetje molekuultjes die zomaar op een gegeven moment toevallig deel uitmaakt van ’t biologisch systeem dat mijn lichaam heet & plots weg wordt gebonjourd).

’t Uitzicht was geel, uitgezonderd de tekst van de scheurkalender. ’t Verliet m’n lichaam zonder horten of stoten. Ik kon geen noemenswaardige vervuiling van de wc-rand waarnemen (ingrijpen met een doekje leek vooralsnog niet nodig).
Ik trok door & in een fraktie van de er op volgende seconde stond m’n duim al klaar om de vallende waterstroom een halt toe te roepen. Volgende keer zal ik daar een stopwatch voor gebruiken. Nauwkeurigheid is geboden.

Oja, & men was tevreden in Zijperspace; doen we nog een keer.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *