post-punk

Ik bleef kijken. In ’t begin dat ik keek, was ’t in een poging ’t gezicht te herkennen; de bevestiging te vinden dat m’n vermoeden juist was. Maar naarmate de identiteit zekerder voor mezelf bepaald was, ging ik meer staren naar de bewegingen, & luisterde ik de conversatie af, hoewel ik slechts de lichaamsbewegingen kon registreren.

De treinen moesten, doordat er een ongeluk elders in ’t land had plaatsgevonden, elkaar in Anna Paulowna kruisen. Mijn trein stond al gereed; de mensen op ’t overliggende perron wachtten op de trein naar Den Helder. Ik zag ze staan door ’t raampje.
Ik zag zodoende ook de conversatie van Petra, de laatste punker van Den Helder. Hoewel ze er inmiddels allang niet meer uitzag als een punker. Waardoor ’t me moeite kostte haar te herkennen. Ipv een zwarte hanekam had ze tegenwoordig henna-rood lang hangend haar. Nog steeds wel dezelfde vettige slierten, maar ’t kapsel maakte een groot verschil. Haar kleren waren ook niet meer overheersend zwart. Ze droeg zelfs een spijkerjasje. De kistjes aan haar voeten waren vervangen door dikke schoenen met plateau-zolen.
Behalve dat ze nog steeds dezelfde ring door haar wenkbrauw had, zag ze er doodordinair uit. Ze zou me absoluut niet opgevallen zijn als ze niet minstens 2 m² nodig had voor ’t gesprek dat ze met een vriendin voerde.

Die bewegingen zorgden ervoor dat ik haar herkende. & De herkenning werd bevestigd door haar mond, die bij de geringste opmerking opentrok als een scheur. Waarbij ze van ’t ene been op ’t andere been hupste, alsof ze nog maar net haar evenwicht kon bewaren. Haar armen hadden alle ruimte nodig voor ’t verhaal dat ze te vertellen had; ze zwiepten meermaals wijd uiteen. & ’t Hoofd schoof van de linkerschouder naar de rechter, schuin hangend, alsof ze dan beter kon verstaan wat haar vriendin zei.
Ondertussen draaide ze een shaggie, af & toe haar hoofd opzij gooiend. Tegenwoordig om haar haren uit ’t gezicht te halen. Vroeger moet dat, vanwege de hanekam, een overgebleven tik van een ander kapsel zijn geweest. Ze was nog steeds dezelfde, in onherkenbare verpakking.

Ik kon haar horen lachen, hoewel ’t treinraampje bijna geen geluid doorliet, toen de grijns op haar gezicht tevoorschijn kwam, & haar lichaam met de lach meedijnde. Ik zag & hoorde haar weer lachen in ’t jongerencentrum van weleer.
Geuren kwamen boven. Geuren die ze vroeger bijna altijd met haar meedroeg. De sfeer die om haar heen hing. De sfeer ook van vroeger, van ’t jongerencentrum. Van ruzie’s & dommigheid.

Wanneer ging de trein nou weer ‘ns rijden, vroeg ik me af.

De trein sleepte me snel terug naar Zijperspace.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.