staarrelatie

Joe loopt langs Westmalle om een flesje bier uit de koelkast te halen. Hij werpt een schuine blik naar Westmalle, die bezig is zijn biertje met me af te rekenen.

‘Je moet uitkijken met die vent,’ zegt Joe, als-ie voor me staat. & Westmalle inmiddels vertrokken is. ‘Weet je nog dat-ie hier van de week was? Toen-ie stond te wachten tot je weer wisselgeld had. Weet je dat nog?’
Ik beaam dat ik dat nog wel weet.
‘5 Minuten daarvoor stond-ie een vent met een fietsslot af te rossen. Voor de Albert Heijn.’
Joe heeft denkbeeldig een slot in z’n hand & slaat naar beneden. Met z’n andere hand lijkt-ie een kraag van een jas vast te houden.
‘Zo deed-ie. Fietsslot in z’n hand. Waar iedereen bijstond. Politie komt er aan. Die gozer ziet er níet uit. Gezicht onder ’t bloed. Maar die gozer zegt tegen de politie dat er niks aan de hand is. Dus doen ze niks. Dus die vent kan gewoon doorlopen.’
Ik vertel Joe dat ik altijd goed kan opschieten met Westmalle.
‘Ja, maar hij is hier afhankelijk van je. Hij weet dat-ie jou niks moet flikken, want dan krijgt-ie geen bier meer. Nee, je moet ‘m niet vertrouwen. Ik heb die vent hele rare dingen zien doen.’
Joe trekt een gezicht waarmee hij wil zeggen dat-ie weet waar-ie over praat. & Serieus, zéér serieus staan z’n ogen.
‘Nou,’ zeg ik, ‘hier doet-ie in ieder geval niets verkeerds. Ik kan van ‘m op aan als-ie binnenkomt. Dat kan ik van veel andere junks niet zeggen.’
‘Ik heb een staarrelatie met ‘m,’ gaat Joe verder. Hij zet z’n ogen in een bepaalde stand. De staarstand. ‘Je weet dat ik ook vaak genoeg voor de Albert Heijn heb gestaan. Daar was hij ook altijd. Dan zagen we elkaar staan. Maar ik hield afstand. Want ik wist dat hij mij ook zag. We hielden elkaar in de gaten. Ik wist dat als hij me op een gegeven moment niet in ’t oog zou houden, dat ’t dan mis was. Ik heb ‘m rare dingen zien doen met mensen. Dat met dat slot van de week was nog niks. De politie doet niks tegen ‘m.’
‘Zolang hij zich hier gedraagt, vind ik ’t goed,’ zeg ik. ‘Ik merk niet wat hij buiten mijn deur doet.’
‘Als je ‘m maar in de gaten houdt. Niet je rug naar ‘m toekeren. Je kan ‘m niet vertrouwen. Ik weet ‘t. Ik heb een staarrelatie met ‘m. & Dat weet-ie.’

Er is zoveel dat men eigenlijk niet wil weten in Zijperspace.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *