Steunblok

Haar foto stond op tafel. Hoewel ze de steun niet nodig had, stond er een houten blokje achter, waarbij ’t 3-vouwig herdenkingskaartje, uitvaartkaartje, afscheidskaartje…
Laatste kaartje met haar favoriete gedicht. Laat ik ’t zo maar noemen.
…waar dat kaartje omheen zigzagde. Zodat ze uit zichzelf overeind bleef staan. Haar lach, armen langs haar lichaam; bijna een totaalshot, net niet.

Ze was overleden. In maart.
‘Ja, aan corona,’ kregen we te horen.
Waar je niet om durft te vragen.
‘O, wat erg,’ ontsnapt al je lippen voordat je je beseft dat ’t misschien stereotiep is.

Een week later durf ik haar in 1e instantie niet te verplaatsen. ’t Is weliswaar tijdelijk mijn verblijfplaats, maar dat zij midden in ’t leven van dit huis staat, daar moet ik niets aan willen verhuizen.
2 Dagen later moet ik wel. M’n bord met eten past anders niet.

‘Ja, in Tilburg woonde ze.’
‘O, dus midden in…,’ maken Tineke & ik onze zin niet af.
‘Ja, net als haar broer & zus.’
Op een vragende blik gaat hij maar door: ‘Ja, m’n oom & tante zijn ook overleden. Hij op zondag, zij op dinsdag. Binnen een week m’n moeder ook.’
Ik denk & niet zeg ‘dat ’t nu wel heel dichtbij komt’, maar daar moet je mond op slot, besluit ik.
‘Een hele generatie weggevaagd in 1 week,’ concludeert hij er maar even bovenop.

’t Was voor hem natuurlijk al lang geleden, bedenk ik aan m’n bord eigengemaakte diepvriesmaaltijd, geïmporteerd uit Amsterdam.
Ik keer ’t kaartje een stukje, zodat ik ’t gedicht kan lezen. Lezen zonder woorden in je hoofd te laten glijden. Ik weet: een kindergedichtje. Zoet & soezig, vol goede lente-herinneringen, waar je in zou willen blijven hangen van elke zin de juiste toon.
Binnen een week moest ’t huis leeg zijn. ’t Was al lang geleden voor als je Brabant in die tijd had meegemaakt, de plaatselijke kranten op de deurmat elke dag opnieuw weg moest ruimen.
Zo’n abonnement is pas opgezegd als de bezorger de routine uit z’n systeem heeft, weet ik van de wijken die ik in m’n jeugd had.

Mijn vader was plots redelijk bij toen hij z’n laatste sacramenten kreeg. Hij deed nog mee met ’t gebed. De zaal van familieleden & andere naasten uit eerbied vol in stem, maar je kon zijn stem toch horen prevelen. Een neefje kriebelde in z’n baard.
M’n moeder die enkele jaren later gewoon plots op bed met kleren aan op bed lag.
Dat was ook een mooie dood.

Ik bekijk m’n vergelijkingsmateriaal als ik weer ’t blokje verplaats & foto plus gedicht mee laat liften. Bedenk m’n ouders weer als weg.
Dat ’t maar goed is dat ze dit niet hadden hoeven meemaken. Er zijn mensen die vóór dit jaar overleden & van dit jaar & van later.
Een schifting van doden in groepen van ander begrip.

Ik zeg Tineke gedag vlak voor zij die kant op gaat. De katten & konijnen zijn nu 2 weken haar taak.
Ik vertel haar niet dat ik me afvraag waar die foto nu staat. Midden op tafel waar ik ‘m achter heb gelaten vanwege m’n laatste schoonmaakbeurt of op de plek waar m’n bord moest staan?
We zeggen elkaar gedag. Ik heb nog een laatste reden om emotioneel te worden & dan rijdt ze weg richting oppashuis.
’t Is lang geleden een knuffel. Zelfs een kus.

Maar daar moet je niet te veel aan denken in Zijperspace.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.