straks

’t Heet een pedo-meter. ’t Telt de passen die ik afleg. & Doordat ik zelf m’n gemiddelde pasafstand heb gemeten & dat gegeven vervolgens in ’t apparaatje heb ingevoerd, vertelt ’t me ook hoeveel meters, kms, ik heb afgelegd. Hoe groot de daadwerkelijke afstand was, die ik op een dag afgelegd heb. Desnoods van meerdere dagen achter elkaar. Desnoods van m’n hele vakantie.
Als ik iemand vertel dat ’t ding op m’n heup, vastgeketend aan m’n broekriem, een pedo-meter heet, wordt er minzaam tot bulderend gelachen.
”t Meet zeker de kinders die je onderweg misbruikt hebt?’

Ik gebruik ‘m niet meer zoveel ter inzage van de afgelegde meters. Ik kijk meer hoe laat ’t is. Hoelang ik nog kan doorlopen. Ik weet ondertussen wel hoeveel km ik per uur, per dag ong afleg. ’t Klokje is belangrijker geworden dan de funktie waar ’t eigenlijk voor dient. Bij de volgende vakantie heb ik die ook niet meer nodig; kijk ik alleen nog maar naar de zon. Of voel ik hoe warm ’t is.
Meestal raadpleeg ik ‘m aan ’t eind van de dag. Als de vermoeidheid gaat toeslaan & ik wil weten wat nog haalbaar is. Misschien moet ik nog boodschappen doen in ’t volgende dorp; misschien moet ik maar in dit dorp blijven; misschien wordt ’t tijd m’n tent op te zetten.

De afstanden zijn niet meer zo belangrijk. Ik merk ’t eindelijk bij mezelf. Ik kan 2 dagen stilzitten, zonder de dwangmatige roeping ’t pad zo snel mogelijk te beëeindigen. Af & toe ben ik de heuvels aan ’t tellen, vooral als ’t kliffen zijn die ‘The seven sisters’ worden genoemd. & Ik bij nr 8 weer een hoogte voor me zie oprijzen. Soms tel ik de plekken waar ik had kunnen genieten van schaduw, & besluit ik toch door te douwen. Bovenop de top is ’t nou 1maal mooier uitrusten. Daar staat ook vast meer afkoelende wind. Een enkele keer sla ik aan ’t calculeren met de mogelijke nachtelijke verblijfplaatsen. Wat is nog haalbaar; wat is nog efficiënt? & Ik besluit nog 1 klein stukje door te lopen.

Vandaag heb ik de pedo-meter veelvuldig gebruikt. Ik moest weten hoe ’t ervoor stond. Ik moest weten of ik nog op tijd zou zijn; hoelang ’t nog zou duren. Zittend in m’n stoel, in de underground, dan wel de eurostar, dan wel de trein brussel-amsterdam.
De afgelopen weken bestonden opeens niet meer voor me. Alle stappen die zich hadden opgeslagen in een tel, een xtra eenheid op de meter, deden er niet meer toe. Ik dacht slechts aan de tijd & wat daarmee haalbaar was. & Ik dacht aan de tijd die m’n pedo-meter straks zou aangeven. Aan ’t moment dat ik terug thuis zou keren. Op ’t moment dat alles over zou zijn. Zonder dat ik op dat moment dacht aan wát er over zou zijn. Straks, daar ging ’t me om, & of ik wel op tijd zou zijn voor straks.

De teller staat weer op 0 in Zijperspace.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *