systeem

‘Nee, hoor,’ zei ik, ‘ik vind dat je mee mag luisteren als mensen in een café zitten & zó hard praten. Bovendien was ’t ietwat vage materie, dus kon ik ’t ook gewoon niet laten.’
Wobke gaf toe dat ze zelf ook al een paar keer de neiging had gehad proberen te horen waar ze ’t over hadden. ‘Vanochtend was er ook een stel binnen dat meteen bij binnenkomst begon ruzie te maken. Ik kon precies horen wat ze allebei deze ochtend verkeerd hadden gedaan, in andermans ogen.’

Hij zat recht overeind. Met z’n armen gekruist voor zich op tafel, z’n sleutelbos om z’n nek, praatte hij aan 1 stuk met ’t meisje. Er viel bijna geen stilte. Zij had haar benen opgetrokken, rustend op de stoel naast haar. Als ze geen peuk opgestoken in haar linkerhand had, waren haar beide armen om haar knieën geslagen. In haar houding zocht ze geborgenheid, alsof ze voor de kachel met haar poes zat.
Ik ving slechts flarden van ’t gesprek op (‘Ik moet mensen kunnen aankijken,’ zei ik later tegen Wobke, ‘om te kunnen zien wat ze zeggen’), af & toe kwam ’t luid & duidelijk over, dan weer was ik te veel door m’n omgeving afgeleid om ’t helemaal te kunnen volgen.

‘Zo zit ’t in mijn systeem,’ zei de jongen, ‘ik bouw dat systeem op zo’n manier op dat ik er iets mee kan.’
Dat was 1 van de 1e zinnen die tot me doordrong. Hé, dacht ik op dat moment, wat doet zo’n meisje met een programma-beheerder?
‘Ze is russisch,’ hoorde ik ‘m ff later weer, ‘ze heeft me een kleine kamer gegeven. Ik heb daar in een klein hoekje m’n matras neergelegd. Met een paar spullen eromheen. Meer heb ik niet nodig. Waarom zou ik meer willen hebben? Ik heb alles waar ik behoefte aan heb.’

Sommige beelden beginnen onmiddellijk te leven, krijg ik een voorstelling bij. Hoe minimaal de jongen ook over z’n leefomstandigheden sprak, van hem werd ’t me gedurende ’t gesprek duidelijker dan van ’t meisje. Waarschijnlijk vanwege de eenvoud waarin hij leefde.
Haar leefomstandigheden kon je ’t echter aan haar algehele verschijning aflezen. Een meisje op zichzelf, zolderkamertje, 1 poes, een kachel, waar ze voor ging zitten om tijdschriften te lezen, laatste relatie alweer meer dan een jaar geleden. ’t Verhaal lag in haar lichaam bestorven, haar houding vertelde haar manier van leven.

‘Vind je jezelf goed?’ vroeg de jongen.
‘Nee, ik durf nog niet op zo’n manier te denken,’ antwoordde ze licht aarzelend.
De jongen begon te lachen om de twijfel in haar antwoord.
‘Misschien moet je dan nog niet op zo’n manier denken. ’t Zit nog niet in jouw systeem. Dat systeem moet langzaam aangepast worden.’
‘Ik zou best wel willen denken dat ik mezelf goed vind, zover ben ik wel, maar ik durf niet tegen mezelf te zeggen dat ik ’t daadwerkelijk ben.’
‘Dan ben je al een heel eind. Je zou elke ochtend voor de spiegel kunnen gaan staan & zeggen: “Wat ik doe is goed.” Dan komt er veel positieve energie in je systeem, zonder dat je te veel ingrijpt.’
‘Maar zoals laatst, toen Eddo langs was. Hij zou wat klusjes gaan doen (….)’

Ik verloor kontakt. Er gebeurde iets aan de bar waardoor m’n aandacht afgeleid raakte. Ik had een 10-tal minuten zwijgzaam aan de bar gehangen, langzaam m’n biertje drinkend, zonder dat iemand kon merken dat ik ergens mee bezig was.
‘Volgens mij zijn ze van de Scientology Church,’ fluisterde ik naar Wobke achter de bar, ‘heb je gehoord waar ze ’t de hele tijd over hebben?’
‘Ja, ze hebben de hele tijd diepe gesprekken. Dan ga ik altijd zitten fantaseren wat ze in ’t dagelijkse leven doen.’
‘Doe ik ook altijd. Dat stel bijv schuin achter me, volgens mij hebben die 2 een buitenechtelijke relatie.’
‘Waarom denk je dat?’
‘Zoals ze zich de hele tijd verliefd gedragen. Zie je niet dat ze de hele tijd elkaars hand vasthouden. Waarom spreken ze anders midden op de dag in een kroeg in ’t centrum af?’
Wobke lachte.

‘Maar vind je die cursus wat?’ vraagt de jongen.
‘Op zich lijkt die cursus me heel interessant,’ zegt ’t meisje langzaam. Serieus ook. ”t Is alleen dat ik dat geld niet weg wil gooien.’
‘We kunnen natuurlijk wel met z’n 2-en er steeds wat over praten.’
‘Ja, ik denk nl dat ik nog niet zover ben. Ik voel me vaak nog lang niet opgewassen voor zulke grote veranderingen.’
‘Je kan dit soort stappen ook beter onder begeleiding doen. Daarom vind ik ’t wel goed om met elkaar daarover af te spreken. Net zoals we nu doen.’
Hij kijkt naar z’n horloge.
‘Ik moet ondertussen die kant op. Zullen we…?’
‘Ja, laten we door de stad gaan wandelen. Dan praten we onderweg verder.’
Ze ontdoen zich beiden van hun stereotiepe houding, rekenen af & verlaten ’t café. Ik zie ze schuin oversteken naar ’t Amstelveld.

Een verhaal verdwijnt in den einder van Zijperspace.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *