taakverdeling

Eens heeft m’n hoofd gezegd dat m’n lichaam zo min mogelijk moest bewegen. Dat zo min mogelijk beweging goed was voor de rust in ’t hoofd.
M’n lichaam interpreteerde die opdracht van boven op haar manier. Dat ‘t optimale uit de beweging gehaald moest worden, zo heeft m’n lichaam dat vertaald. Waardoor er razendsnel naar bezigheden wordt gezocht, zogauw er slechts 1 arm zich zogenaamd nuttig maakt, & de andere ledematen er doelloos bij hangen. Er mag niet met lede ogen worden toegekeken, spijt dat de beweging zich heeft ingezet. Of lede maten.
Er valt ook best iets voor te zeggen: waarom zou ’t linkerbeen niet ’t kastdeurtje kunnen sluiten als de rechterarm grijpend op zoek is in ’t volgende kastje? & Terwijl de linkerhand moet wachten tot iets volgelopen is, kan de rechterhand de spullen die toch ‘ns opgeruimd moeten worden, ordenen, 1 van de ellebogen de deur openen & de rechterbeen ter stimulatie van dit gebeuren de deur een zet geven. Mijn lichaam vindt dergelijke activiteiten al niet meer dan normaal. Des te meer er in ’t moment wordt gestopt des te groter de daaropvolgende rust, denkt ‘t.
Mijn lichaam denkt. Die taak heeft-ie langzamerhand ook van ’t hoofd voor een belangrijk deel overgenomen.
Naarmate ’t punt van vertrek richting werk dichterbij komt, is er minder tijd op te maken. Moet er meer ingestopt worden. Mijn hoofd wil nog steeds rust. M’n lichaam moet daar zorg voor dragen.
Dus kwam ‘t lichaam op ’t lumineuze idee dan maar vroeger op te staan. Kan er nog kalmer, nog meer ongedwongen, genoten worden van de ochtendrust. Slurpen van de thee, kauwen op een broodje, lezen in een boek. Al die dingen waar m’n hoofd zo intens van kan genieten in de ochtendschemer. Hoewel ’t niet perse schemer hoeft te zijn, vindt-ie. Maar daar heeft-ie voor de rest geen notie van. Hij heeft zich overgegeven aan de zorg die m’n lichaam draagt over de gang van zaken.
Thee! Er zal thee gezet moeten worden, wordt er gedacht. De droge bek van de afgelopen nacht, ’t wegvloeien van ’t lichaamsvocht terwijl ’t bewustzijn even afwezig was, ‘t ontbreken van grote hoeveelheden levenssappen; dat alles dient ten positieve gekeerd te worden.
& Terwijl ik, m’n hoofd & m’n lichaam, de 1 wat beter bij de tijd dan de ander, richting keuken loop, kan er net zo goed meteen wat meegenomen worden. ’t Suikerpotje dient gevuld. ’t Lege flesje bier kan opgeruimd. De prullenmand leeg. Gelijk de theepot meenemen.
Meteen de deur maar opendoen, de ochtendlucht ’t huis laten vullen, zodat de trek vanzelf komt.
Dat is slechts ’t voorspel. Volgt de orgie aan bewegingen die als een ongecontroleerde dans m’n keuken lijkt te vullen.
M’n hand pakt de waterkoker. De andere de broodplank. De waterkoker wordt gevuld, terwijl de koelkast wordt opengetrokken door m’n voet. Bij ’t hervinden van m’n evenwicht, heeft de rechter plots nog meer behoefte aan de buitenlucht & duwt de deur van kier naar wijdopen. De koker is ondertussen vol, wordt op de elektra aangesloten, terwijl de andere hand ’t beleg van ’t brood uit de koelkast pakt. Klaar met ’t aansluiten van de koker, gaat de hand nu richting vriezer, waardoor ingevroren brood & beleg tegelijkertijd ’t aanrecht gaan vullen. Als er 1 van de handen klaar is met de taak, kan er net zo goed gelijk zorg gedragen worden voor een schone theepot. Een draai aan de hete kraan, de pot eronder. De benen dragen zorg voor ’t sluiten van de deurtjes. Ergens wordt een mes tevoorschijn gehaald, ’t hoofd is allang al kwijt welk ledemaat daar zorg voor draagt.
Maar juist op dat moment is ’t tijd voor pauze. ’t Water heeft tijd nodig om te gaan koken, & ’t brood moet nog ontdooid.
’t Duizelt m’n hoofd. ’t Weet niet of ’t van de choreografie komt, of door de slaap van ’t extra vroeg opstaan. ’t Is blij dat ’t mee mag naar de kamer om even plaats te nemen in de stoel. Bij ’t raam. De zon toont zich. M’n hoofd geniet als ’t de tuin ziet baden.

& ’t Begint zich langzaam af te vragen waarom 3½e week vrije tijd niet eeuwig kunnen duren in Zijperspace.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.