tessan (1)

Ik kwam in regen aan. Een auto bracht me ’t laatste stuk van ’t stadje naar de camping. Volgeladen met gezin. Maar de man had zelf ook ooit in de regen staan liften. Daarom moest zijn vrouw achter gaan zitten.
Of ik alleen nog even m’n regenjas wilde uitkloppen.
We namen de weg langs Oxelösund, nog maar 1 lange weg te gaan, die nergens anders heen leidde.
Hij heeft me bij de camping afgezet. Ik kon schuilen onder een afdakje. Tot de buien voorbij waren; toen heb ik geprobeerd me aan te melden bij de receptie. Maar er was niemand, vertelden ze me.

Ik ga niet op de kaart kijken. Ik weet hoe Oxelösund er uit zag. In mijn verbeelding. Van toen, van nu. Een klein stadje. Ik heb de inwonersaantallen bekeken. Kleiner dan Den Helder. Veel kleiner. & ’t Was de meest winderige plek van Zweden. Net als Den Helder. Van Nederland dan.
Dat heb ik Tessan verteld. Dat heeft zij mij verteld.
De camping was een schiereiland door ’t brugje dat je over moest steken. Zonder dat brugje was ’t een eiland gebleven. Een minieme doorgang voor ’t water, maar toch een eiland. Daarom kon ’t net zo goed gaan schieren. ’t Verschil tussen beide was te klein.

Ik heb m’n tent opgezet. De volgende dag aangemeld, meteen betaald. Ik heb gezegd dat ik niet wist hoe lang ik zou blijven.
Ik deed m’n best op m’n zweeds. Maar de vrouw vond ’t niet erg om op engels over te schakelen. Ze vond ’t eigenlijk wel leuk. De 2e avond kreeg ik een blikje bier van haar. Voor bij ’t lezen van m’n boek. Op de bank van de receptie.

Ik was op zoek naar zitplaatsen. Ik kon niet eeuwig blijven ronddolen.
’t Bleef maar drammen in m’n hoofd: ’t is de reis, niet ’t doel. Maar ik had geen reis meer. Verder wilde ik niet. Durven. Ik wist ’t alleen nog niet.
’t Cafetaria aan de overkant van de camping had bankjes. Waar alle sportlieden kwamen. Vanaf ’s ochtends vroeg waren ze open. 10 Uur. Dan liepen de 1e zweedse joggers door ’t bos. Werd er op ‘t veld ook een cursus lichamelijke oefening gegeven. Een speciale ontspanningssport waar de gehele zweedse bevolking aan leek mee te doen.
De zweden waren de chinezen van Europa. De kleine mensen voorop, de lange achteraan. Zodat iedereen mee kon doen met bewegen dankzij de luide instructies die van voren kwamen.
Ik keek naar de volksstammen uit Oxelösund & omstreken vanaf m’n bankje bij ’t cafetaria. Tessan bracht me koffie. Dat was dan ‘t 2e bakje. Ze wilde niet dat ik die betaalde, dus kwam ze ‘t tijdens haar pauze brengen. Samen keken we naar de grote groepen bewegende mensen, die op commando hun armen omhoog staken, vervolgens de benen. & Als ze stopten rende Tessan snel terug naar de andere kant van de zelfbedieningsbar.

Ze vroeg of ik langs wilde komen op haar vrije dag. Ze duidde me aan waar ze woonde. Dat was onderweg naar ’t centrum.
Ik belde aan. Haar moeder deed open. Tessan kwam niet veel later.
Of we zouden wandelen.
Ik vond alles best. Ik had me zenuwachtig gemaakt hoe dat zou gaan in een zweeds huis. Stel dat ik er moest eten, wat moest ik zeggen, doen?
De wandeling was richting centrum & terug. Tessan vertelde waar ze altijd kwam. Waar ze anderen ontmoette.
’t Was afscheid voor haar. De laatste zomer in Oxelösund. Volgend jaar studeren in Stockholm. Nog even snel geld verdienen in ’t cafetaria.
Ze mijmerde de plekken die straks vroeger zouden worden. Ik zag niets dan hitte van de verlaten plekken druipen. Slechts enkele asielzoekers waagden zich in deze hittegolf.
& Wij. Haar moeder had ’t niet goed gevonden op haar kamer te zitten.

Ik besloot te vertrekken. ’s Ochtends vroeg had ik m’n rugzak ingepakt. Rond 10-en stond ik bij ’t cafetaria. Ik dronk m’n bakje koffie. Een broodje als ontbijt.
Tessan kwam haar pauze houden. ’t Was rustig, maandags sporten er niet zo veel mensen.
Ik zat op een bank. De kaart van Zweden voor me, een route uitstippelend, rekening houdend met waar mensen me zouden kunnen droppen.
Ik tilde m’n rugzak op. Tessan kwam op me toelopen, om de tafel heen. Haar armen wijd. Ze lachte, zoals weinig anderen durfden lachen in Zweden.
Ik wist weer niet hoe de zweden dat deden. Dus gaf ik haar een zoen. Waar haar mond boven m’n schouders bleef. Er bleef zelfs niets in de lucht hangen.
Toen heb ik m’n rugzak vastgesjord & ben vertrokken. Ik heb nog achterom gekeken of ze me zag zwaaien.

Maar waarschijnlijk dronken er meer mensen koffie in Zijperspace.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *