tjuh

‘Zeg je ’t omdat ze jonger is?’
‘Wat zeg ik?’
‘Zeg je ’t omdat ze jonger is?’
‘Wat bedoel je nou?’
‘Dat ‘tjuh’ van jou.’
‘Tjuh?’
‘Ja, je zegt steeds ‘tjuh’.’
‘Wanneer zeg ik ‘tjuh’?’
‘Elke keer als je ’t over haar hebt.’
‘Ik weet echt niet waar je ’t over hebt. Wat is een ‘tjuh’?’
‘Vriendinnetjuh.’
‘Vriendinnetjuh?’
‘Ja. Je zegt steeds vriendinnetjuh.’
‘Oh?’
‘Ja, waarom zeg je dat?’
‘Weet ik ‘t.’
‘Omdat ze een paar jaar jonger is?’
‘Nee, joh. Daar probeer ik me nou juist niets van aan te trekken. Johan Cruyff is z’n leven lang 14 jaar gebleven, Harry Mulisch was al 70 in z’n puberteit, & ik ben geestelijk nooit ouder dan 16 geworden. Dus eigenlijk ben ik jonger dan haar.’
‘Dus dat is niet de reden dat je ‘tjuh’ zegt?’
‘Nee.’
‘Waarom dan wel?’
‘Ik zei toch al dat ik daar nog niet over nagedacht had.’
‘Nee, dat zei je niet. Je zei “weetikveul’ & meer niet. & Volgens mij weet je ’t wel.’
‘Nee, ik zou ’t niet weten.’
‘Is ze kleiner?’
‘Kleiner dan wat?’
‘Kleiner dan jou.’
‘Heb je haar dan niet gezien?’
‘Nee, want jij houdt haar geheim.’
‘Helemaal niet. Ze kon laatst gewoon niet eerder komen. & De volgende dag was ze er wel.’
‘Ja, maar toen was ik er niet. Maar ze is dus kleiner & daarom zeg je ‘tjuh’.’
‘Nee, ze is zelfs groter. 2 Cm. Als we allebei op blote voeten staan dan moet ik met m’n tenen een beetje opwippen om haar een zoen te geven.’
‘Heerlijk, dat soort details. Is ’t dan misschien uit bezitsdrang?’
‘Wat zeg je nou weer?’
‘Iets wat kleiner is, daar kan je macht over uitoefenen. Dus houd je haar kunstmatig klein, door steeds ‘tjuh’ te gebruiken.’
‘Nou moet je ophouden.’
‘Je kunt toch ook gewoon normaal een antwoord geven als ik iets vraag. Da’s toch niet zo moeilijk.’
‘Gewoon & normaal. Dubbelop. Jij kunt toch ook een gewone & een normale vraag stellen? Dan mag je er gelijk 2 stellen: 1 gewone & 1 normale, & dan geef ik op allebei gewoon normaal antwoord.’
‘God, wat doe je moeilijk. Je kunt toch toegeven dat je ’t lekker vindt eindelijk weer ‘ns iemand in je macht te hebben.’
‘Maar dat vind ik helemaal niet prettig. Ik ben zelf degene die zich in de macht van iets bevindt. & Daarnaast kan ik me bovendien niet herinneren ooit ‘tjuh’ gezegd te hebben. Nou, 1 keer dan. Maar toen had iemand anders ’t over hoe ’t met m’n lieffie ging. Toen heb ik naar alle waarschijnlijkheid ‘tjuh’ gezegd.’
‘& Daarnet.’
‘Wanneer?’
‘Toen ik zei dat je steeds vriendinnetjuh zegt.’
‘Dan leg je me de bewijsvoering in de mond. Dat is alsof je een mes in m’n handen legt, m’n hand richting slachtoffer beweegt, m’n hand die persoon in ’t hart laat steken om vervolgens te kunnen zeggen dat ik schuldig aan doodslag ben.’
‘& Toch zeg je ‘tjuh’.’
‘Ja, tjuhtjuhtjuhtjuhtjuh! & Ze wordt steeds kleiner & jonger & mán, wat voel ik me machtig.’
‘Jij kan nou nooit ‘ns serieus zijn.’

Aldus gaan de conversatietjes in Zijperspace.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.