trager

Vannacht hadden ze de tijd langzamer gemaakt. De snelheid waarmee de wereld draaide hadden ze blijkbaar op een tandje minder gezet. Ik dacht dat ’t had kunnen komen doordat ik m’n dekbedovertrek niet meteen had vervangen. Vlak voor slapen gaan was ik daar te lui voor. Hoeslaken al vervangen, kussenslopen ook; dekbedovertrek was een beetje te veel van ’t goede zo rond dat tijdstip.
Zo zie je maar, je wordt overal meteen voor gestraft, dacht ik in ’t middernachtelijk donker. ’t Enige dat ik kon ontwaren waren de cijfers van de wekker. Die stonden nagenoeg stil. Waren niet vooruit te branden.
Hoe kon ’t ook anders: ze hadden de tijd langzamer gemaakt.
Overigens was ik de enige die er last van had. Ik heb er meerdere mensen over geraadpleegd. Oa mensen die verstand hadden van computers. Want die zouden wel weten waarom de tijd niet vooruit kwam. Anders hadden ze vast wel hulpmiddeltjes om ’t te verhelpen.
Ze hielden me voor dat ’t iets met pingen van doen had. De tijd moest gepingd worden. Maar, daar kwam m’n dekbedovertrek weer, doordat ik de boel had verstoord, moest alles gereset worden.
Ik vond ’t maar ingewikkeld. & Waarom ondernamen ze er dan niets tegen?
Och, ze vonden ’t prima zo. Beetje rustig. Meer tijd binnen een uur.
Dat was ik wel met ze eens, maar ’t leek alsof er niks gebeurde. Iedereen wachtte maar. Mensen aan de kassa, bij een pinautomaat, & bij de uitleen van de bieb. Ik hield niet van wachten, probeerde ik uit te leggen. Ik miste ’t jachtige. Zonder jachtigheid kon ’t leven toch niet bestaan?
Daar stond ik alleen in. Men ging gewoon door met waar men mee bezig was. Wachten vooral. Ze maakten grapjes naar elkaar als een bepaald apparaat wat langer na moest denken, of geheel geen reactie gaf. Dan schreven ze ’t met de hand op. Alles. Om ’t later pas weer in te voeren. Misschien zouden alle gegevens wel nooit meer ingevoerd worden.
De nacht zou wel heel lang gaan duren, besloot ik tegen ½ 7 ’s ochtends. Nog minstens 2 uur te gaan. Een oneindigheid in dit tempo. & ’t Leek alleen maar langzamer te worden, de tijd. Ik vroeg me nogmaals af waar ik dit aan verdiend had, overwoog zelfs ’t dekbedovertrek alsnog erbij te betrekken. Hoewel men mij verteld had dat dat toch niets meer zou uithalen.
De orde was verstoord, daar kon je niet eigenhandig maatregelen tegen nemen. Bovendien vond de wereld ’t wel ‘ns prettig, zo rustig aan.
Toen heb ik ’t kussen, waar ik normaal tegenaan lig, 1 voor onder m’n hoofd, & 1 om tegenaan te liggen, benen er omheen geslagen, maar ‘ns aan de andere kant gelegd. De wekker afgedekt. Ik ben nog wat gaan plassen & heb onderweg naar ’t toilet voor ’t komende ochtendgloren de helft van de gordijnen opengeschoven. Zodat ’t toch m’n huis in zou vallen, zogauw ’t eindelijk dan zover was. Ben weer gaan liggen. Benen weer om ’t kussen heen, vanaf de andere zij.
& Traag ben ik weggezakt in een wereld die niet meer de snelheid wilde aannemen die ik voorstond.

Eigenlijk had ik gedacht dat ’t helemaal niet toegestaan was in Zijperspace, & waarom had men geen veiligheidspal voor de tijd?

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *