Uithuizig

Bijna 24 uur thuis.
Alsof ik 4 dagen weg ben geweest & niet in m’n eigen bed heb geslapen. Mijn pannen heb ik niet gezien, maar de vriezer waar ik mijn brood bewaar wel. M’n voorraad sojamelk is elke ochtend vroeg beetje bij beetje met me meegetrokken.

Al ’t witgoed dat m’n huis moest belemmeren te heet te worden, hangend voor de tuindeuren, heb ik vanmiddag verwijderd. In de goede hoop dat ‘te heet’ dit seizoen niet meer terugkomt.
& Hoewel ik die periode van opsluiten me niet heb verveeld, zou ik graag weer willen dat zich weer een mogelijkheid voordoet dat ik onbekommerd naar buiten kan om de insecten te begroeten. Ik flits ze wel weer tot leven terwijl ik ze stil zet.
Stiekem beweert m’n hoofd dat de vergankelijkheid van de seizoenen zich niet voor zal doen als alles weer aangenaam is.

Ik had overigens niet te klagen terwijl ik 4 dagen in de Slatuinen hielp zoeken naar alles wat klein was. Ondanks de vochtige warmte was ’t zelfs bij 26 ℃ goed vol te houden tussen de bomen van deze omsloten tuin. ’t Is een koelte-eiland dat de wereld tot voorbeeld kan dienen.
Dan maar geen trek van steeds nieuwe zuidelijke insecten richting koel Holland. Laat de biodiversiteit maar blijven waar hij oorspronkelijk thuis hoort.

Behalve ’t Aziatisch lieveheersbeestje kwam ik nog een exoot tegen. De cicade Orientes ishidae. Zo fotogeniek als je van een oosters beest, bereid de halve wereld te bereizen om ons te bereiken, zou verwachten.
De saaiheid sloeg toe toen ik ‘m vanmiddag ook op de volkstuin registreerde. ’t Verschuurde de glinstering van speciaal tot inmiddels algemeen in nog geen 3 dagen tijd, rafelrandjes aan m’n ontdekking, m’n instagramfoto ook, veroorzakend.

& Daar is ook waar ’t stokt, m’n reis (4 ochtenden afgelopen week) naar ’t verborgene, dat wat niet te ontwaren is met ’t blote oog, maar met enige moeite tevoorschijn te toveren is.
M’n brillen voldoen niet. Zeker niet met een corona-masker op, want ze beslaan zo gauw je een zucht slaakt & niet meer ziet of de foto slaagt.

Ik ben te laat begonnen, besef ik me eens te meer. Ik had lang voor de slijtage in moeten stappen. Zodat ik vóór de noodzakelijkheid van brillen & ingebouwde uitvergrotingsmechanismen binnen m’n camera, telefoon & computer mezelf een routine had ingebouwd die me uit ervaring de zekerheid had kunnen aanreiken dat iets speciaals zich voordeed.
& Dan pas de hulpmiddelen om te zien of m’n intuïtie gelijk had.

Ik bedacht vanmiddag tijdens ’t drinken van een welkomthuisbiertje dat de zintuigen smaak & geur niet zo snel slijten. & Voelde een zekere onzekerheid in de wereld die ik bezig ben mezelf eigen te maken.
Heb ik wel eens verteld over de heimwee die mij steeds noopte terug naar huis te keren tijdens m’n reizen naar niet eens zo ver gelegen oorden?
Bij terugkeer zocht ik de plekken op waar ik dacht dat ze op me zaten te wachten & kreeg daar slechts de vraag te horen waarom ik alweer zo vroeg terug was. Ik dronk bier & vertelde vervolgens honderduit over die paar dagen weg, laat ’t 8 dagen zijn geweest.
Hooguit.

4 Dagen buiten Zijperspace overleeft de mensheid daar nog net.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *